November 2002, nr 238

Insomnia

Tussen wensdroom en daad

Hoeveel dagen kan een mens zonder slaap? Hoeveel dagen kan een mens leven in het verduisterende licht zonder de heerlijke verblinding van dromen en nachtmerries? Christopher Nolan verfilmde de Noorse thriller Insomnia (1997) als een slaapwandeling door een waaklandschap.

Robin Williams en Al Pacino: schijn en werkelijkheid.

Al Pacino heet niet voor niets Will Dormer in de film die Christopher Nolan (Following, Memento) maakte naar de Noorse cultklassieker Insomnia (Erik Skjoldbjaerg, 1997). Zijn naam schreeuwt de noodzaak tot slapen uit. Even lijkt hem die vergetelheid te worden geboden als de rouwdouwende politieman uit Los Angeles, waar hem een disciplinair onderzoek wacht, de kans krijgt om voor een moordzaak naar Alaska te vertrekken. Maar daar, in de mist en het verblindende licht van de eeuwigdurende zomerdag zullen al zijn daden de toets met het daglicht moeten kunnen doorstaan. Je daden kun je niet ontlopen, wil ook deze remake op een wel heel duistere en dwingende manier laten zien.
Het is niet zo verwonderlijk dat regisseur Nolan voor zijn derde speelfilm gegrepen raakte door de thema's en de vertelstructuur van het Noorse origineel, dat door debuterend scenarioschrijfster Hillary Seitz naar een Noord-Amerikaanse omgeving werd omgeschreven. Insomnia is niet zomaar een remake of een veilige keuze voor een grote studio die met een van de sensationeelste nieuwe filmtalenten van dit moment in zee gaat. Nolan herkende in Insomnia ook zijn eigen fascinatie voor thrillers en detectiveverhalen die hem in zijn vorige films een kans boden om te onderzoeken wat (ook filmisch) waar is en wat niet. In Insomnia gaat hij verder op die ingeslagen weg.
De film speelt met het verschijnsel van 'suspension of disbelief'. Onnodig te zeggen dat ook de filmmaker in zo'n geval over de brug moet komen, bijvoorbeeld met een uitgekiende mise-en-scène en cast, die in staat zijn om gelaagdheid en dubbelzinnigheid te effectueren. Nolan doet dat met bewonderenswaardige zelfbeheersing.

Waan
Al Pacino hebben we al zo vaak als politieman gezien, dat het onmogelijk is om al die 'good' en die 'bad cops' niet op de achtergrond te horen resoneren als hij Will Dormer speelt. Maar zelfs wie nu voor het eerst Pacino zou zien, ervaart in zijn spel de berusting van de rechercheur die weet dat kwaad en rechtvaardigheid geen zwart-wit begrippen zijn. Het scenario speelt daarmee, door Dormer te presenteren als een man die in zijn missie tegen de misdaad ook gedreven wordt door irrationele motieven en luiheid. Lang leef je met hem mee, zeker als hij in de onwaarschijnlijk diabolische Robin Williams een tegenstrever ontwaart.
Maar dan hebben het licht en de mist en het voortdurende slaapgebrek al hun werk gedaan en moet je je ook als toeschouwer gaan afvragen wat waar is en wat waan. Dan moet je misschien je sympathieën gaan verleggen, al is dat niet zo eenvoudig. Wie de schurk is, is dan niet meer zonneklaar.
Na de duizelingwekkende manier waarop Nolan zijn Memento structureerde, is Insomnia beslist een veel conventioneler aandoende film. Maar juist binnen de conventies van een genre weet Nolan die wetten te overstijgen en van Insomnia een betere film te maken.

Dana Linssen

Insomnia
Verenigde Staten, 2002
Productie: Paul Junger Witt, Edward L. McDonnell, Broderick Johnson, Andrew A. Kosove
Regie: Christopher Nolan
Scenario: Hillary Seitz naar het scenario van Nikolaj Frobenius en Erik Skjoldbjaerg (1997)
Camera: Wally Pfister
Montage: Dody Dorn
Art direction: Nathan Crowley
Muziek: David Julyan
Met: Al Pacino, Martin Donovan, Hilary Swank, Robin Williams
Kleur, 118 minuten
Distributie: Buena Vista
Te zien: vanaf 31 oktober

Naar boven