Mei 2000, nr 211

Mansfield Park

De gevaren van de liefde

De Canadese regisseuse Patricia Rozema liet zich niet in het korset van de romanverfilming dwingen en liet de schrijfster Jane Austen vrolijk haar eigen verhaal binnenwandelen. Voor puristen is het misschien even schrikken, maar de combinatie van Austens derde grote roman 'Mansfield Park' (1814) en enkele jeugdgeschriften en vrijgegeven brieven, levert uiteindelijk een aangenaam speelse milieuschets op.

Jonny Lee Miller (l.) en Frances O'Connor in Mansfield Park: Niet alleen suggestieve blikken.

Met de verfilmingen van Persuasion, Sense and sensibility en Emma was er midden jaren negentig duidelijk sprake van een Jane Austen-hausse. De Grote Jane Austen Inhaalmanoeuvre leverde indertijd zelfs twee Emma's op, die van Gwyneth Paltrow, gekleed in typisch negentiende-eeuwse robes, en die van Alicia Silverstone, trots en trendy in haar veelkleurige 'highschool-outfit'. Amy Heckerling was er met haar brutale 'highschool'-variant Clueless wonderwel in geslaagd om de beruchte koppelaarster over te hevelen naar een moderne middelbare school in Beverly Hills. Zo ver als Heckerling gaat Rozema niet. Als locatie voor een serie nieuwe liefdesperikelen koos ze de zestiende-eeuwse burcht Kirby Hall, gelegen in het groene heuvellandschap van Northamptonshire. Het is een fraaie 'stand-in' voor Mansfield Park, het onderkomen van de puissant rijke familie Bertram die best bereid is om een arm nichtje uit Portsmouth in haar midden op te nemen. Dat Fanny Price vooral wordt verwelkomd als dienstertje en als zodanig een eigen plek op de rommelzolder krijgt toebedeeld, is in de negentiende-eeuwse standenmaatschappij niet meer dan vanzelfsprekend. Sir Thomas Bertram die zijn society-leven financiert door er in West-Indië een plantage met zwarte slaven op na te houden, kent zowel letterlijk als figuurlijk het klappen van de zweep. Dat deze goedgeklede slavendrijver uitgerekend wordt gespeeld door de geëngageerde Britse toneelschrijver Harold Pinter getuigt van een sterk staaltje tegendraadse casting.

Assepoester
Als een typische Austen-heldin staat Fanny Price dus aan de zijlijn en daarmee glijdt ze als vanzelf in de rol van observator. Met dit gegeven haalt Rozema ook haar trucje uit. Anders dan in Austens roman zet ze Fanny Price op haar zoldertje aan de schrijftafel. De brieven die ze aan haar zusje in Portsmouth schrijft en die vol geestige observaties staan, worden door Fanny luidkeels gedeclameerd, met een blik recht in de camera. Met die brieven, ontboezemingen van Austen zelf, sleept Rozema op inventieve wijze autobiografische bronnen het verhaal binnen. Via Fanny Price introduceert ze zonder omhaal ook Jane Austen in haar film.
De Australische Frances O'Connor die onlangs nog te zien was in een Britse tv-bewerking van Madame Bovary, maar die vooral bekendheid verwierf met haar rol als lesbienne in Love and other catastrophes, speelt de getalenteerde assepoester met zichtbaar plezier. Met opgekrulde mondhoeken en kuiltjes in de wangen, mengt ze zich in discussies en dient ze het gezelschap stevig van repliek. De blikken die ze uitwisselt met neef Edmund (opnieuw een voortreffelijke rol van Jonny Lee Miller) verraden genoeg, maar de stoorzenders die zich met twee huwbare Londense bezoekers (broer en zus Crawford) aandienen zijn niet van de lucht. De vrolijke clavecimbeldeuntjes zullen vanaf dat moment verstommen en de machinaties binnen het society-leven worden naar een dramatisch hoogtepunt gestuwd. Evenals in de Henry James-verfilming The wings of the dove (de sleetse symboliek van de bevrijde duif keert helaas ook terug in Mansfield Park) moeten de huwelijkskandidaten een keuze maken tussen het hoofd en het hart. Het aardige van Rozema's film is, dat beide opties een gevaar herbergen.

Belinda van de Graaf

Mansfield Park
Engeland, 1999
Productie: Sarah Curtis
Scenario en regie: Patricia Rozema
Camera: Michael Coulter
Geluid: Glenn Freemantle
Montage: Martin Walsh
Art direction: Andrew Munro
Muziek: Lesley Barber
Met: Frances O'Connor, Jonny Lee Miller, Harold Pinter en Alessandro Nivola
Kleur, 112 minuten
Distributie: Indies
Te zien: vanaf 11 mei

Naar boven