Juli/augustus 2000, nr 213

High fidelity

Verliefd op vinyl

Popmuziek is een manier van leven. Een 17-jarige hoef je dat niet uit te leggen, die lapt alle regels toch wel aan zijn laars. Maar hoe zit het als je twee keer zo oud bent en je nog steeds je platencollectie belangrijker vindt dan je relatie? Dan heb je een probleem. Dan krijg je een film als High fidelity.

Planeet Platenzaak.

Ook in de popmuziek kun je tegenwoordig oud en grijs worden. 'I hope I die before I get old', zong Pete Townshend ooit. Maar hij werd oud, ging niet dood en behield zelfs zijn waardigheid (of iets wat daar op lijkt). Het waanidee dat popmuziek iets was waar iemand zich na zijn dertigste, en later veertigste verjaardag niet meer mee bezig kon houden, verdween in de mist van de tijd. Al betekent dat niet dat er geen grenzen meer zijn aan de beleving van popmuziek. Ze liggen alleen wat verdekter opgesteld. Neem het bezoeken van concerten. Wie met zijn tijd meegaat - en niet met zijn generatiegenoten - en op zoek blijft naar vernieuwende, hippe bands vraagt zich met het verstrijken der jaren steeds vaker af waar alle bekende gezichten uit het verleden toch zijn gebleven. Die zitten bij de reünietournee van Kayak. Of erger nog: thuis bij vrouw en kinderen. En gaan één keer per jaar naar The Rolling Stones. Het is voor de ware muziekliefhebber vol te houden, maar op den duur wordt het wel een eenzame strijd.

Uitweg
Mensen die ook na hun dertigste nog fanatiek bezig zijn met popmuziek, zijn dan ook vaak beroepsmatig met het medium verbonden. Ze werken in platenzaken of voor platenmaatschappijen, schrijven of fotograferen voor tijdschriften, draaien plaatjes op de radio of in clubs, regisseren video's of zenden ze uit. Dergelijke vrijplaatsen bieden niet alleen onderdak aan mensen die hun hart op jonge leeftijd aan popmuziek hebben verloren, maar zijn ook de ideale uitweg voor mensen die de behoefte voelen hun puberteit voor onbepaalde tijd te verlengen. De onregelmatige uren die het werken in de muziekwereld met zich meebrengt, maken het mogelijk er een tamelijk asociale manier van leven op na te houden. Vriendjes en vriendinnetjes dienen zich aan te passen aan de werk-, slaap- en etenstijden van de persoon met de populaire job. Ouders die zich afvroegen wanneer je nou eens echt wat met je leven ging doen, kunnen nu vrijelijk worden afgebekt of genegeerd. En het belangrijkste: de eigen muzieksmaak is maatgevend, die van een ander deugt per definitie niet.
Het is een geweldig leven, vol gratis cd's, concerten en vrijblijvende contacten, tot je de dertig bent gepasseerd en je leven in een neerwaartse spiraal dreigt te raken. De in vinyl gespecialiseerde platenzaak die je drijft, trekt steeds minder klanten omdat je nog nooit van klantenbinding hebt gehoord. Opstaan na een nacht doorhalen kost steeds meer moeite. Je ouders doen alsof je een wezen van een andere planeet bent. En de vrouw die 't het langste met je uithield - ze vond je aanvankelijk wel interessant omdat je ooit dj was in haar favoriete club - blijkt een ander te hebben en verhuist. Je verdrijft het verdriet door muziek te draaien waarbij je niet aan haar hoeft te denken. Vervolgens luister je naar alle liedjes die wel aan haar herinneren. En na verloop van tijd stel je jezelf de vraag: ben ik naar popmuziek gaan luisteren omdat ik ongelukkig was of ben ik ongelukkig omdat ik naar popmuziek luister?

IJdelheid
Dit is het instappunt van High fidelity, gebaseerd op de bestseller van Nick Hornby en invoelend geregisseerd door Stephen Frears, al is het duidelijk dat hoofdrolspeler, coproducent en coscenarist John Cusack de drijvende kracht achter de film is. Het is ook het moment waarop Rob Fleming (Cusack) over zijn leven begint na te denken. Over muziek, vrouwen, werk en de toekomst. De juiste platencollectie en de verkeerde baan. Bindingsangst en volwassen worden. Over het onderwerp van de meeste popliedjes: liefde.
Ik ken iemand als Rob. Sterker nog: ik ken talloze mensen als Rob. Misschien ben ik zelf (ooit) een Rob (geweest). Robs hoofd zit vol met liedjes over liefde. Het is de soundtrack van zijn leven. Maar in feite weet hij er geen fuck vanaf. In een uitgebreide monoloog waarbij Rob tussen de bedrijven door tegen de camera praat, wat door Cusacks uitstraling beter werkt dan verwacht, vertelt hij over zijn ex-vriendinnen. Aan de hand van een Top-5 lijstje - een rode draad in boek en film - bepaalt hij welke relationele breuken hem het diepst hebben geraakt. Het zijn archetypen met een universele herkenbaarheid: de eerste liefde op het schoolplein; de vriendin die wilde wachten met seks; de rebound-vriendin die zelf ook net door haar partner was gedumpt. De vriendin die je van je beste vriend afpikt (deze relatie zit wel in het boek, maar wordt in de film overgeslagen. Naar verluidt wilde Cusack niet te onsympathiek overkomen). En cruciaal: de vriendin die te mooi is om waar te zijn. Het meisje van wie je denkt dat ze de grote liefde is. Maar ook het meisje van wie je nooit helemaal zeker bent en die er uiteindelijk ook vandoor gaat met een man die veel knapper is dan jij. De vrouw over wie je ook jaren later nog vol ongeloof denkt: heb ik daar ooit een relatie mee gehad? De relatie waar je eigenlijk nooit overheen komt en die dodelijk is voor de eigenwaarde van de hoofdpersoon. De vriendin met het uiterlijk van Catherine Zeta-Jones (uitstekend gecast, volstrekt geloofwaardig gespeeld).
Rob raakt zijn ambities kwijt, stopt met studeren en gaat in een platenzaak werken. Vanaf dat moment is muziek de enige vriendin die je echt kunt vertrouwen. Verliefdheden worden minder intens, toch gaan relaties langer duren. Het lijdt geen twijfel dat de vriendin door wie Rob aan het begin van de film wordt gedumpt, Laura (Iben Hjelje, uit
Mifune's last song) met stip stijgt op bovengenoemde lijst. De rest van de film probeert Rob haar terug te krijgen. Een oud gegeven, maar de invulling bruist. In één scène verschijnt zelfs Bruce Springsteen aan Robs bed om goede raad te geven. En terwijl Laura het met een ander probeert, wordt Robs misère tijdelijk verlicht doordat een van zijn natte dromen in vervulling gaat: hij beleeft een romantische nacht met een door Lisa Bonet gespeelde folkzangeres. Alles is ijdelheid, en niet alleen in de filmwereld.

Slecht gemanierd
Behalve liefde gaat High fidelity ook over de verschillende manieren waarop mannen en vrouwen met popmuziek omgaan. Mannen blinken uit in oeverloze conversaties over individuele songs, gitaarsolo's, producers en zijn zeer bedreven in het vergelijken van de ene artiest met de andere: mijn favoriete cd is immers beter en belangrijker dan de jouwe. Vrouwen houden zich niet met dat soort pietluttigheden bezig. Rob herinnert zich niet alleen de titel van het liedje dat hen samenbracht ('Got to get you off my mind'), maar ook de artiest (Solomon Burke). Laura weet alleen de titel nog. Hij vindt dat niet kunnen. Zij vindt het leiden van haar leven belangrijker. De vergelijking met 'Fever pitch', een ander boek van Nick Hornby, dringt zich op. Of het nou gaat om voetbal, muziek of auto's: voor mannen is het een zaak van leven en dood. Vrouwen zijn daar over het algemeen te nuchter voor. En gelijk hebben ze.
Hoewel Rob als 'everyman' wordt gepresenteerd, is hij voor de gemiddelde vrouw een raadsel. Hij maakt geen bijster sympathieke indruk, is lichtgeraakt en egocentrisch. In zijn platenwinkel Championship Vinyl werken bovendien twee 'vrienden' die ook al geen reclame zijn voor het mannelijk geslacht. Een bebrilde nerd, Dick, die niet praat maar fluistert, elke vraag drie keer herformuleert voordat hij hem eindelijk stelt, niet tegen confrontaties kan en demo-cassettes verzamelt van bands waarvan nog nooit iemand heeft gehoord. Maar hij bedoelt het goed. De ander is Barry, een onbehouwen rouwdouwer, een dikzak bovendien, slecht gemanierd, op een agressieve manier confronterend. Zo iemand met wie je binnen een halve minuut voor de rest van je leven ruzie kan hebben. Iemand die Stevie Wonders 'I just called to say I love you' niet gewoon slijmerig vindt, maar een misdaad tegen de mensheid. Barry en Dick zijn honderd procent levensecht. Het is hilarisch om Rob te horen vertellen dat hij ze voor drie dagen in de week had aangenomen, maar dat ze binnen de kortste keren elke dag kwamen, omdat ze nergens anders hadden om naar toe te gaan. Het komt ook dicht bij huis.

Swingen
Sterker nog dan het boek van Hornby - dat zich afspeelt in Londen, terwijl de film in Chicago is gesitueerd, maar de verschillen zijn verder gering - verklankt de film het gevoel dat popmuziek de soundtrack van ons leven vormt. De film heeft daarbij op het boek voor dat aan elke gemoedstoestand van de hoofdpersoon onmiddellijk een passend liedje kan worden toegevoegd. Volgens de credits van de film worden er maar liefst 59 liedjes in de film gebruikt - Robs muzieksmaak kent nauwelijks stilistische grenzen, hij houdt alleen niet van hiphop. "Let op, ik ga cd's van The Beta Band verkopen", zegt Rob op een drukke zaterdagmiddag en laat zien wat de kick is van het runnen van een platenzaak. Hij zet een nummer op van deze Britse cult-groep, die een nauwelijks benoembare vorm van ambient folk-dance maakt, en binnen afzienbare tijd staan de meeste klanten mee te swingen. Daar doe je het voor.
Een andere scène die in het geheugen blijft hangen: Barry komt op maandagmiddag binnen en draait zijn speciale maandagochtend compilatietape, die begint met het irritant vrolijke 'Walking on sunshine' van Katrina and The Waves, hetgeen meteen tot ruzie leidt met Rob en Dick. Popmuziek is alomtegenwoordig in High fidelity, maar toch zitten er geen scènes in de film die je nooit meer los kan zien van de muziek die erbij wordt gebruikt, zeker niet in emotioneel opzicht. Het is geen Magnolia, waarbij de liedjes van Aimee Mann een belangrijk onderdeel van de film vormen, of Chungking express, waarbij 'California dreaming' zo vaak voorbijkomt dat film en lied onlosmakelijk met elkaar verbonden raken. Zoals ik na het zien van Reservoir dogs nooit meer 'Stuck in the middle with you' van Stealer's Wheel heb kunnen horen zonder een afgesneden oor voor me te zien. Maar dat geeft niet. High fidelity is een innemende, charmante komedie - en een must voor iedereen die vol overgave van popmuziek houdt.

Oene Kummer

High fidelity
Verenigde Staten, 2000
Productie: Tim Bevan, Rudd Simmons
Regie: Stephen Frears
Scenario: D.V. DeVincentis, Steve Pink, John Cusack, Scott Rosenberg
Camera: Seamus McGarvey
Montage: Mick Audsley
Art direction: Nicholas Lund
Kostuums: Laura Cunningham Bauer
Muziek: Howard Shore
Met: John Cusack, Iben Hjejle, Joan Cusack, Tim Robbins, Lisa Bonet, Catherine Zeta-Jones, Lili Taylor
Kleur, 113 minuten
Distributie: Buena Vista
Te zien: vanaf 24 augustus

Naar boven