September 2001, nr 225

Stunts en trucages

God zegene de greep en gas geven maar

In Nederlandse films wordt over het algemeen veel gepraat en weinig gevochten. Actie is immers duur, dus beginnen we er hier maar niet aan. Maar als er dan toch een stunt wordt uitgevoerd, blijkt die helemaal zo slecht nog niet. Een regisseur als Paul Verhoeven hield er een internationale carrière aan over, en ook specialisten als Willem de Beukelaer, Dickey Beer en Harry Wiessenhaan zijn bekend tot ver over de landsgrenzen. Het Nederlands Film Festival wijdt er een speciaal programma aan. Wat is lastiger: een blad van een boom of een Kever van een brug? Acht opwindende momenten.


Het geheim van Delft
Maurits Binger, 1917
De eerste professionele filmstudio in Nederland pakte de zaken voortvarend aan. Hollandia zette internationale coproducties op, compleet met filmsterren en zelfs stunts. Zo wordt in De levende ladder (1913) Hollandia-diva Annie Bos uit een brandende molen gered door circusartiesten die een menselijke ladder vormen. Een actie die in het niet valt bij Bos' stuntwerk in Het geheim van Delft. Hierin probeert Annie de receptuur van Delftsblauw aardewerk uit handen van oplichters te houden. Op de vlucht kiest ze voor een merkwaardige schuilplaats: een molen. Ze klimt in een van de wieken en kiest het luchtruim. Het is nog steeds een verbluffend staaltje (over)moed dat Bos hier laat zien. Zonder hulp van stand-in of trucage laat ze zich tientallen meters mee de lucht invoeren en gaat enkele malen over de kop. Overigens had de cameraman het ook niet eenvoudig. Hij klom naast Bos op de wiek om de actrice in close-up te kunnen filmen. Na afloop was er champagne van de ongetwijfeld opgeluchte Binger voor Annie Bos. Vijftig jaar later wordt de stunt nog eens overgedaan, maar dan professioneel. Door de mannen van Hammie de Beukelaer in Floris en de vrijbrief (1969).

Het geheim van Delft.


Moord in extase
Hans Scheepmaker, 1984
Internationaal gezien is Dickey Beer de meest ervaren Hollandse stuntman. Hij werkte voor Spielberg en James Bond, alvorens als stuntcoördinator grote producties als Amsterdamned te begeleiden. In 1984 werd hij gevraagd voor een Nederlandse policier. Moord in extase was de eerste Appie Baantjer-verfilming, met in de hoofdrollen Joop Doderer en Ron Brandsteder als De Cock en Vledder. Aan Beer de taak om de film op te peppen met lekker veel stuntwerk. Hij had zelf een kleine rol in de film, waarbij hij uit het bovenraam van een grachtenpand vijf verdiepingen naar beneden viel. Niet gevaarlijk, want Beer viel op zijn eigen gepantenteerde luchtkussen waarmee hij eerder een sprong van 35 meter had overleefd. Fout ging het pas toen hij met een Ford Camaro in een achtervolgingsscène over enkele politiewagens moest springen. Regisseur Hans Scheepmaker: "We hadden die stunt uitstekend voorbereid, met kartonnen dozen in plaats van politiewagens. Dickey had een soort springschans gemaakt om te kunnen landen op de voorste auto. Maar tijdens het draaien reed Dickey net te hard, kwam scheef neer en schoof tientallen meters op zijn zijkant door. Het bleek dat Dickey te hard was gegaan omdat er dikkere banden om de wagen lagen die hij tijdens de opnamen gebruikte. Bij de Camaro waarmee we hadden geoefend was dat niet het geval." Beer kwam met de schrik vrij, sloeg aan het rekenen en deed de stunt gewoon opnieuw.

Moord in extase.


Spetters
Paul Verhoeven, 1980
Dickey Beer was ook ingehuurd om de vele motorcross-stunts in Spetters uit te voeren. "Iedere keer als je in die film iemand ziet vallen, ben ik dat. Ik wisselde constant van kostuum en motor. Dat was te veel voor één man en dat doe ik dan ook geen tweede keer." Om het realisme verder te verhogen verzocht Verhoeven zijn acteurs zoveel mogelijk hun stunts zelf uit te voeren. Dus ging Renée Soutendijk in een slip en moest Hans van Tongeren zijn eigen zelfmoord uitvoeren. Zijn verlamde personage Rien stort zich op de snelweg voor een vrachtwagen. Van Tongeren lag daarbij onder een dummy-cabine die aan een echte vrachtwagencabine was gemonteerd. Door de scène vanuit de dummy te draaien leek het of de wagen echt over de acteur heen reed. Alleen moest Van Tongeren wel goed bukken, want de dummy scheerde rakelings over hem heen. Alles ging goed, maar ongevaarlijk was het niet. Co-acteur Maarten Spanjer: "Paul is heel rationeel ingesteld. Als een acteur iets vreselijks overkomt, denkt hij eerst: hoe moet ik dat in de film oplossen." Macabere voetnoot is dat Van Tongeren twee jaar later echt een eind aan zijn leven maakte.


De vierde man
Paul Verhoeven, 1983
De opvolger van Spetters is eerder een magisch-realistisch griezelverhaal dan een zuivere actiefilm. Toch zou Verhoeven Verhoeven niet zijn als hij niet tenminste één scène verzon waarbij iedereen de adem zou inhouden. Het komt tegen het einde van de film, als Jeroen Krabbé en Thom Hoffman in een open sportauto langs de haven van Vlissingen rijden waar door een kraan net betonijzers uitgeladen worden. Hoffman moet uitwijken, en een staaf boort zich door de voorruit recht in zijn oog. Bij de eerste opname moesten de acteurs rakelings onder de staaf doorrijden. Hoffman: "Die kraanmachinist manoeuvreerde de ketting waaraan die staven hingen, maar hij had die dingen natuurlijk slechts drie centimeter te laag hoeven laten zakken om de grootste ongelukken te veroorzaken. Paul had wel in de gaten dat ik vreselijk benauwd was. Toen is-ie met een bezemsteel wel vijf keer heen en weer gelopen onder die kraan om te meten dat ik er met mijn auto wel precies onderdoor kon. Tja, en dan is het: God zegene de greep en gas geven maar. Het uiteindelijke shot was natuurlijk gedaan met een pop (van make-upspecialist Leo Cahn, MvdT). Maar dat gaf niet, want op dat moment zat het publiek toch al van angst met het hoofd tussen de knieën, en ik trouwens ook."

De vierde man (copyright Rob Houwer's Filmcompagnie B.V.).



Mama is boos!
Ruud van Hemert, 1986
Niemand in Nederland mag zo vaak voor God spelen als special-effectsdeskundige Harry Wiessenhaan. Regen, wind en sneeuw levert hij op bestelling. Maar ook voor een leuke bodyhit draait de voormalige duiker van Smit-Tak zijn hand niet om. Bij Schatjes! en vooral Mama is boos! gaf Ruud van Hemert Wiessenhaan carte blanche om uit zijn dak te gaan. Wiessenhaan: "Het leuke van die film is dat er zoveel verschillende effecten in zaten. Je moest steeds nieuwe dingen uitvinden. Wat eenvoudig lijkt is vaak het allermoeilijkst. Een open haard continu laten branden is gecompliceerder dan een lamp naar beneden laten vallen. En wat is er nou simpeler dan een blad dat van de boom valt? Nou, doe het maar eens." Wiessenhaans favoriete moment uit Mama is boos! is de waterbed-scène. Geert de Jong komt thuis, gaat op haar waterbed zitten waar een van haar ettertjes net het mes in heeft gezet. Gevolg: ze dondert er dwars doorheen en gaat zelfs volledig kopje onder. Wiessenhaan: "We hadden de hele set 70 centimeter verhoogd, zodat we onder het bed een diepe bak met water konden zetten. Daarin zaten twee kanonnen die een stoot lucht afschoten. Geert viel precies tussen de kanonnen, die gelijktijdig afgingen en door de luchtdruk een enorme plens water omhoog duwden. We hebben die scène drie dagen zitten testen, en waren helemaal geprepareerd voor meerdere takes. Maar het stond er in één keer op."


Amsterdamned
Dick Maas, 1988
Stunts in Nederland, dan heb je het natuurlijk over Dick Maas. In
De lift raakt Gerard Thoolen zijn hoofd kwijt. In Flodder belandt een auto in een zwembad en rijdt een tank door een huis. In Do not disturb ontspoort tram 13 en kiept een Heineken-truck om. De stunt die iedereen onmiddellijk met Maas associeert is de vliegende speedboat uit Amsterdamned. Huub Stapel achtervolgt de gemaskerde moordenaar per boot door de Amsterdamse grachten. Om niet in aanvaring te komen met Bert Haanstra en een fanfare-orkest, schiet Stapel via een woonboot over een brug. Het was de kroon op Dickey Beers werk als stuntcoördinator bij de film. Beer: "We namen het op in drie fases. Eerst werd het stuk gedraaid waarin de boot komt aanvaren en op de woonark landt. Vanaf die wooonark als schans schiet hij een brug op waar hij in een stapel dozen terecht komt. Een stukje verderop wordt hij vervolgens door een hogedrukkanon weggeschoten. Het is een apparaat waar de boot overheen wordt geschoven, er wordt een kraan opengedraaid en de boot wordt met stikstof weggeschoten over een rails. Hij landt in het water en stuift verder." De opnames van de speedboatachtervolging vonden plaats in Utrecht en namen vier weken in beslag.

Amsterdamned.


Intensive care
Dorna X. van Rouveroy, 1991
Het regiedebuut van Dorna X. van Rouveroy werd dan niet de knaller waarop ze gehoopt had, de film bevat wel een gedenkwaardige ontploffing. In de bewuste scène raakt de boosaardige chirurg George Kennedy de macht over het stuur kwijt, en boort zijn sportwagen in een tankauto. Een enorme knal is het gevolg. "Het is nog steeds de grootste explosie uit de Nederlandse filmgeschiedenis", weet producent Ruud den Drijver. "We hadden bij Harry Wiessenhaan een ontploffing besteld die 10x zo groot was als in Soldaat van Oranje, maar haalden slechts het drievoudige." Dat was altijd nog goed voor een vuurwolk van 40 meter hoog. Van Rouveroy: "Ontploffingen zijn Harry's lust en zijn leven, en hij was er al maanden van tevoren mee bezig. Hij had de tankwagen zelf gekocht en geprepareerd, net als de sportwagen van George. Het moest op een terrein van het leger, ergens in de buurt van Arnhem. Het werd een enorm circus. Harry kwam met een man of twaalf. Allemaal in zilveren pakken, en Harry in het goud. Wij draaiden met tien camera's." Normaal gesproken worden grote explosies gesimuleerd met brandend gas waaraan knallen worden toegevoegd. Niet bij Intensive care. Den Drijver: "Het werd nog op de ouderwetse manier uitgevoerd, met echt dynamiet. Dit is in de film goed te zien, aangezien de truck van het wegdek omhoog stuitert." Van Rouveroy: "De klap was enorm. Er komt echt een schokgolf op je af en je voelt de grond trillen. Ikzelf bleef er nog wel kalm bij, maar Ruud vond het echt fantastisch. Ach, jongens houden daar nu eenmaal meer van."

Intensive care.




The delivery
Roel Reiné, 1999
Soms maakt een enkel beeld uit een film een onuitwisbare indruk. In het geval van The delivery is dat het shot van de Volkswagen Kever die vanuit de lucht total loss op het wegdek smakt. Regisseur Roel Reiné en stuntcoördinator Willem de Beukelaer hadden een beperkt budget, dus het moest in één keer goed gaan. Reiné: "De Kever hing aan een kraan die op een brug stond. Omdat je de haak niet mocht zien hadden we een mechanisme met een veer bedacht waarbij de haak naar binnen schoot zodra de wagen los kwam. Alle onderdelen van de Kever waren van tevoren losgeschroeft, en de auto was bedekt met 'foolish earth'. Dat is cementzand dat het effect geeft van een stofwolk. Op de brug stonden nog zeker acht mensen takken naar beneden te gooien. We hadden maar één wagen, dus we namen het op met meerdere camera's. Waarom speciaal een Kever? Ik gebruikte in de film alleen maar Europese auto's, en de Kever hadden we gewoon nog niet gehad."

The delivery.

Mark van den Tempel

Quotes komen onder meer uit 'De droomfabriek' (Gerdin Linthorst) en 'Paul Verhoeven: De biografie' (Rob van Scheers).


Nederlands Film Festival
Het Nederlands Film Festival vindt plaats van 19 tot en met 28 september in Utrecht. Festivalcentrum: De Winkel van Sinkel, Oude Gracht 158. Informatie en reserveringen: 030-2303808 of www.filmfestival.nl
Premières: onder andere De grot (Martin Koolhoven), Magonia (Ineke Smits), Olivetti 82 (Rudi van de Bossche), Qui vive (Frans Weisz), Snapshot (Rudolf van den Berg) en The Hollywood sign (Sönke Wortmann)
Gast van het Jaar: Renée Soutendijk
Retrospectief: De Eerste Amsterdamse Film Associatie van René Seegers, Jean van de Velde en Leon de Winter
In the picture: Voetbal & film, Special effects & stunts, en films van Gert de Graaff en Rien Hagen
Vakprijs: Filmmuziek
Cinema Militans-lezing: Tom Tykwer

Naar boven