April 2001, nr 221

Charlotte Rampling

Genoeg van enge vrouwen

Charlotte Rampling werd groot dankzij haar samenwerking met Visconti en Oshima, en speelt nu de hoofdrol in François Ozons nieuwste film Sous le sable. Een tijd lang verdween Rampling uit het zicht. "In sommige periodes in je leven kun je beter afstand houden, dan is het acteren en de daarbij horende publiciteit te gevaarlijk."

Wat beweegt Charlotte Rampling? Tijdens het gesprek dat half maart in Parijs plaatsvindt ter gelegenheid van het uitkomen van haar laatste film Sous le sable in de Nederlandse bioscopen, blijft het gissen. Ze kijkt me maar af en toe aan, houdt haar antwoorden abstract, en rondt ze af met zo'n afwezig "hmmhm" dat iedere nieuwe vraag opnieuw indiscreet maakt. Iemand die zich niet graag laat kennen, dat is duidelijk. Al kan het maar af en toe aankijken ook consideratie met haar gesprekspartner zijn, want haar blik is nog even waakzaam en onpeilbaar als aan het begin van haar filmcarrière. De groene ogen zijn bijna lichtgevende strepen in het amper veranderde, mooie gezicht. Als ze tegen het eind van de soms moeizame, soms geanimeerde conversatie meldt dat ze in films maar zo weinig als moeder is gecast omdat kinderen te bang voor haar zijn, ben ik niet verbaasd.
Een actrice, zeker een filmster, is gedoemd tot de openbaarheid. Als het niet de nieuwsgierige vragen van journalisten zijn, dan zijn het wel de regisseur of de toeschouwers die wachten op intimiteiten en emoties. Toch leert Ramplings nu 39 titels tellende filmografie dat zij zich tot voor kort redelijk schuil heeft weten te houden in het spotlicht. Beroemd werd ze door haar aandeel in opzienbarende films uit een ver verleden, zoals Visconti's beklemmende nazi-familiedrama The damned (1969), Cavani's controversiële liefdesgeschiedenis tussen SS-beul en slachtoffer The night porter (1973), en Oshima's curieuze 'amour fou' tussen aap en diplomatenvrouw Max, mon amour (1986). In die films, maar ook in de andere films die ze in de afgelopen 35 jaar maakte, schitterde ze vooral als andermans obsessie.
"Two days a month she was the most fabulous woman in the world. The rest of the time she was a basket case", zo beschrijft Woody Allens personage Ramplings manisch-depressieve Dorrie in zijn film Stardust memories (1980). Al haar personages zijn complexe vrouwen, geplaagd door bizarre, perverse fantasieën, en onderworpen aan even fascinerende als moeilijk te bevatten verlangens en begeertes. Ongrijpbare types met wie het lastig identificeren is. "Het liefst speel ik scènes zonder dialoog", zei Rampling zelf ooit in een interview. Om het ongewisse nog ongewisser te maken, vast. In haar beroemdste rol als de gevangene/geliefde van ex-SS'er Dirk Bogarde in The night porter (de film die ze nog steeds haar belangrijkste noemt) zegt ze bijna niets, een paar zinnen misschien, maar ze weet door haar afwisselend angstige, soms liefdevolle, soms triomfantelijke blik te ontkomen aan de eenduidigheid van het vernederde slachtoffer.
Na meer dan een decennium merendeels kleine rollen te hebben gespeeld, heeft de 55-jarige Rampling nu de hoofdrol in Francois Ozons laatste film Sous le sable. Meer dan de hoofdrol eigenlijk, want Rampling is de film; haar bewegingen, blikken, emoties stuwen het verhaal voort. Ze speelt Marie, een universitair docente Engelse letterkunde die in het begin van de film voor de zomervakantie met haar man naar een vakantiehuis in Les Landes gaat. Marie oogt gelukkig, haar man Jean (Bruno Cremer) wat afwezig. Op de eerste dag van de vakantie gaan ze naar het strand. Zij gaat lezen, hij zwemmen. Een zwempartij waarvan hij niet meer terugkeert. De rest van de film handelt over Marie's omgang met dit verlies.

Hoe kwam u in deze film terecht?
"Ozon kwam naar me toe met het idee van een vrouw die op deze onverdraaglijke manier plotseling alleen achterblijft. Het was gebaseerd op een ervaring uit zijn jeugd toen hij tijdens de vakantie ooggetuige was van zo'n verdwijning. Sindsdien liep hij rond met de vraag wat er met de achterblijfster gebeurd was. Toen hij me benaderde wist hij dat nog steeds niet, verder dan die eerste scènes ging zijn script nog niet en die onzekerheid beviel me. Een film maken moet een ontdekkingsreis zijn, een nieuwe ervaring, geen platgetreden pad. Bovendien hadden we meteen een goede band, wat ik in de samenwerking met een regisseur erg belangrijk vind."

U heeft wel eens gezegd dat acteren voor u een vorm van psycho-analyse is, een manier om angsten, fantasieën en dromen uit te leven. Was dat hier ook het geval?
"Er onstaat altijd een zekere symbiose met een personage. Maar het moet wel een gezonde ontmoeting blijven, want anders raak je in je rol gevangen. Je bent het, en je bent het niet, maar eigenlijk ben je het gewoon, want het zijn jouw gevoelens en dat maakt je kwetsbaar. De rol van Marie is ook nog eens een kwetsbare rol die dichterbij komt dan mijn eerdere rollen, maar het voelde ook alsof hij precies op het juiste moment kwam. Aan het begin realiseerde ik me nog niet hoe ver ik met deze rol vertrouwd gebied uit mijn eigen leven zou betreden. Je realiseert je pas gaandeweg hoezeer je door iets geraakt wordt. In dit geval pakte het goed uit. Het ontroert me nu ook dat de film zo'n succes is. Er is echt iets gebeurd bij het maken van deze film en het is mooi dat veel verschillende mensen dat oppikken."

Marie is gelukkig in haar huwelijk, ze geniet van de vanzelfsprekende rituelen. Van haar man ben je niet zeker.
"De film gaat ook niet over de reden van zijn verdrinking. Marie zal de reden nooit weten. Wij zullen het nooit weten. Het gaat om haar. Veel mensen leven zoals Marie. In ontkenning. Ze zijn gelukkig, maar wat zijn de geheimen die achter dat geluk verborgen gehouden moeten worden? Ze zien niet dat er wat aan de hand is met hun partner. Ze stellen niet de juiste vragen omdat ze de antwoorden helemaal niet willen horen. Ze houden hardnekkig vast aan het paradijs. Maar dan grijpt het leven dramatisch in en moeten ze de situatie onder ogen zien. Zo ook Marie. Ze kan niet blijven ontkennen. Over dat proces gaat de film."

In een restaurant citeert Marie de zelfmoordbrief van Virginia Woolf. Vreemd om zo'n tekst te citeren.
"Precies, maar dat is het begin van haar verandering. Opeens zeg je of doe je dingen waarvan je niet echt weet dat je ze zegt of doet. Het is haar onbewuste dat spreekt. Het vertelt haar wat ze niet wil weten. Het is zoals in onze dromen die we vaak wegduwen, maar als we ze gaan onderzoeken dan wordt ons veel verteld. Het is alleen niet gemakkelijk om ze altijd te begrijpen."

Marie is, naast de rol in Signs & wonders in 1999 (een film die niet in Nederland is uitgebracht) uw eerste grote rol sinds jaren. In de jaren negentig en late jaren tachtig heeft u voornamelijk kleine rollen gespeeld. Waarom?
"Vanwege een samenloop van omstandigheden. In sommige periodes in je leven kun je beter afstand houden, dan is het acteren en de daarbij horende publiciteit te gevaarlijk. Maar het lag ook aan de films. De jaren zeventig vormden een bijzondere periode, het was de tijd van de dappere films, zowel in de Europese als de Amerikaanse cinema. Er zijn veel krachtige films gemaakt toen. Neem The night porter. Wat die film deed voor mij en voor de mensen die hem zagen was ongewoon. Om de geschiedenis van het fascisme zo psychologisch te benaderen, om echt te onderzoeken wat die periode met individuen deed. In de jaren tachtig en negentig gebeurde er veel minder. Ken jij belangrijke auteurs uit de jaren tachtig? Ik niet. Maar ik heb het idee dat het tij nu weer aan het keren is, zij het meer in Europa dan in Amerika. Filmmakers als Claire Denis en Catherine Breillat maken een cinema die puur is, geëngageerd, machtig, ze hebben grip op hun onderwerpen, ze werken vrij en ongecensureerd."

Keert met Sous le sable ook het tij in uw eigen carrière?
"Ik voel me heel goed op het moment, dus ik zal ook weer nieuwe projecten aantrekken, vermoed ik. Ik merk wel wat er op me af komt. Het bevalt me ook als dat meer rollen zijn zoals die van Marie, emotionelere, nabijere rollen dan ik in het verleden heb gespeeld. Ik wil wel meer laten zien, ik ben er klaar voor. Ik heb genoeg van de enge vrouwen."

Jann Ruyters

Charlotte Rampling in Sous le sable.


Sous le sable

Thee voor twee aan zee

Met Sous le sable slaat de jonge Franse regisseur François Ozon nieuwe paden in. Na weerbarstige films als Sitcom en Gouttes d'eau sur pierres brûlantes, komt hij met een gevoelig psychologisch portret van een vrouw die net doet alsof haar overleden echtgenoot nog leeft.

De hoofdrol in Sous le sable wordt met gepaste overgave gespeeld door Charlotte Rampling, een veterane die in de herfst van haar carrière nog niets aan onaardse uitstraling heeft verloren (welke andere acteur heeft zulke heldere ogen?). Regisseur François Ozon speelt daar mooi op in door haar aan het begin van Sous le sable in een openbaar toilet te plaatsen, waar ze de handen wast met wat zeep uit de automaat. Het effect is aanvankelijk vervreemdend, maar weldra wint Ramplings karakter Marie door zulke alledaagse handelingen aan menselijkheid. Wanneer zij en echtgenoot Jean (Bruno Cremer) elkaar ontmoeten, blijkt het een heel normaal, maar intens gelukkig paar zoals je dat wel eens tegen komt op een bankje in het park.
In enkele korte, maar rake scènes wordt de bijzondere band tussen de twee geschetst. Wederom vertrouwt Ozon daarbij op de overtuigingskracht van het alledaagse. Marie en Jean trekken naar hun vakantiehuisje, ruimen de boel op en terwijl hij een fles wijn opent, kookt zij spaghetti. Aan tafel praten ze weinig, en ook de muziek zwijgt, om alle ruimte te laten voor de stilte van twee in elkaar verstrengelde mensen. Die stilte krijgt echter een heel andere aard, wanneer Jean de volgende morgen niet terugkomt van een zwempartij. De wind en het geklots van de zee klinken vanzelfsprekend dreigend bij Marie's getuur over de horizon. Het is duidelijk: ze heeft Jean verloren.
Zelf durft Marie die conclusie niet te trekken. Ze zet gewoon thee voor twee en voelt Jean's armen om haar heen als ze 's avonds in bed ligt. Een even extreme als geloofwaardige overlevingsstrategie, door Ozon met een voor hem ongebruikelijke soberheid naar het doek vertaald. Zo contrasteert Marie's glimlach pijnlijk maar fijnzinnig met het donkere appartement en het gevoelige chanson over afscheid op de soundtrack.

Berusting
Ozon heeft zijn kenmerkende geëxperimenteer met filmische conventies en goede smaak dit maal tot enkele scènes beperkt. Typisch voor Ozon zijn de frontaal naakte badgasten die Marie ontmoet, en de letterlijke verbeelding van Marie's seksuele fantasieën, maar daar blijft het dan ook bij. Een fikse teleurstelling dus voor de naar pikanterieën snakkende fan. Wie vooral een cinema van het gevoel waardeert en Les amants criminels en Gouttes d'eau sur pierres brûlantes in hun wispelturigheid maar kille films vond, kan dit keer wel bij Ozon terecht: het consequent kalme tempo biedt de toeschouwer alle gelegenheid om Marie's bondgenoot te worden in haar zoektocht naar berusting.
En anders is het wel Rampling die de klus klaart. Met een beurtelings kwetsbare en daadkrachtige verschijning geeft ze de worstelingen van haar personage volmaakt gestalte. De vele close-ups laten zien hoe subtiel zij mond en ogen naar het innerlijke conflict choreografeert. Een wonderlijk staaltje acteren, dat in Ozon's 'oude' stijl gemakkelijk verloren zou zijn gegaan, maar door het gevoelige camerawerk volledig tot zijn recht komt.
Het heeft wat weg van een geschenk, zoals het enfant terrible zijn virtuositeit aan de kant lijkt te schuiven voor een actrice van 55+. Misschien is het dan ook vooral uit eerbied en bewondering voor Rampling, dat Ozon zich dit maal van zijn meest volwassen, minst jongensachtige kant heeft getoond.

Kevin Toma

Sous le sable
Frankrijk, 2000
Productie: Olivier Delbosc, Marc Missonier
Regie: François Ozon
Scenario: François Ozon en Emmanuèle Bernheim
Camera: Jeanne Lapoirie, Antoine Heberle
Montage: Laurence Bawedin
Art direction: Sandrine Canaux
Muziek: Philippe Rombi
Met: Charlotte Rampling, Bruno Cremer, Jacques Nolot, Alexandra Stewart
Kleur, 90 minuten
Distributie: Cinemien
Te zien: vanaf 5 april

Naar boven