Januari 2001, nr 218

Er was eens...: de onvertoonde film

De vaderlandse filmgeschiedenis kent twee obscure precedenten van de dreigementen rond de Ajax-documentaire. Filmjournalist Hans Beerekamp duikelde ze op.

Er was eens, lang geleden, een tijd dat het Nederlandse bioscoopbedrijf pal stond tegen pogingen van het rapalje om vertoningen van een onwelgevallige film te verhinderen. Het beroemdste voorbeeld stamt uit 1936 of 1937, toen sympathisanten van de NSB voor een Amsterdamse bioscoop postten, om onmiddellijke stopzetting te eisen van de vertoning van La kermesse héroïque. Die Franse komedie van regisseur Jacques Feyder speelde zich af in een Vlaams stadje anno 1616, waar de Spaanse furie dreigde toe te slaan. De vrouwelijke inwoners zetten het tot wederzijds genoegen op een vrijen met de Spaanse soldaten, zodat van plunderen al helemaal niets meer kwam. De Nederlandse en Belgische nationaal-socialisten achtten Feyders satire een postume bezoedeling van de Dietsche eer, maar onder politiebegeleiding werden de voorstellingen geprolongeerd.
Ook een door feministen in 1981 naar het doek van Tuschinski geworpen verfbommetje als daad van verzet tegen de vrouwonvriendelijkheid van Brian De Palma's thriller Dressed to kill bevorderde slechts de nering van een professioneel schoonmaakbedrijf. En dat Leni Riefenstahls magnum epos Triumph des Willens tot voor kort slechts vertoond mocht worden voor wetenschappelijke doeleinden, of op z'n minst voorzien van een inleiding die wijst op de verderfelijkheid van nazi-propaganda, heeft weer niets met buitenparlementaire actie te maken. Dat lag meer in het verlengde van een debatje in de jaren negentig over de vertoning in het kader van het IDFA van de documentaire Beruf: Neonazi: je kon het een goed of een slecht idee vinden, maar niemand was van plan toeschouwers te beletten om iets te bekijken wat slecht voor hen of voor de wereld was.
Nee, om een precedent te vinden van het schielings terugtrekken door bioscoopexploitanten in Utrecht, Den Haag, Rotterdam en Groningen van de documentaire
Ajax: daar hoorden zij engelen zingen, omdat supporters van plaatselijke voetbalclubs geen "jodenfilm" in hun stad dulden, en die woorden met daden kracht bij dreigen te zetten, moet je naar meer obscure passages in de vaderlandse filmgeschiedenis zoeken. Ik ken er twee. De eerste was het gevolg van een radicale verzetsdaad, namelijk het in de brand steken door een individuele moffenhater van de Amsterdamse bioscoop Rembrandt in de Tweede Wereldoorlog. Het was meteen afgelopen met het Hollandse vlaggenschip van de UFA, waar goede vaderlanders schuldbewust en in het geniep van Marika Rökk en Zarah Leander plachten te genieten. Het tweede voorbeeld stamt uit het begin van de jaren tachtig. De satire The Gods must be crazy, geregisseerd door de Zuid-Afrikaan Jamie Uys, waarin een Bosjesman in de jungle een lege colafles vindt, en denkt dat de goden die daar neergelegd hebben, was in de hele wereld een onverwacht groot bioscoopsucces. De Nederlandse rechten waren verworven door distributeur Paerl Film, voorheen Universal Film Agency, een klein familiebedrijf van vader en zoon, dat voor het eerst een echte hit in handen leek te hebben. In de week voordat de première van The Gods must be crazy was aangekondigd, dreigden anti-apartheidsactivisten met een picket-line voor de bioscoop. Dat was genoeg om de uitbreng uit te stellen, naar bleek tot Sint Juttemis, want er is nooit meer iets van gekomen. Kennelijk was Paerl Film toch niet helemaal gerust dat het in Botswana gedeponeerde copyright van de film geen schending zou betekenen van de boycot van Zuid-Afrika door de Verenigde Naties, ook al had men daar in de rest van Europa en Noord-Amerika minder moeite mee.
In alle hier genoemde gevallen waren er meer of minder valide argumenten die tegen vertoning van de betreffende film pleitten. In de Ajax-kwestie ontbreekt elk zinnig argument. Misschien zijn de slappe knieën van de exploitanten een poging om aan te tonen dat het filmbedrijf, na het verdwijnen van de Nederlandse filmkeuring, in staat is tot zelfregulering. Of is het einde van de geschiedenis dat het licht in de projector dooft, wanneer lijf en goed op het spel staan?

Hans Beerekamp

Naar boven