Februari 2002, nr 230

Tussenland

De auteurstheorie en de praktijk

Het Filmfestival Rotterdam is een feest voor filmmakers. Zij worden er behandeld als goden. Het wekt de indruk dat filmmakers in hun eentje films maken. Maar 'What (is) cinema?' vraagt het Filmfestival Rotterdam zich af. Zijn films unieke individuele scheppingen of groepsproducten? Scenarist Helena van der Meulen en regisseur Eugenie Jansen over de auteurstheorie naar aanleiding van hun Tigercompetitie-film Tussenland.

Eugenie Jansen en Helena van der Meulen (foto: André Bakker).

Het is de schuld van de Fransen. Bijna een halve eeuw geleden ontketenden de jonge honden van de Nouvelle Vague een revolutie in de filmkritiek. Het was hoog tijd, stelden zij in hun clubblad Les cahiers du cinéma, dat regisseurs de waardering kregen die hen toekwam. Goede regisseurs deden meer dan acteurs op de goede plek zetten en actie roepen. Ze hadden een eigen signatuur, zodat hun films altijd herkenbaar waren. Ook als zij scenario's van anderen verfilmden, drukten zij er hun stempel op.
De eersten die van deze 'politique des auteurs' profiteerden, waren Hollywoodregisseurs als Hawks, Ford en Hitchcock. Deze filmmakers waren altijd beschouwd als briljante genrefilmers, maar Franse critici als Godard, Rivette, Truffaut en Rohmer noemden hen filmauteurs. Hun films moesten niet alleen worden beoordeeld in genre-termen - is hij spannend enzovoorts - maar vooral worden gezien als uitdrukkingen van, vaak verborgen, opvattingen, ideeën en gedachten. Doorslaggevend om tot filmauteur te worden uitgeroepen was dat in elke film van een regisseur vaste thema's waren terug te vinden. Zoals goede schrijvers volgens sommige literaire critici altijd dezelfde roman schrijven, zo maken filmauteurs volgens de aanhangers van de 'politique des auteurs', die in Nederland auteurstheorie ging heten, altijd dezelfde film.
Bijna vijftig jaar na dato is de auteurstheorie in de filmkritiek nog steeds het ordenende principe. Vrijwel alle publiciteit richt zich op regisseurs. Scenaristen, cameramensen en editors, om drie cruciale filmberoepen te noemen, worden zelden geïnterviewd. Ook op het Filmfestival Rotterdam zullen vooral filmmakers in de schijnwerpers staan. Het houdt het leven overzichtelijk, maar klopt de auteurstheorie? Laten we dichtbij beginnen: past de auteurstheorie bij de Nederlandse filmpraktijk?

Goed kijken
Scenarist Helena van der Meulen had vier jaar geleden een filmidee. Het leek haar spannend om een Indië-veteraan die had meegevochten in de politionele acties, te confronteren met een jonge asielzoeker uit Zuid-Soedan. Hoe ze erop kwam? "Ik weet het niet meer precies. In mijn achterhoofd speelde al lang dat ik iets met Afrikaanse vluchtelingen wilde doen. Op een gegeven moment kwam ik op het idee om een jonge vluchteling te confronteren met een Indië-veteraan." Ze zegt het bijna achteloos, maar er steekt meer achter. "Mijn vader is een paar keer in Indië geweest. Nee, hij was niet betrokken bij de politionele acties, want hij zat bij de marine. Zijn verhaal was minder dramatisch als dat van de oude man in de film."
De essentie van Tussenland is de confrontatie van twee volstrekt verschillende personages, die bij nader inzien veel gemeen hebben. Van der Meulen: "Zowel de Soedanese jongen als de Indië-veteraan zijn het product van vergeten oorlogen. Oorlogen krijgen alleen aandacht als er een interessante politieke kant aanzit. In Indië en Soedan was dat niet het geval. Beide personages hebben last van een verleden waarvoor niemand aandacht heeft."
Van der Meulen stuurde het scenario-idee in voor de competitie van de door de VPRO en het Filmfonds opgezette 'No more heroes'-serie. Het plan kwam door de eerste ronden heen, waarna Van der Meulen Eugenie Jansen als regisseur vroeg. Het was een gok, want Jansen had alleen documentaires op haar naam staan. Van der Meulen zag in haar documentaires echter de authentieke toon die haar met het scenario voor ogen stond. "Ik was onder de indruk van Eugenies documentaire Nonnevotte, die gaat over het carnaval. De film staat in de documentaire traditie, maar is geen klassieke documentaire. Hij is sterk geënsceneerd en zit heel dicht tegen fictie aan. Ook blijkt er een goed gevoel voor details uit. Eugenie kan heel goed kijken."
We begrijpen het goed: Jansen werd benaderd in de treatment-fase, dus nog voor het schrijven van het scenario. Van der Meulen: "Dat hoorde bij de opzet van de 'No more heroes'-serie. Men wilde in een vroeg stadium scenaristen aan regisseurs koppelen, zodat beiden op hetzelfde spoor zouden zitten." Omdat Van der Meulen haar scenario zo authentiek mogelijk wilde maken ("realistisch is iets anders; daar heb ik niets mee"), ging zij met Jansen research doen. Ze bezochten asielzoekerscentra, praatten met hulpverleners en zochten contact met Soedanese vluchtelingen.
Verbaasd reageren beiden op de vraag waarom Van der Meulen niet in haar eentje de research deed. Zij moest toch het scenario schrijven? "Voor een regisseur is research zelfs vanzelfsprekender dan voor een scenarist", stelt Van der Meulen. "Als scenarist kun je van alles verzinnen, maar een regisseur moet zorgen voor een geloofwaardige film." Jansen: "De research maakte het onderwerp tastbaar. Ik raakte er meer betrokken door." Van der Meulen: "De research diende als ijkpunt. Het maakte het mogelijk om te controleren of de geschreven scènes klopte. Nogmaals: ik kan als scenarist van alles verzinnen, maar bij deze film moest uit respect voor het onderwerp alles kloppen. Voortdurend besprak ik het scenario met Eugenie, die veel aan de uiteindelijke versie heeft bijgedragen."

Koeien
Het kloppende scenario sneuvelde in de laatste fase van de 'No more heroes'-selectie toen van de twaalf scenario's er zes moesten afvallen. Van der Meulen: "De keuzecommisie vond het goed, maar men wilde een totaalpakket samenstellen waarin ze deze film niet vonden passen. Het was een teleurstelling, want we waren met zijn tweeën al heel ver."
Van der Meulen zat niet bij de pakken neer, maar ontwikkelde het scenario binnen de stipendiumregeling van het Stimuleringsfonds verder. Ze schreef een versie van vijftig minuten en bood die de omroepen aan, maar die waren niet geïnteresseerd in een single-play. Dat Tussenland er toch is gekomen, is te danken aan Waterland, de producent die in het No more heroes-project aan de film was gekoppeld. Van der Meulen: "Zij stelden voor om de film in te dienen als Telefilm. Dat is goed afgelopen, want de RVU vond het een mooi scenario."
Wat de consequenties waren van de overstap van No more heroes naar Telefilm? Van der Meulen: "Voor het scenario had het geen gevolgen. De RVU heeft geen huisdramaturg, zodat ze me vrij lieten. Ook stemden ze in met de keuze van Eugenie als regisseur. Jansen: "De RVU heeft ons altijd gesteund. Ze gingen ervoor en lieten dat ook merken." Te mooi om waar te zijn? Van der Meulen: "Natuurlijk besprak ik het scenario wel met de RVU, maar dat waren gewone voortgangsgesprekken. Ze hebben me nooit in een bepaalde richting willen sturen."
Een prettig gevolg van de overgang naar Telefilm was meer geld. Van der Meulen: "Het budget voor de No more heroes-films was negenhonderdduizend gulden en dat van Telefilms 1,7 miljoen." Jansen: "Met het extra geld konden we meer draaidagen maken. Dat was ook nodig, want we hebben het ons niet gemakkelijk gemaakt. We werkten met ongeschoolde acteurs. Ook spelen koeien en een kat belangrijke rollen. Ook die zijn niet makkelijk te regisseren."

Fundament
Een gevoelig moment voor elke scenarist is de overdracht van het scenario aan de regisseur. Gaat hij het verpesten of maakt hij er een mooie film van? Van der Meulen had geen last van twijfels. "Ik had het gevoel dat Eugenie precies begreep om welke emoties het voor mij draaide. Daarom kostte het me geen moeite om afstand te doen van het scenario, terwijl zij er van alles in zou kunnen veranderen. Dat is ook gebeurd, want veel scènes zijn gesneuveld."
Jansen: "Ik wil dat de film het gevoel oproept dat je echte mensen ziet, maar sommige scènes deden dat niet. De authenticiteit stond voorop, want dat is het fundament van de film." Ze legt uit waarom scènes om veel redenen sneuvelden. "In het scenario is de Soedanese jongen twaalf jaar, maar een jongen van die leeftijd konden we niet vinden. Het werd een jongen van achttien, zodat sommige scènes te kinderachtig waren. Ook sneuvelden er scènes, omdat sommige locaties anders waren dan in het script."
Montage is de meest onderschatte fase in het filmproces. Een slechte editor monteert uit schitterend materiaal een waardeloze film. Een goede editor oefent veel invloed uit op het eindresultaat. Wat gebeurde er met het materiaal van Tussenland in de beslotenheid van de studio? Wie had het voor het zeggen? Jansen: "We hebben eerst alle scènes achter elkaar gelegd, wat een film opleverde van drieëneenhalf uur." Voor het inkorten had Jansen de beschikking over de ervaren editors Danniel Danniel en Jessica de Koning. "We bepaalden samen wat in de film bleef. De producenten keken ook mee, maar oefenden geen wezenlijke invloed uit, omdat ze de mogelijkheden van het materiaal niet kenden." Van der Meulen: "Producenten zijn geen scenaristen, regisseurs of editors."

Paradoxaal
We keren terug naar de auteurstheorie, die wil dat Tussenland de unieke schepping is van Jansen. Zelf ziet ze het anders. "Het is een film van meer mensen." Van der Meulen: "Ik zeg het niet snel, maar bij deze film voel ik het ook zo." Dat mag zo zijn, maar op de aftiteling staat dat Tussenland een film is van Jansen. Zij zal worden uitgenodigd door het Filmfestival Rotterdam en niet Van der Meulen. De publiciteit rond de film zal zich richten op de regisseur. Jansen heeft het er moeilijk mee. "Ik heb zeven documentaires gemaakt en daarin was ik onderdeel van de crew. Zo voelde ik het ook. Ik merk dat het bij speelfilms heel anders gaat. Iedereen komt nu naar mij, terwijl ik vind dat Tussenland door een groepje mensen is gemaakt. Veel mensen hebben een bijdrage geleverd, maar nu wordt ik ineens naar voren geschoven."
Weg met de auteurstheorie? Jansen vindt van wel: "Als regisseur moet je de inbreng van anderen durven toelaten. Je moet een houding hebben van: kom maar op met ideeën. Ik hou er niet van om me af te sluiten. Daarom is Tussenland het resultaat van de creatieve inbreng van velen." Volgens Van der Meulen bagatelliseert Jansen haar rol. "Tussenland is geen Gesamtkunstwerk. De film had alleen door Eugenie op deze manier gemaakt had kunnen worden. In handen van een andere regisseur had het scenario een andere film opgeleverd."
Dus toch: leve de auteurstheorie? Van der Meulen: "Nee, dat ook weer niet. Ik heb de personages ingebracht, die Eugenie en ik samen verder hebben ontwikkeld. Daarom voelt Tussenland ook als mijn film, maar Eugenie heeft uiteindelijk de film bepaald. Er zijn scènes gesneuveld en er zijn dialogen veranderd. Dat laatste gaat me aan het hart, omdat ik erg op taal let. Er zitten nu dialogen in die ik minder vind. Toch heeft Eugenie de essentie behouden. Ik denk zelfs beter dan een regisseur die alles letterlijk zou hebben verfilmd. Zo paradoxaal kan het uitpakken met scenario's."

Jos van der Burg

Tussenland is te zien in de Tiger Competitie van het Filmfestival Rotterdam en draait vanaf maart in de bioscopen.


Filmfestival Rotterdam
Het Filmfestival Rotterdam vindt plaats van 23 januari tot en met 3 februari. Festivalcentrum: de Rotterdamse Schouwburg, Schouwburgplein 25. Informatie en reserveren: 010-8909000 en www.filmfestivalrotterdam.com

Naar boven