April 2000, nr 210

L'humanité

Wandelende Franse treurwilg

Het speelfilmdebuut van Bruno Dumont ging over werkloze jongeren die zich vervelen in het Noord-Franse dorpje Bailleul. Het verhaal kreeg echter een universele, religieuze lading doordat hij het La vie de Jésus noemde. Ook met zijn nieuwe film zet hij, gezien de titel L'humanité, hoog in.

Opnieuw speelt Dumonts nieuwe film zich af in Bailleul, het ingeslapen Noord-Franse Nergenshuizen dat ook het decor vormde voor zijn debuut La vie de Jésus. Hier woont de zwijgzame politiecommissaris Pharaon De Winter die de verkrachting van en moord op een elfjarig meisje onderzoekt. Erg veel leveren zijn naspeuringen niet op; hij beperkt zich tot wat routineuze ondervragingen. Dat aan het einde van de film de dader wordt ontmaskerd, is niet aan hem te danken.
Het was ook niet de bedoeling van Dumont om Pharaon de uitstraling van een doortastende politiecommissaris te geven. Pharaon is het soort man zonder eigenschappen die in de ogen van Dumont het leed van de wereld op zijn schouders draagt. Soms krijgt hij zelfs de trekken van een Verlosser. Als een soort heilige drukt hij een gearresteerde drugsdealer en de dader van de moord tegen zich aan, alsof hij ze zo troost en vergeving geeft. Het lijkt er zelfs op dat hij een keer van de grond opstijgt, zodat hij een paar decimeters boven het, overigens schitterend gefotografeerde, landschap zweeft. Vanuit het perspectief van de timide politie-inspecteur Pharaon De Winter wil Dumont ons een panorama tonen van de menselijkheid, of het ontbreken daarvan. Hij beziet het ingeslapen, kille leven in Bailleul, en beantwoordt dit slechts met zijn droeve blik.

Elektroshocks
Dat staren is eigenlijk het enige wat Pharaon doet. In de tweeëneenhalf uur veranderen zijn droeve hondenogen geen enkel moment van uitdrukking. Deze wezenloze blik is ongetwijfeld de reden waarom Dumont Emmanuel Schotté bij de sociale dienst vandaan geplukt heeft om de hoofdrol te spelen. De jury van Cannes was zo onder de indruk van hem, dat ze Schotté, net als zijn tegenspeler Séverine Caneele, beloonde met een Gouden Palm. Zelf kreeg Dumont de grote juryprijs voor L'humanité. Maar Schottés zogenaamde acteerprestaties zijn zeer beperkt. We kunnen Dumont slechts prijzen om zijn typecasting.
En eerlijk gezegd maakt Pharaon eerder de indruk van iemand die lijdt aan 'minimal brain damage' of een fiks aantal elektroshocks ondergaan heeft. Het is moeilijk om naar hem te kijken zonder te denken dat híj die moord op zijn geweten heeft en de eerste scènes bieden ook voeding aan die interpretatie.
Het lukt Dumont dan ook niet om via Pharaon een blik vol afschuw op de wereld te bieden. Wat Pharaon drijft, wat hij denkt, wat hij voelt: we komen het slechts mondjesmaat te weten. Dumont zet hem neer als één groot lijdend voorwerp, dat treurt om de mensheid. Maar dat verdriet is zo universeel en daardoor zo ongericht, dat L'humanité haar doel mist. Wat er ook gebeurt - als er al iets gebeurt -, zijn houding is even apathisch.

Rauw
Tegenover de weidse, in cinemascope gefilmde vergezichten van de Frans-Vlaamse streek, staan een paar schokkende beelden. Tot twee keer toe kijken we recht in een vagina, eenmaal van het verkrachte kinderlijkje, daarna van Pharaons buurvrouw Domino, die gespeeld wordt door Séverine Caneele. Ook de seks tussen haar en haar onsympathieke partner Joseph is bijzonder rauw gefilmd. Eenmaal kijkt Pharaon, die stiekem verliefd is op Domino, toe tijdens zo'n kille neukpartij. Het doet hem misschien beseffen dat seks alleen maar troosteloos of gewelddadig kan zijn en liefde niet bestaat.
L'humanité is een compromisloze film geworden, die veel vraagt van de toeschouwer en weinig handreikingen doet. Met zijn lange, traaggefilmde scènes nodigt Dumont uit tot reflectie over mens, mensheid en menselijkheid. Maar hij geeft ons niet genoeg stof om in te bijten. Het nabeeld van de film is onontkoombaar: Pharaons uitgestreken gezicht blijft in je geheugen gegrift. Maar wij zien slechts die wandelende treurwilg, niet de mensheid waar Dumont een film over wilde maken.

Pieter Bots

L'humanité
Frankrijk, 1999
Productie: Jean Bréhat, Rachid Bouchareb
Regie: Bruno Dumont
Scenario: Bruno Dumont
Camera: Yves Cape
Geluid: Pierre Mertens
Montage: Guy Lecorne
Art direction: Marc-Philippe Guerig
Muziek: Pichard Cuvillier
Met: Emmanuel Schotté, Séverine Caneele, Philippe Tullier, Ghislain Ghesquière
Kleur, 148 minuten
Distributie: Contact Film Cinematheek
Te zien: vanaf 13 april

Emmanuel Schotté als zwijgzame politie-inspecteur.


Bruno Dumont

"Ik wil dat het publiek zich verveelt"

Met zijn nieuwste film L'humanité won Bruno Dumont vorig jaar drie hoofdprijzen in Cannes, waaronder de Grote Juryprijs. "Ik geef niet veel om collectieve meningen", is de reactie van de regisseur, die zich liever bezighoudt met het extreem problematische karakter van het menselijk bestaan.

Voor filmmaker/filosoof Bruno Dumont is film niet een medium voor zorgeloos vermaak, het is een middel om tot bewustzijnsvergroting aan te zetten. Zijn ideeën over hoe films gemaakt en bekeken moeten worden, zijn op z'n zachtst gezegd afwijkend in de filmwereld, waar gemakzucht en consumentisme de boventoon voeren. Dumonts werkwijze lijkt op die van een filosofisch ingesteld beeldend kunstenaar, die zijn werken titelloos presenteert zodat de kijker er zelf een betekenis uit kan destilleren.
Toch draagt zijn nieuwste film L'humanité een titel waaraan niet de geringste associaties kleven. "Ik heb bewust gekozen voor een sterke en uitdagende titel", verklaart Dumont. "De Franse schilder Degas zei ooit: 'Je moet niet bang zijn om je leven in dienst te stellen van belangrijke dingen of om confronterende zaken aan de orde te stellen.' Ik weet niet of de mensheid als geheel me interesseert, maar het gaat me wel om ideeën en emoties die met menselijkheid te maken hebben. De mensheid is natuurlijk een veel te groot onderwerp voor een film. In L'humanité gaat het me in de eerste plaats om het verhaal en dan doet de titel er in feite ook weer niet zoveel toe. Het is eigenlijk een heel simpel verhaaltje, maar ik geloof dat we door die simpelheid in staat zijn om fundamentele thema's aan de orde te stellen."

Deformatie
Het is nooit Dumonts bedoeling geweest het de kijker makkelijk te maken. Dat geldt zowel voor de onderwerpen als de personages in zijn films. "Ik neem afstand van het soort films waarin helden gecreëerd worden, waarmee het publiek zich gemakkelijk kan identificeren en waar men een natuurlijke mate van sympathie voor kan opbrengen", stelt hij. "Sympathie voor een personage is iets dat de toeschouwer tijdens het kijken moet zien te ontdekken. Ik wil dat men zich moet inspannen om het karakter te begrijpen en te doorgronden.
"Er is in de filmkunst sprake van een vergaande deformatie door de suggestie dat personages toegankelijk en innemend moeten zijn. Het is met mijn personages net als in het echte leven, waar we met vallen en opstaan moeten leren om van de mensen die we ontmoeten te kunnen houden. Ook in het echte leven kom je mensen zoals [hoofdpersoon] Pharaon tegen die eigenlijk onze sympathie niet verdienen. De gedwongen omgang met dat soort figuren bewijst voor mij het beste het extreem problematische karakter van het menselijk bestaan.
"Een film is een ontwikkeling in tijd. Ik hou er van om heel eenvoudig en sober te beginnen en dan steeds verder uit te waaieren. Er moet progressie zijn en geen regressie. Alle personages in deze film maken een ontwikkeling door. Niet alleen Pharaon maar ook Domino en Joseph hebben aan het eind een dieper ontwikkeld zelfbewustzijn. Daarom glimlacht Pharaon aan het einde van de film en zien we Joseph en Domino allebei huilen.
"Een film moet de toeschouwer de tijd geven om aan het personage gewend te raken, om aan hem te ruiken en hem te leren kennen. Als filmmaker mag je daarom niet bang zijn voor de zogenaamde lege momenten. Een film kan niet alleen maar bestaan uit een aaneenschakeling van climaxen. Je hebt die scènes waarin helemaal niets gebeurt nodig om datgene wat later zal gaan gebeuren voor te bereiden."

Nostalgie
"Je moet jezelf als toeschouwer en als maker de ruimte geven om je te vervelen. Ik monteer zulke tergend langzame beelden, omdat ik wil dat het publiek zich verveelt. Niet tijdens het kijken, maar achteraf merkt men pas welke indruk een film heeft achtergelaten. De films waarbij ik me tijdens het kijken dodelijk verveelde, zijn wel de films geweest waaraan ik de beste herinneringen heb overgehouden. Dat heeft te maken met het gevoel van nostalgie. Films is namelijk geen medium van het moment."
Dumont legt aan de hand van een voorbeeld uit wat hij met dat laatste bedoelt. "Ik herinner me dat ik eens in een museum naar een schilderij van Monet stond te kijken en er niks aanvond. Achteraf, toen de herinnering aan het schilderij naar boven begon te komen, werd het pas mooi voor me. Niet het moment van het kijken zelf, maar de herinnering bepaalt de schoonheid. Ook bij een film is vooral datgene betekenisvol wat je er achteraf aan overhoudt. Het is net als met verliefdheid. Je voelt achteraf een intens verlangen naar die persoon en niet op het moment dat je samen bent. Ook dat verlangen is altijd gebaseerd op de afwezighe

François Stienen

Naar boven