Februari 2002, nr 230

Lucrecia Martel

Sensualiteit als levenskracht

De recente volksopstand in Buenos Aires eiste dertig doden en vijf presidenten in twee weken tijd. Met deze schokkende cijfers gingen de Argentijnen het nieuwe jaar in, moe van de almaar voortdurende economische recessie en moe van de woedende strijd die ze er tegen aanbonden. In La ciénaga, de fascinerende familiesage van de Argentijnse debutante Lucrecia Martel (1966), vloeit ook bloed en vallen ook veel gewonden, misschien zelfs wel een dode. Martel: "Hoe kun je overleven in een economisch systeem dat al twintig jaar aan het afbrokkelen is?"

Lucrecia Martel heeft haar openingstitels in een gotisch lettertype gegoten. Van die grote, druiperige letters die doorgaans garant staan voor een angstaanjagend horrorwerkje. Het is een mooie, veelbetekenende opening van La ciénaga, het Argentijnse familierelaas dat niet onder doet voor 'gothic horror'. De twee kinderrijke families die elkaar in het hoge noorden van Argentinië op een vervallen landgoed treffen, staan vrijwel hulpeloos tegenover alle grote en kleine ongelukken die zich aandienen. Jachtgeweren, glasscherven, messen als bijlen en een eenvoudige huishoudtrap behoren tot de horror-attributen. Evenals het zwembad dat zo sterk vervuild is, dat je er niet in kunt zwemmen. Oververhitte kinderen kunnen er hoogstens een enge ziekte in op lopen.
Lucrecia Martel toont een wereld in verval, een merkwaardige parallelle wereld die te absurd is om reël te zijn en te reël om totaal absurd te zijn. Haar Argentijnen hebben gebroken neuzen, uitgestoken ogen en beschadigde décolletés. Ze hebben schrammen, diepe wonden en opzichtige hechtingen. Ze zijn alcoholisch, overspelig, racistisch en incestueus. Ze lopen over van liefde.
Lucrecia Martel, die vorige zomer even op bezoek was in Amsterdam, moet lachen om deze opsomming. Ze wil graag iets meer vertellen over 'die gekneusde Argentijnen' die ze op haar eigen geboortegrond vastlegde.
Martel: "Voordat ik naar Buenos Aires ging om aan de universiteit te gaan studeren en voor de televisie te gaan werken, woonde ik in het uiterste noorden van Argentinië, in een bergachtig gebied met een soort subtropisch klimaat, zoals je in de film kunt zien. Het is ook een hele traditonele streek waar je echt nog de Spaanse koloniale tijd voelt. Wat de families in La ciénaga betreft: ik ben ook in zo'n groot gezin opgegroeid, zo'n conservatief, katholiek nest. In de film zijn het Argentijnen die tot de hogere middenstand behoren en die met man en macht proberen te overleven in een economisch systeem dat enorm aan het afbrokkelen is, al twintig jaar lang."
Martel zegt zich als filmmaker betrokken te voelen bij de mensen die ze neerzet. "Ik ben geen buitenstaander of iemand die de zaak vanaf een afstandje observeert en daarbij zelf buiten schot blijft. In een familie is er bijvoorbeeld altijd wel iemand die er een beetje buitenstaat. Die positie heb ik een beetje. Ik ben wel onderdeel van de familie, maar ik observeer die familie ook."
Martel wil het geen 'fly on the wall'-methode noemen. "Ik weet niet, heeft die vlieg echt compassie en kan die vlieg echt voelen wat er in die familie omgaat? Wat ik zelf bijvoorbeeld heb ervaren in dat grote gezin waarin ik ben opgegroeid, zijn die onderhuids aanwezige incestueuze verhoudingen. Ze worden nooit geconsumeerd, maar ze zijn er wel. Je hele morele huishouding keurt het af, maar het is wel latent aanwezig, en dat is precies wat ik in de film heb willen laten zien. Voor mij is het zelfs heel belangrijk om die enorme sensualiteit als teken van leven te presenteren. Sensualiteit is voor mij geen teken van decadentie maar van levenskracht, juist temidden van al het verval."

Apenpak
Over de vele absurde, hier en daar aan de films van Buñuel herinnerende situaties, heeft Martel ook nagedacht.
Martel: "Ik ben het vaak helemaal niet eens met de manier waarop wij onze werkelijkheid concipiëren. Het is vaak zo ontzettend negatief. Het interessante aan het absurde is, dat het een moment van enorme helderheid kan geven, een soort flash van inzicht. Je kunt het vergelijken met de ervaringen die je als kind had. Eerst geloofde je in die als aap verklede man, maar op het moment dat je een naadje van het apenpak los zag zitten, keek je er doorheen. Het absurde laat eigenlijk de naden en de rafels van de werkelijkheid zien. En het leuke is, als je je heel erg bewust bent van het absurde, dan herbergt de wereld een hele reeks aan transformaties, en dan zijn er ook meerdere lezingen van de werkelijkheid mogelijk."
Om het absurde te beschrijven haalt Martel niet voor niets de ervaringswereld van het kind aan.
Martel: "In La ciénaga zitten veel kinderen, omdat ze de wereld nog onbevangen kunnen zien. Ze zijn nog niet zo getraind in wat goed of fout is, en normaal of abnormaal. Daarmee zijn ze veel eerder geneigd om het absurde van de werkelijkheid te vangen. Een kind zal niet zomaar voorbijlopen aan een clochard die op straat zit. Die zal voorstellen om hem mee naar huis te nemen en in bed te stoppen. Je zou kunnen zeggen dat je via de blik van het kind de wereld kunt zien zoals hij werkelijk is, zonder alle codes waarover volwassenen beschikken. Het zijn codes die ongevoelig maken en voor verharding zorgen. Welke volwassene neemt er nu een clochard mee naar huis? Om zo ongevoelig te worden als een middenklasser moet je trouwens wel heel erg je best doen. Je moet verschillende scholen bezoeken, en dat kost veel energie. Van de andere kant, als je die scholen niet bezoekt, is het nog veel erger. Dan word je immers opgevoed door de openbare opinie."

Vals
Het leuke aan Martel is, dat ze wars is van zo'n beetje alle klassieke structuren. In La ciénaga vormt het matriarchaat de spil van alle gebeurtenissen. De vaders in haar film spelen een beetje op de achtergrond mee, als een soort geestverschijningen. De actieve vader, die vertrouwen heeft in de werkelijkheid en die het als zijn taak ziet om zijn gezin te beschermen, noemt ze daarbij gevaarlijker dan de passieve vader die een beetje op de achtergrond blijft. Martel: "Degene die wil beschermen is gevaarlijker omdat die geneigd is de werkelijkheid te verdoezelen."
Ook in de klassieke dramatische structuur - met een begin, een midden en een eind - heeft ze weinig vertrouwen. "Als je het gevoel hebt dat La ciénaga voor je oog ontstaat, dan is dat voor mij het ultieme bewijs dat die klassieke dramatische structuur vals is. Het natuurlijke, spontane effect van La ciénaga komt juist voort uit het ontbreken van die structuur."
Zo ziet ze Dogma wel als een interessante beweging, maar ook als een grap. "Door een beetje met de camera te gaan schudden, willen de Dogma-filmers het allemaal heel natuurlijk doen lijken, maar in wezen is het heel vals en heel scheef. Ik geloof dat Dogma-adepten zich vooral heel erg vermaken, maar ik geloof niet zo in hun betrokkenheid. Het schok-effect en het expliciet neerzetten van intieme dingen, daar geloof ik niet zo in. Gevoelens kunnen op zichzelf al zo hevig zijn, en daarom vind ik het mooier om ze via een omweg te tonen, of om ze slechts te suggereren."
Met La ciénaga heeft Martel zich inmiddels bewezen als een van de grote, nieuwe talenten van de Latijns-Amerikaanse cinema. Na de prijs voor het beste scenario in Sundance en de prijs voor het beste debuut in Berlijn, volgde een bioscooproulement in Argentinië. "Omdat de film zo'n goede pers kreeg in de Verenigde Staten en Europa, kon de film ook in Argentinië worden vertoond. Dat was anders nooit gebeurd. Ik heb nu eenmaal geen seks en actie te verkopen."
Haar succes in Argentinië vindt ze wel te vergelijken met het recente succes van
25 Watts in Uruguay, alhoewel ze het debuut van haar twee Uruguyaanse vrienden Pablo Stoll en Juan Pablo Trapera onmiddellijk een veel belangrijker succes noemt. "25 Watts dient als culturele motor voor een hele nieuwe generatie jongeren. Het is een stimulans voor jongeren om aan de slag te gaan en niet bij de pakken neer te zitten. In Latijns-Amerikaanse landen kan zo'n stimulans van levensbelang zijn."

Belinda van de Graaf

Lucrecia Martel (foto: André Bakker).


La ciénaga

Onderhuidse natuurramp

La ciénaga is een even suggestief als trefzeker debuut rond twee Argentijnse families op een vervallen landgoed, waar het noodlot langzaam toeslaat.

Ieder geluid dreunt na in La ciénaga. De vochtige warmte die als een natte deken over de Argentijnse heuvels, het huis en de personages hangt, dempt misschien hun stemmen, maar alles wat die stilte doorbreekt is voorzien van een onheilspellende echo. Het getinkel van ijsblokjes in glazen wijn gaat over in het gekletter van stoelen die omvallen op de patio. Vrolijk geplons in het water van kinderen die aan het vissen zijn eindigt in oorverdovend geruis wanneer zij overspoeld worden door een wolkbreuk. Een sprong in het zwembad zoemt na als het ijzer van een zaag die terugspringt in zijn vorm.
Dat het mis zal gaan is duidelijk vanaf de eerste hypnotiserende beelden van deze film, de prachtige openingsscène waarin de vrouw en heer des huizes samen met wat gasten laveloos rondhangen op het bewolkte terras. In de verte dondert het. Niemand zegt wat. Niemand reageert ook als de vrouw struikelt en bloedend in haar eigen wijnglas blijft liggen. Hulp komt van de kinderen en de Indiaanse bedienden die toesnellen vanuit het huis.

Moeras
La ciénaga speelt zich af in een provinciestadje in het noorden van Argentinië, en het is verrassend hoe herkenbaar de film is. Debutante Lucrecia Martel schetst dicht op ieders huid het dagelijks leven van twee families, ieder op hun eigen manier ongelukkig. Voor haar zijn het voorbeelden van de stuurloze Argentijnse middenklasse, "een sociale klasse zonder traditie en zonder middelen om op een andere manier houvast te verwerven". In La ciénaga schetst ze hun leven als een zich langzaam voltrekkende natuurramp: een opeenstapeling van impulsen, verlangens en driften waar maar weinig invloed op kan worden uitgeoefend.
Haar aandacht gelijk verdelend kiest Martel toch het meest voor de kinderen die ze opmerkt waar de met hun eigen ongeluk gepreoccupeerde ouders dat nalaten. En daarin schuilt ook de herkenbaarheid. Niet in het zompige Argentijnse moeras waar een verdronken koe in ronddobbert, of in de pijnlijk feodale omgang met het Indiaanse personeel. Wel in het eindeloos op bed liggen tijdens de warmte, in de zich voortslepende gezinssleur, in de erotische spanning tussen puberende gezinsleden, in de wrede kinderspelletjes, in de oprispingen van ontspanning en plezier.
Dat het mis zal gaan is duidelijk vanaf de eerste beelden en toch slaat het noodlot tenslotte heel terloops toe, bijna zonder dat je het in de gaten hebt. Het is de enige klap die niet nadreunt in La ciénaga. Tegen die tijd is dit even suggestieve als trefzekere, indrukwekkende debuut al zo diep onder je huid gekropen dat juist de stilte na die laatste klap nog heel lang blijft natrillen.

Jann Ruyters

La ciénaga
Verenigde Staten, 2001
Productie: Lita Stantic
Regie en scenario: Lucrecia Martel
Camera: Hugo Colace
Montage: Santiago Ricci
Art direction: Graciela Oderigo
Met: Mercedes Morán, Graciela Borges, Martin Adjemián, Leonora Balcarce, Silvia Baylé
Kleur, 103 minuten
Distributie: Cinemien
Te zien: tijdens het Filmfestival Rotterdam en vanaf 24 januari in de filmtheaters

Naar boven