December 2000, nr 217

Vengo

De flamenco-vendetta

Tony Gatlif maakt vooral films over de zigeunerwereld, waarbij hij altijd waakt voor romantisering. Elke film van hem bevat momenten die de kijker in zijn ziel raken, ook Vengo, zijn hommage aan de flamenco.

Danseres stort zich in het leven.

Voor sommige filmmakers heb je een zwak. Ik heb dat voor Tony Gatlif sinds ik in 1982 zijn internationale doorbraak Les princes zag. Eindelijk een film over zigeuners die niet zwolg in exotisme en romantiek, maar die een helder inzicht gaf in het zigeunerbestaan. Wat de film bijzonder maakte was dat hij meer was dan een aanklacht tegen (Frans) racisme en discriminatie. De in Algerije geboren zigeuner Gatlif stak de hand ook in eigen boezem: zigeuners moesten begrijpen dat de samenleving geen behoefte meer heeft aan scharenslijpers en mandenvlechters. Het werd tijd dat zigeuners dat inzagen en beroepen gingen uitoefenen waarmee ze de kost kunnen verdienen. Als Les princes nu gemaakt zou zijn, zou Gatlif ongetwijfeld de ICT-branche aanprijzen, maar in 1982 dacht een verlichte zigeuner in zijn film aan beroepen als tv-reparateur en automonteur. Prozaïsch? Jawel, maar een realistisch tegengif tegen romantisering.
Gatlif was een maker om in de gaten te houden, maar in Nederland viel dat niet mee. Alleen Rue du départ (1985) werd hier nog uitgebracht, maar daarna werd Gatlif genegeerd. Pleure pas my love (1988) en Gaspard et Robinson (1990) kreeg het Nederlandse publiek niet te zien. Dat zelfs Latcho drom (1993) werd overgeslagen, was helemaal onbegrijpelijk. In de geweldige documentaire volgt Gatlif de historische trek van zigeuners uit India naar West-Europa. Dat Gatlifs opvatting over de ontstaansgeschiedenis van zigeuners door moderne historici als een mythe wordt afgedaan, is niet erg, want Latcho drom gaat vooral over muziek. De film is een musicologisch document, dat zigeunermuziek uit talrijke landen vastlegt. Het resultaat is een staalkaart van muziekstijlen.

Andalusië
Na Latcho drom maakte Gatlif twee tv-documentaires - over Cubaanse en Corsicaanse muziek - waarna hij met
Gadjo dilo (1997) weer een speelfilm maakte, die, vijftien jaar na Le princes, voor de verandering ook Nederland bereikte. Gadjo dilo is een aanklacht tegen Roemeense zigeunerhaat, maar zoals eerder Les princes verhult de film niet dat de traditionele opvattingen die veel zigeuners erop nahouden integratie in de weg staan. Na Gadjo dilo maakte Gatlif Je suis né d'une cigogne (1998). De innemende film over jonge immigranten in Zuid-Frankrijk was in Nederland alleen op het Filmfestival Rotterdam te zien. Dat Gatlifs meest recente film Vengo wel de bioscoop haalt, bewijst hoe wispelturig Nederlandse distributeurs zijn, want de film is een typische Gatlif-film. Als Vengo het waard is om uitgebracht te worden, waarom zijn andere films dan niet?
Vengo is een hommage aan de flamenco en hoewel het een speelfilm is, doet de film denken aan Latcho drom, want de muziek staat centraal. Door te kiezen voor een speelfilm heeft Gatlif het zich moeilijk gemaakt, want hoe vertaal je het 'flamenco-gevoel' in een speelfilm? In een documentaire had hij kunnen volstaan met flamencozangers en -dansers, maar conventionele speelfilms - en Gatlif is een conventionele speelfilmmaker - eisen een narratief verloop. De maker verzon een verhaaltje over twee rivaliserende families, die in een vendetta verwikkeld zijn. Hoofdpersoon Caco (de flamencodanser Antonio Canales) speelt een vader, die, opgejaagd door zijn verdriet om de dood van zijn dochter, met zijn debiele neefje Diego Andalusië doorkruist. Onderweg storten zij zich in feesten, waar flamencozangers en -zangeressen hun hart uitschreeuwen. De tocht komt tot een einde als de twee op de rivaliserende familie stuiten.

Tomeloze vreugde
Zoals elke Gatlif-film is Vengo geen perfecte film. Gatlif is geen maker die verrast met visuele hoogstandjes of inventieve scenariowendingen. Zijn films imponeren niet, maar nemen je voor hen in. Ze doen denken aan de manier waarop kinderen struikelend over hun enthousiasme je een verhaal vertellen: zich verstrikkend in details zodat de essentie je hortend en stotend bereikt. Gatlifs films bevatten stoplappen en gaten en komen soms tot stilstand. Scriptdokters zullen popelen om zijn scenario's eens lekker onder handen te nemen.
Godzijdank houdt Gatlif hen op afstand, zodat zijn films nooit gladgestreken verhalen zijn. Juist de imperfectie van zijn films creërt ruimte voor authenticiteit. Elke film van hem bevat momenten die de kijker in zijn ziel raken. Waarmee Gatlif zijn doel heeft bereikt, want het gaat hem om het slopen van de barrière tussen de kijker en de zigeunerwereld. Cynici zullen het een naïeve filmopvatting vinden, maar hebben zij de wereld iets beters te bieden? Gatlifs eenvoud moeten we koesteren.
Gatlif maakt geen films omdat hij een mooi verhaal wil vertellen, maar omdat hij iets te vertellen heeft. Dat zijn films imperfect zijn past uitstekend bij zijn levensopvatting: het leven is niet perfect, maar dat is geen reden om in een hoekje weg te kruipen. In al zijn films storten de personages zich in het leven. Soms met tomeloze vreugde, soms met diep verdriet, maar nooit alleen. Ze begrijpen dat het leven alleen zin krijgt als ervaringen worden gedeeld. Wie de 66-jarige zangeres La Paquera de Jerez de flamenco hoort uitschreeuwen, begrijpt het.

Jos van der Burg

Vengo
Frankrijk/Spanje, 2000
Productie en regie: Tony Gatlif
Scenario: Tony Gatlif, David Trueba
Camera: Thierry Pouget
Montage: Pauline Dairou
Art direction: Brigitte de la Calle
Muziek: Tony Gatlif, La Caita, Ahmad Al Tuni e.a.
Met: Antonio Canales, Orestes Villasan Rodriguez, Antonio Perez Dechent, Bobote, Juan-Luis Corrientes
Kleur, 90 minuten
Distributie: Contact Film Cinematheek
Te zien: vanaf 7 december

Naar boven