April 2000, nr 210

The Hurricane

Bokser wordt martelaar

The Hurricane vertelt het levensverhaal van profbokser Rubin 'Hurricane' Carter (Denzel Washington), die werd veroordeeld tot driemaal levenslang wegens meervoudige moord. Ten onrechte, althans, daar is bijna iedereen het over eens. Een dramatische en confronterende geschiedenis, maar de film wil vooral hartverwarmend zijn.

Denzel Washington als de heiligverklaarde 'Hurricane'.

Feit en fictie. Werkelijkheid en fantasie. Twee werelden die we liever niet door elkaar halen. Journalisten verslaan de werkelijkheid en moeten zich daarbij aan de feiten houden; verhalenvertellers mogen er op los fantaseren. Maar niet andersom. Of wel? Moet een verhalenverteller zich ook aan de feiten houden als hij ware gebeurtenissen als uitgangspunt gebruikt? En moet hij rekening houden met personen die zichzelf in zijn verhaal als personage opgevoerd zien?
Die vragen dringen zich telkens weer op wanneer er een boek of film verschijnt waarin mensen gebeurtenissen teruglezen of -zien waarbij ze zelf op een of andere manier betrokken waren. Iedereen staat klaar om zijn eigen kant van de werkelijkheid met hand en tand te verdedigen. Recente voorbeelden genoeg: Freek de Jonge wond zich op over het boekenweekgeschenk van Harry Mulisch; fans van Andy Kaufman klaagden dat
Man on the moon hun idool als freak en niet als 'a real person' portretteerde, en '60 minutes'-verslaggever Mike Wallace eiste aanpassingen in het scenario van The insider.
Maar dat zijn allemaal akkefietjes vergeleken bij de controverse die in Amerika ontstond rond The Hurricane, de verfilming van het levensverhaal van Rubin 'Hurricane' Carter, de profbokser die in 1967 ten onrechte werd veroordeeld tot driemaal levenslang. Een jaar eerder werden Carter en John Artis, een jonge fan, na een avondje stappen opgepakt en ondervraagd in verband met een schietpartij in een bar, waarbij dubieuze getuigen twee zwarte mannen hadden zien wegrennen. Met twijfelachtige methodes kreeg de politie de zaak rond.
Tijdens zijn gevangenschap schreef Carter zijn autobiografie 'The sixteenth round', waardoor zijn zaak halverwege de jaren zeventig weer in de publiciteit kwam. Dat resulteerde in grootschalige protestacties, een benefietconcert en de inspanningen van beroemdheden zoals Bob Dylan die het indringende protestlied 'Hurricane' schreef. Er kwam een tweede proces, maar weer werden Carter en Artis schuldig bevonden. Daarna werd het stil rond The Hurricane. Totdat Lesra Martin, een kansarme zwarte knul uit New Jersey, Carters boek jaren later in de ramsj zag liggen. Lesra bracht Carters verhaal onder de aandacht van de Canadezen die zich over hem hadden ontfermd en bij wie hij inwoonde. Hun gezamenlijke speurwerk zou in 1985 tot de vrijlating van Rubin Carter leiden.

Manipuleren
Aldus de film. Journalist Selwyn Raab schreef een vernietigend stuk in The New York Times, waarin hij het lage waarheidsgehalte van The Hurricane hekelde. Raabs voornaamste klacht is dat de film de indruk wekt dat de Canadezen verantwoordelijk zijn voor Carters vrijlating, terwijl in werkelijkheid zijn advocaten alle eer toekomt. Na Raab meldde zich voormalig profbokser Joey Giardello, die ooit een bokswedstrijd van Carter won. De film suggereert dat er bij de jury racistische vooroordelen meespeelden. Enkele sportjournalisten bevestigden dat Giardello terecht als winnaar uit de strijd was gekomen. Minder triviaal is de actie van voormalig journalist Cal Deal, die in antwoord op de film zijn eigen website opstartte waarop hij een enorme hoeveelheid bewijs levert voor Carters schuld.
Persoonlijke grieven zijn begrijpelijk, maar ze zijn van generlei waarde bij de beoordeling van The Hurricane. Wie Carter uiteindelijk vrij kreeg, of Giardello's overwinning terecht was, ja zelfs of Carter echt onschuldig is of misschien toch niet, doet er allemaal niet toe. De waarheid moet gezegd en gehoord worden, maar niet in de bioscoop. Een filmmaker mag weglaten, verzinnen, verdraaien en manipuleren als dat een betere film oplevert. En dat hebben Dan Gordon en Armyan Bernstein ook gedaan bij het schrijven van het scenario.
Goed is The Hurricane daar echter niet van geworden, want de voornaamste bezwaren tegen de film hangen juist samen met de keuzes die gemaakt zijn bij het dramatiseren van Carters leven. De schrijvers hebben zich gebaseerd op Carters boek en dat van de Canadezen, 'Lazarus and the Hurricane', en hun scenario schakelt heen en weer tussen twee perspectieven. Dat levert een oninteressante, slecht uitgewerkte verhaallijn op over een stel Canadezen (John Hannah, Liev Schreiber en Deborah Kara Unger) die een arme, zwarte jongen bij zijn ouders weghalen teneinde hem een betere toekomst te bieden. Anderzijds worden dramatische gebeurtenissen uit Rubin Carters juridische strijd, zoals het verliezen van de tweede rechtszaak, overgeslagen.

Potsierlijk
Het relaas van een zwarte man die door een racistisch en corrupt politieapparaat en dito juridisch systeem bijna te gronde werd gericht, had een dramatische en confronterende film kunnen opleveren. Maar die geschiedenis wordt slechts als kapstok gebruikt voor een hartverwarmend verhaal over twee verwante zielen. Carters strijd tegen het verrotte systeem wordt gereduceerd tot een persoonlijk conflict met één racistische politieman, die Rubin Carter al vanaf diens jeugd achter de tralies probeert te krijgen. Deze rechercheur Della Pesca wordt door Dan Hedaya met zijn ongeschoren tronie als een potsierlijke B-film-booswicht neergezet.
Dat het Denzel Washington lukte Rubin Carter als een mens van vlees en bloed te spelen, is extra indrukwekkend als je ziet hoezeer de schrijvers hun best hebben gedaan Carter heilig te verklaren. De Golden Globe en Oscarnominatie zijn verdiend, maar Washingtons krachtige acteerprestatie was beter tot zijn recht gekomen in een film die minder had beantwoord aan de Hollywoodse vraag naar goedkope feelgood momenten en makkelijke oplossingen voor ingewikkelde problemen.
Norman Jewison heeft hier weinig aandacht voor de raciale kwesties die hij ruim dertig jaar geleden aan de kaak stelde met In the heat of the night. Dat Jewison en de zijnen zich niet aan de werkelijkheid hebben gehouden is hen te verwijten. Niet omdat een filmmaker de waarheid zou moeten eerbiedigen, maar omdat zij één fictieve schurk opvoeren, terwijl de feiten een monstrueus racistisch complot tegen één man doen vermoeden. En dat laatste had een betere film kunnen opleveren.

Roel Haanen

The Hurricane
Verenigde Staten, 1999
Productie: Armyan Bernstein, Norman Jewison, John Ketcham
Regie: Norman Jewison
Scenario: Armyan Bernstein, Dan Gordon
Camera: Roger Deakins
Montage: Stephen Rivkin
Art direction: Philip Rosenberg
Muziek: Christopher Young
Met: Denzel Washington, Vicellous Reon Shannon, Deborah Kara Unger, Liev Schreiber, John Hannah, Dan Hedaya, Rod Steiger
Kleur, 125 minuten
Distributie: RCV Film Distribution
Te zien: vanaf 6 april

Cal Deals website 'Hurricane: the other side of the story': www.graphicwitness.com/carter/

Naar boven