Maart 2001, nr 220

Bahman Ghobadi

Van smokkelaar tot pionier

Een tijd voor dronken paarden is de verfilming van de jeugdherinneringen van regisseur Bahman Ghobadi, ooit smokkelaar in Iran. "Deze film is een schreeuw waarin mijn verleden zit samengebald."

Koerdistan is hard op weg een geliefd filmdecor te worden. Gezien het landschap is dit niet zo verwonderlijk. De kleurenpracht van de zomer is overweldigend, de winter schotelt een veelheid aan grijsschakeringen voor. Dramatische rotspartijen, een bevolking met gegroefde koppen en nergens een fabrieksschoorsteen of hoogspanningsmast te bekennen: een filmmaker kan het zich bijna niet beter wensen. Samira Makhmalbaf nam er haar nieuwe film Blackboards op. Farhad Mehranfar filmde er. En ook het meervoudig bekroonde De wind zal ons meenemen van de Iraanse meester Abbas Kiarostami speelt zich af in het berggebied tussen Iran, Irak en Turkije.
Een tijd voor dronken paarden van Bahman Ghobadi (1969, Baném, Iran) kan zonder meer in het bovenstaande rijtje van 'Koerdische films' worden geplaatst. Met een belangrijke toevoeging: dit is de eerste film over Koerdistan die niet gemaakt is door een buitenstaander. Het is tevens de eerste Iraanse film waarin het Koerdische dialect gesproken wordt. En op dat feit is Ghobadi heel erg trots. "In honderd jaar filmgeschiedenis ben ik dan eindelijk de eerste Koerdische filmmaker in Iran."
In Een tijd voor dronken paarden laat Ghobadi het harde Koerdische bestaan van binnenuit zien. De film vertelt het verhaal van vijf wezen die zich in een bergdorp in leven proberen te houden met rottige baantjes in de nabijgelegen stad. Als het aan een zeldzame spierziekte lijdende broertje Madi dreigt te overlijden, laat een zus zich uithuwelijken en trotseert de oudste broer kou, grenswachten en struikrovers om met het smokkelen van vrachtwagenbanden geld bij elkaar te krijgen voor een operatie.
De ruwe documentairestijl verleent de film een bijzonder realistische uitstraling. Maar de authenticiteit steunt zeker ook op het hoge autobiografische gehalte van Een dag voor dronken paarden. "Deze film is een schreeuw waarin mijn verleden zit samengebald", aldus Ghobadi. "Het dorp in de film is het dorp waar ik opgroeide. Zelf heb ik ook vanaf mijn vijftiende gewerkt om geld te verdienen voor mijn familie. Smokkelaar is een van de beroepen die ik toen had."
Dat zijn jeugdherinneringen niet in poëzie of schilderkunst zijn verwerkt maar in film, een medium dat geen historie heeft in Koerdistan, berust volgens Ghobadi op toeval. "Ik heb nooit bewust voor film gekozen, film koos mij. Toen ik jong was, wilde ik in eerste instantie worstelaar worden. Op een gegeven moment ben ik als assistent in dienst gekomen bij een fotograaf en die zei al na één rol film dat ik talent had. Mijn contact met film is heel lang nogal beperkt geweest. Als zeventienjarige legde ik met vrienden eens per maand honderd Toman per persoon neer om een stapel video's te huren. Maar in Koerdistan was alleen maar rommel te krijgen: Iraanse, Amerikaanse en Indiase rommel. Toch is daar wel een stimulans vanuit gegaan. Die banden lieten me zien wat er allemaal mogelijk was met cinema. En meer nog: ze overtuigden me van het feit dat ik dat beter kon. Het was alsof die troep een mentale deur open zette."

Energie
In het kader van de politieke ontspanning opende de Iraanse overheid tien jaar geleden een lokaal centrum voor cinematografie in Koerdistan. Er zijn nauwelijks voorzieningen, zelfs een redelijke bibliotheek ontbreekt, maar Ghobadi is de eerste die zich aanmeldt. Snel daarna vertrekt hij naar Teheran om zich in te schrijven aan de universiteit. Maar in plaats van colleges te volgen, stroopt de artistiek uitgehongerde twintiger de bioscopen af en werkt hij zich via allerlei ondersteunende baantjes bij televisiestations de filmindustrie binnen. In 1995 maakt hij de eerste van een reeks korte films die hem bekendheid geeft in het internationale filmfestivalcircuit. Ook Abbas Kiarostami is het nieuwe talent niet ontgaan en vraagt Ghobadi mee te werken aan De wind zal ons meenemen.
"De manier waarop Kiarostami werkt maakt het vrijwel onmogelijk iets direct van hem te leren", antwoordt Ghobadi op de vraag of hij door zijn werk met Kiarostami beïnvloed is. "Het is een bijzonder gesloten man, die niet uitlegt waarom hij iets op een bepaalde manier doet. Ik heb tijdens het maken van die film vooral veel geleerd over de technische en logistieke kanten van het produceren. Hetzelfde geldt eigenlijk ook voor mijn samenwerking met Samira Makhmalbaf. Ik heb niet geacteerd in haar film Blackboards zoals in alle festivalcatalogi staat, maar vervulde enkel een rol als technisch adviseur."
Servisch regisseur Emir Kusturica, maker van onder meer Underground en Black cat, white cat, prijkt wel op Ghobadi's lijstje met invloeden. "Zijn mentaliteit en de intensiteit van zijn films spreken me enorm aan. Bovendien herken ik in zijn personages veel karaktertrekken die Koerden ook hebben: de nadruk op relaties, de liefde voor muziek, de energie."
Maar meer dan door andere filmmakers en films laat Ghobadi zich inspireren door de werkelijkheid. "Echte mensen met ongekunsteld gedrag, die vormen negentig procent van mijn inspiratie. Dat is ook het mooie van werken met kinderen, zeker als het amateurs zijn zoals in Een tijd voor dronken paarden. Het medium is nieuw voor ze, waardoor ze heel fris voor de camera staan. Ze kennen de filmtaal niet en gaan ook niet zoals echte acteurs lopen onderhandelen over de vorm van een dialoog of de lengte van een scène. Ze geloven mij, de regisseur, en geven me precies het acteerwerk dat ik verlang. Maar die frisheid slijt snel. De kinderen die ik in deze film gebruikt heb, zijn hun onbevangenheid nu wel kwijt."
Behalve hun naturelle speelwijze hebben amateurs het voordeel dat ze niks kosten. Dit is voor een filmer zonder financiële middelen zoals Ghobadi een niet te negeren factor. "Ik had een beetje ondersteuning vanuit een overheidsfonds maar toen bleek dat ik mijn film niet in een jaar afkreeg, moest ik het geld weer terugbetalen. Ik heb al mijn bezittingen verkocht om verder te kunnen filmen. De crew en de acteurs zijn allemaal vrienden en familieleden die voor niets hebben meegewerkt."
Financiële tegenslag was nog een van de minste obstakels die de regisseur moest overwinnen. De onbegaanbaarheid van de locatie en het barre klimaat zorgden voor andere, meer praktische problemen. "De film moest per se in de winter worden opgenomen. Dat is namelijk het enige seizoen waarin smokkelaars actief zijn omdat de wegen dan zijn afgesloten. Bovendien komen de ontberingen van de personages veel beter naar voren tegen een gure, winterse achtergrond. De lente of zomer zou beslist minder geschikt zijn geweest. Het probleem was echter dat we het draaien niet in één winter afkregen, waardoor we moesten wachten. De volgende winter viel er nauwelijks sneeuw en uiteindelijk heeft het dus twee jaar geduurd voordat we de film konden afmaken. Mijn grootste angst was dat de kinderen in die tijd teveel zouden veranderen of erger nog, dat Madi, die in het echt ook erg ziek is, zou doodgaan."

Bittere smaak
Ghobadi's film heeft door de internationale filmpers al allerlei labels opgeplakt gekregen, van neo-realistisch drama tot politiek geladen documentaire. De regisseur moet er zelf allemaal niks van hebben. "Ik hoop alleen dat mijn film verschilt van de films van anderen, of dat nou Iraniërs zijn of westerlingen", stelt hij. "Door gebruik te maken van een losse camera neigt de stijl misschien naar die van een documentaire. Maar voor de structuur heb ik me gehouden aan alle regels van de klassieke, narratieve cinema. Ik heb dan ook een grote voorkeur voor sterk drama. De realiteit die ik laat zien is dramatisch gemanipuleerd om de bittere smaak van het verhaal wat te verzachten."
Maar, haast Ghobadi zich hieraan toe te voegen, dat betekent niet dat hij gezwicht is voor overheidsdruk om het beeld van armoede en ellende af te zwakken of anderszins aan te passen. "Ik ben een onafhankelijk filmmaker. Ik sluit geen compromissen. Sommige mensen hebben beweerd dat ik in mijn film gesneden zou hebben om aan de censuur te ontkomen, maar dat is pertinent niet waar."
En hoewel zo'n onafhankelijke opstelling in een land als Iran beschouwd kan worden als een politieke daad, voelt Ghobadi zich toch ongemakkelijk met het predikaat 'politiek filmer'. "Er zijn, denk ik, filmers die politiek veel uitgesprokener zijn. Mijn film gaat niet over abstracte zaken als immigratie, oorlog of sociale problemen. Die vijf kinderen zijn het onderwerp, hun leven is de basis voor het drama. Het is aan het publiek om daar een politieke boodschap in te zien, maar ik heb hem er in ieder geval niet bewust in gelegd. Wel hoop ik dat ik met deze film andere Koerden heb laten zien wat er mogelijk is. Misschien opent dit voorbeeld de weg voor anderen en kunnen de jongeren een camera oppakken in plaats van een geweer."

Edo Dijksterhuis

Bahman Ghobadi (foto: André Bakker).


Een tijd voor dronken paarden

Besneeuwd niemandsland

Voor de opnames van Een tijd voor dronken paarden keerde Bahman Ghobadi terug naar zijn geboortestreek in de Iraans-Koerdische bergen. Zijn portret van het vogelvrije Koerdistan heeft geen duidelijke politieke boodschap, maar vertrouwt op een directe beeldtaal en de overtuigingskracht van kindergezichten.

Een tijd voor dronken paarden begint met een lang zwart beeld. We horen de stem van het Koerdische meisje Ameneh, dat aan een vreemde uitlegt hoe de gezinssituatie er uit ziet. Stiefmoeder is er vandoor, vader smokkelt goederen over de grens met Irak, en samen met haar broers en zusjes werkt Ameneh zich iedere dag de pleuris om het hoofd boven water te houden. Alle arbeid is passend, van zeepjes in plastic zakken stoppen tot pakezel spelen. Wanneer het zwart plaats maakt voor close ups van om werk smekende kinderhandjes, is de toon gezet.
Na die openingsbeelden gaat de kleur wit al snel overheersen. In strakke composities toont Ghobadi Koerdistan als een bar niemandsland, waar de lucht al even bleek is als de besneeuwde rotsgrond. In deze leegte dreigen de kinderen voortdurend kopje onder te gaan, zeker nadat hun vader tijdens zijn klandestiene werkzaamheden op een mijn is getrapt. "Het leven maakt me ouder", zingen ze, "het maakt me een zwerver over bergen en dalen en voert me naar de dood."
Van de grote mensen hoeven de kinderen weinig steun te verwachten. Ze worden voortdurend uitgebuit, verhandeld en beschoten. Troost vinden ze slechts bij elkaar. Na de dood van hun vader neemt Amenehs broertje Ayoub met een ontluisterende vanzelfsprekendheid diens plaats in. Hij zorgt ervoor dat Ameneh op tijd een nieuw schoolschrift krijgt, en ontfermt zich met zijn grote zus Rojin over het zorgenkindje van de familie, de zwaar misvormde en doodzieke Madi. Om een operatie te kunnen betalen die Madi's leven met enkele maanden zal verlengen, gaat Ayoub mee op smokkeltransporten en laat Rojin zich uithuwelijken aan een rijke familie.

Kus
Dit wat melodramatisch gegeven had gemakkelijk in stroperigheid kunnen verzanden. Maar Ghobadi maakt met een handvol beelden de onderlinge warmte goed voelbaar: een kus op Madi's voorhoofd, een kluwen slapende kinderen, alles gevat in warme kleuren. De buitenwereld krijgt een veel afstandelijkere aanpak, met handcamerawerk in plaats van kalme close-ups, waardoor de schreeuwerige volwassenen vaak een anonieme indruk achter laten. Een tijd voor dronken paarden is bedoeld als een 'bescheiden eerbetoon' aan het Koerdische volk, maar de ware held blijkt toch het Koerdische kind te zijn.
Ghobadi deinst er niet voor terug te laten zien hoezeer de rug van dit kind gebogen is van al het tilwerk. Het shot van een transport waarbij volgepakte kinderen en muildieren elkaar afwisselen, maakt elk politiek commentaar overbodig. En zoals het de kinderen ontbreekt aan tijd om spelletjes te spelen of weg te dromen, zo gunt Ghobadi de toeschouwer nauwelijks afleiding met stemmige folklore of mooifilmerij. De documentaire cameravoering, de niet-professionele cast en het schaarse gebruik van muziek, het ademt allemaal de nuchtere houding van het neorealisme.
Hier en daar toont Ghobadi zich een meester van de gulden snede, maar de mooie kadrering draait de kijker geen rad voor de ogen. Een tijd voor dronken paarden blijft in ieder opzicht bijzonder belangrijk als eerste confrontatie op het doek met een harde, actuele werkelijkheid. Zeer terecht dat de film vorig jaar in Cannes de prijs voor het beste debuut ontving.

Kevin Toma

Een tijd voor dronken paarden (Zamani barayé masti asbha)
Iran/Frankrijk, 2000
Productie, regie, scenario en art direction: Bahman Ghobadi
Camera: Sa'ed Nikzat
Montage: Samad Tavazoi
Muziek: Hossein Alizadeh
Met: Nezhad Ekhtiar-Dini, Amaneh Ekhtiar-Dini, Madi Ekhtiar-Dini, Ayoub Ahmadi, Jouvin Younessi
Kleur, 75 minuten
Distributie: Contact Film Cinematheek
Te zien: vanaf 22 maart

Naar boven