Juli/Augustus 2002, nr 235

La grande bouffe

Een walm van woede

Achter sommige woorden ligt een voorbij tijdperk verborgen. Kennen we het woord schandaalfilm nog? In het begin van de jaren zeventig strooiden recensenten ermee in het rond als zwarte Piet met snoepgoed. Marco Ferreri wilde er wel voor zorgen dat de zak gevuld bleef. La grande bouffe was de perfecte schandaalfilm. Deze zomer wordt hij in het kader van het Michel Piccoli-retrospectief heruitgebracht.

Zo werd La grande bouffe anno 1973 geadverteerd.

Een schandaalfilm is een film die een schandaal veroorzaakt. Tot zover alles duidelijk. Toch moeten we preciezer zijn, want bij een schandaalfilm gaat het om een moreel schandaal. Een filmproductie waarbij de producent er met het geld vandoor gaat, leidt misschien tot een schandaal, maar niet tot een filmschandaal. Een film moet (morele) verontwaardiging oproepen wil er sprake kunnen zijn van een filmschandaal. Een tweede voorwaarde is dat er felle tegen- en voorstanders moeten zijn. Sommigen moeten van de film walgen, anderen moeten hem bejubelen. Een film die iedereen walgelijk vindt, leidt niet tot een schandaal, maar tot een flop.
Marco Ferreri's La grande bouffe voldeed perfect aan de eisen. De première in 1973 op het filmfestival in Cannes vormde de ideale opmaat voor een van de grootste filmschandelen uit de geschiedenis. Ex-Volkskrant recensent Peter van Bueren omschreef de clash in Cannes tussen publiek en film als volgt: "Een zaal vol keurig in avondkostuum gestoken Franse hoge autoriteiten en opgewekte middenstanders zag met groeiende walging hoe een aantal mannen zich in de film boerend en windend letterlijk kapot vreet. De onrust in de zaal nam per minuut toe en een hels gefluit begeleidde de slotbeelden." Het bleef volgens Van Bueren nog lang onrustig in Cannes: "Met gebalde vuisten en zich ternauwernood beheersend omdat het avondkostuum een ordinaire vechtpartij verhinderde, trokken de geteisterde bezoekers in een walm van woede naar een terras."

Sinistere vernedering
Dat La grande bouffe was geselecteerd voor het festival in Cannes, was een belangrijk element in het schandaal. Veel Fransen waren verbijsterd. Zoals de burgemeester van Menton. Hij vroeg de minister van Cultuur hoe het kon dat een film, die "algemene verontwaardiging" had gewekt, op een festival draaide dat "de cinematografische kunst vertegenwoordigde." Of de minister ervoor wilde zorgen dat voortaan "uit naam van Frankrijk" vertoonde films "recht doen aan de goede smaak en de Franse geest". Het televisiestation Europe 1 sprak van "een sinistere vernedering van Frankrijk". De recensent van Paris Match schaamde zich voor zijn land, "dat heeft geaccepteerd dat dit ding in Cannes draaide." Het grootse deel van de filmpers, van politiek links tot rechts, veroordeelde de film. Le Figaro vond dat de film "de mondiale Oscar voor vulgariteit" verdiende. Le Monde verweet Ferreri dat hij "niet shockeerde maar deed walgen", en de communistische krant L'Humanité bekritiseerde "het dunne uitgangspunt, dat droog en karikaturaal is uitgewerkt." Tegenover de meerderheid stond een minderheid die het voor La grande bouffe opnam. Zij prezen de film om zijn radicale cultuurkritiek en morbide humor. Met gevoel voor retoriek trokken zij een historische parallel: de aanvallen op de film deden denken aan de fascistische veroordeling van "decadente kunst".
Nadat de eerste stoom was afgeblazen door recensenten, betraden filosofen en cultuursociologen het strijdveld. Na een tocht langs Montaigne en andere denkers kwam een filosoof tot de conclusie dat La grande bouffe een aanval was op de door het christendom aangebrachte scheiding tussen het hogere en het lagere in de mens. De film betekende een radicale terugkeer naar de fysiologische dimensie van het lichaam. De vraag of we met die terugkeer blij moesten zijn, stelde de filosoof niet.

Zinloze daad
Hoe reageerde de Nederlandse pers? Van morele geschoktheid was weinig te merken. De verklaring ligt mogelijk in de Nederlandse progressieve tijdgeest van de jaren zeventig. Het waren de jaren van de tegencultuur, waarin morele verontwaardiging werd gezien als een uiting van een bekrompen geest. Critici beten liever hun tong af dan dat zij werden beschuldigd van zedenmeesterij. Hoewel La grande bouffe uitnodigt om stelling te nemen tegen wat in die tijd "de consumptiemaatschappij" heette, draaiden de meeste Nederlandse critici om de hete brij heen. Ze maakten niet duidelijk wat ze werkelijk dachten van de film. Bob Bertina van de Volkskrant verschool zich in zijn Cannes-verslag achter enerzijds-anderzijds opmerkingen. Enerzijds: "Iemand die op dezelfde manier naar La grande bouffe kan kijken als bijvoorbeeld de verhalen van Rabelais lezen, zal alleen maar plezier hebben." Anderzijds: "De aanschouwelijkheid en vooral ook de suggesties van de dingen die gebeuren, kunnen ook andere reacties oproepen, zoals in Cannes tijdens de verschillende vertoningen al is gebleken." Wat vond Bertina er zelf van? Hij nam dé uitvlucht voor een criticus in nood: "Er zijn ook mensen die walgen, er zijn er ook die zich op den duur gaan vervelen. Ik mag mezelf tot de laatste groep rekenen." Verveling, meer had Bertina niet te melden over de film. In zijn latere recensie vond hij nog een manier om het niet over de cultuurkritische inhoud van de film te hoeven hebben: "Om een optelsom van vreten, grijpen, naaien en winden laten als een geweldige explosie van cinematisch vermogen te huldigen, lijkt mij nogal overdreven." La grande bouffe was geen filmkunst, dus hoefden er geen woorden aan vuil te worden gemaakt. Dat het ook anders kon, liet Ab van Ieperen zien. Hij zag niet alleen een "allegorie van onze consumptiemaatschappij", maar ook de in het werk van Ferreri terugkerende thematiek van "de zinloze daad". Niet alleen de zich doodvretende mannen in La grande bouffe plegen een zinloze daad, maar ook de film is een zinloze daad. "Maar een zinloze daad kan nog wel een grote daad zijn en dat is deze film."

'Vreten, grijpen, naaien en winden laten.'

Stromen diarree
Geholpen door het schandaal werd La grande bouffe Ferreri's grootste commerciële succes. Iedereen wilde de film zien. Italianen reisden met busladingen naar Frankrijk, omdat de film in Italië was verboden. Bijna dertig jaar later kost het moeite om de morele opwinding te begrijpen. De cultuurkritische inhoud was niet de 'trigger' van de morele verontwaardiging, want films die de Westerse levenswijze bekritiseerden waren er in overvloed. Ook dat de mannen zich doodvraten, verklaart het rumoer niet. De eerder genoemde Franse filosoof had het bij het juiste einde: dat Ferreri het menselijk lichaam in al zijn banaliteiten toonde, tastte het dominante beeld van de mens aan als een beschaafd en denkend wezen. In La grande bouffe is de mens een vretend, boerend, schijtend, overgevend en neukend organisme. In de Middeleeuwen zou niemand er aanstoot aan nemen, maar het beschavingsoffensief in de negentiende eeuw verklaarde het banale lichaam taboe. Ferreri schoot het aan flarden. Ook Ab van Ieperen zag het scherp: "Het bijzondere van La grande bouffe is dat Ferreri zijn personages presenteert als fysiologisch functionerende wezens; etend, boerend, ontlastend. Niets bijzonders eigenlijk, maar alleen op het witte doek zelden vertoond." Zelden vertoond? In 1973 was dat waar, maar inmiddels worden wij geteisterd door tientallen Amerikaanse tienerkomedies, waarin lollige jongeren schijten, boeren, overgeven, klaarkomen in appeltaarten en stromen diarree produceren. We snakken naar het taboe. Marco Ferreri wordt bedankt!

Jos van der Burg

La grande bouffe is te zien in het kader van 'Een zomer met Michel Piccoli' en daarna in de filmtheaters. Voor meer informatie: www.filmmuseum.nl

Naar boven