Oktober 1999, nr 204

The haunting

Virtueel faillissement

Nu de digitale trucage volledig is ingeburgerd en het gebruik ervan niet langer bewondering afdwingt, kunnen filmmakers die spanning en spektakel beloven niet meer blindvaren op de zegeningen van de nieuwe techniek. Jan de Bont doet dat wel in The haunting, waardoor zijn spookhuis een wankel kaartenhuis wordt.

Snoepje van de week Catherine Zeta-Jones wil spookhuistriootje.

Indrukwekkend waren ze zeker, de dinosaurussen uit Jurassic park. De virtuele veestapel trok niet alleen een verwoestend spoor langs menig bioscoopkassa, ook in Hollywood was de impact enorm. Inhoudelijk liet Spielbergs film te wensen over, maar dat bleek succes geenszins in de weg te staan. Het toverwoord was cgi, wat voor computer generated imagery staat. De komst van door de computer gegenereerde beelden drukt een zwaar stempel op het Hollywood van de jaren negentig en zal dan ook als een van de belangrijkste ontwikkelingen van het decennium worden bijgezet. Al lijkt het uitgesloten dat cgi ooit nog van het toneel verdwijnt, een vergelijking met Hollywoods kortstondige flirt met de 3D-techniek in de jaren vijftig dringt zich op: het nieuwe speeltje resulteerde vooralsnog in teveel films die hun bestaansrecht louter aan de digitale trukendoos ontlenen. Het beste voorbeeld was Twister, een hol vat met een beroerd scenario dat alleen maar tot doel had zoveel mogelijk digitale tornado's en dito kabaal op het publiek los te laten. Het flinterdunne concept was bij Jan de Bont in uitstekende handen, de regisseur is een toptechneut met een talent voor actie, en meer dan het zo dynamisch mogelijk in beeld brengen van destructie werd er niet van hem verlangd.
Na de kaskraker ging De Bont letterlijk het schip in met Speed 2: cruise control, dat al met het uitgangspunt de verkeerde weg insloeg: de op hol geslagen stadsbus tijdens het spitsuur uit Speed leverde allicht hectisch spektakel op, een stuurloos schip op de open zee mist de dreiging van onverwachte tegenliggers. De Bonts vierde film heeft beslist geen verkeerd concept. In 1963 bewees regisseur Robert Wise met The haunting dat Shirley Jacksons roman 'The haunting of Hill House' een doodenge film kan opleveren. De Bont bewijst dat het boek ook vakkundig door de mangel kan worden gehaald: zijn versie is de volmaakte antithese van Wise' suggestieve klapstuk, met dank aan de digitale trukendoos.

Strapatsen
Of de geesten in een spookhuisfilm nu wel of niet in beeld verschijnen, het is de taak van de regisseur om een onheilszwangere sfeer te scheppen en de spanning flink op te voeren. Dat vereist een speciaal talent, al kunnen ervaring, vakkennis en respect voor de materie een filmer zonder een uitgesproken affiniteit met het genre een heel eind op weg helpen. Robert Wise was van alle markten thuis, zijn grootste triomfen vierde hij met de musicals West Side story en The sound of music, maar hij voelde zich door eerdere successen bij The haunting niet verheven boven de materie. De film is serieus van toon, de spanning komt voort uit slim gedoseerde en suggestieve camerabewegingen, montage en geluidseffecten.
Dat De Bont een film maakte die de onzichtbare spoken van Wise door digitale strapatsen vervangt viel te verwachten. Dat hoeft de spanning niet in de weg te staan, zo bleek uit Poltergeist. De spookhuisfilm uit 1982 was ook een uitstalkast voor destijds moderne trucagetechnieken, maar met Tobe Hooper aan het roer was de spanning om te snijden. De horrorveteraan schreef eerder met The Texas chainsaw massacre dan ook het ultieme filmische equivalent van een nachtmerrie op zijn naam. De Bont vertrouwt teveel op het werk van vormgever Eugenio Zanetti, die van de interieurs een fraai gotisch delirium maakte, en van de digitale goochelaars, die Zanetti's sculpturen tot leven wekken. Dat levert geen enge momenten op, maar scènes die men lang van te voren aan ziet komen. Ornamentje op de schouw? Zal wel tot leven komen. Enorm stenen beeld in de plantenkas? Idem dito. Hemelbed met spinachtige versieringen? Jawel. Nee, dan Poltergeist: daar kroop een doodgewone biefstuk over het aanrecht!

Technocraat
Het voorspelbare karakter van The haunting is niet alleen fnuikend voor de spanning, het geeft de kijker ook alle gelegenheid zich in details te verdiepen die geen enkele aandacht kunnen verdragen. Voorbeeld: Catherine Zeta-Jones introduceert zichzelf met de mededeling dat ze biseksueel is, maar dat blijkt voor plot en personage van nul en generlei waarde. Dachten de heren achter de film soms dat we het allemaal wel lekker zouden vinden om over triootjes met het snoepje van de week te fantaseren? Ander voorbeeld: aan de binnenkant beschikt het spookhuis over een overdaad aan gotische ramen, alle buitenscènes tonen een Brits huis dat in Tudor-stijl is gebouwd en dus niet één gotisch raam bevat. Gevolg: tussen de studio- en locatiescènes gaapt een enorme kloof.
Het wekt weinig verbazing dat The haunting door sommige Amerikanen als camp ervaren wordt: wie met die instelling naar de film gaat kan zich flink bescheuren. Als horrorliefhebber kan ik er echter niet om lachen. De film is een gemiste kans, gedraaid door een technocraat die geen moment de indruk wekt enige passie voor het genre te koesteren. En dat is schrijnend, want waar De Bont flink mag uitpakken zitten specialisten als John Carpenter en George Romero aan de zijlijn. Ze staan waarschijnlijk als onhandelbaar te boek; ze houden meer van het genre dan Hollywood lief is.

Bart van der Put

The haunting
Verenigde Staten, 1999
Productie: Susan Arnold, Donna Arkoff Roth en Colin Wilson
Regie: Jan de Bont
Scenario: David Self, gebaseerd op 'The haunting of Hill House' van Shirley Jackson
Camera: Karl Walter Lindenlaub
Geluid: Gary Rydstrom
Montage: Michael Kahn
Art direction: Eugenio Zanetti
Special effects: Phil Tippett en Craig Hayes
Muziek: Jerry Goldsmith
Met: Liam Neeson, Lili Taylor, Catherine Zeta-Jones, Owen Wilson
Kleur, 125 minuten
Distributie: UIP
Te zien: vanaf 14 oktober

Naar boven