Maart 2003, nr 242

Paul Thomas Anderson

Je moet jezelf verrassen

Paul Thomas Anderson kwam voor de Nederlandse première van Punch-drunk love naar het Filmfestival van Rotterdam, om er prompt tot de grootste, los rondlopende ster te worden gebombardeerd. Niet dat hij zich daar veel van aantrok. Hij ging gewoon films kijken, tussen het publiek, en verklaarde zich als een vis in het water te voelen.

Paul Thomas Anderson.

Paul Thomas Anderson (33) heeft genoeg van de steriele hotelkamer en praat liever verder in het restaurant ("It's livelier, don't you think?"), gebogen over opvallend oranje jus en opvallend groene sla ("Wow, these colors!"). Pijnboompitten zijn er om te bestuderen en om mee te spelen. Slechts af en toe verdwijnt er eentje in zijn rossige baard. Alsof hij een goocheltruc doet.
Andersons vierde speelfilm, na
Hard eight (1996), Boogie nights (1997) en Magnolia (1999), heeft ook veel weg van een magische act. Dit keer geen mozaïek-film à la Short cuts met een bonte stoet personages en een keur aan dramatische verwikkelingen, maar een klein, merkwaardig, kafkaësk verhaal over een eenzame, wat zonderlinge man in een knalblauw kostuum die alsnog het paradijs vindt in de armen van een engelachtige vrouw. Als bij toverslag.

Anderson: "Yes, right, Punch-drunk love is meer een soort sciencefictionfilm of, beter gezegd, een soort 'space movie'. Een beetje zoals de oude Star trek-films, met krakkemikkige special effects en transportatie-middelen."
Anderson staat acuut op, gaat in de Star trek-houding staan en zegt verwachtingsvol: "Beam me up, Scotty!"
Weer terug bij zijn te groene sla: "Tuurlijk, dat is precies waar het om gaat, Barry Egan wacht erop getransporteerd te worden naar een andere wereld, weg uit die loods, weg uit die stad, en het gebeurt nog ook. Hij ontmoet een vrouw, met echte borsten en echte billen, en hij gaat naar Tahiti."

Weerspiegelen de droomachtige kleuren die zo nu en dan vol in beeld verschijnen zijn extatische gevoelens?
Ja, hoe breng je zoiets in beeld? Hoe breng je dat gevoel van hotel-de-botel verliefd zijn in beeld? Ik weet nog dat ik in het Museum voor Moderne Kunst in San Francisco een keer oog in oog stond met het werk van Jeremy Blake. De tentoonstelling heette 'Art in technological times'. Het was alsof ik door de bliksem werd getroffen. De vreemde, hallucinerende kracht van die digitale animaties. Ik moest er weer aan denken toen ik met Punch-drunk love bezig was, en ik heb Jeremy Blake uiteindelijk gevraagd om die hallucinerende sequenties op 35mm-formaat te schilderen. Het zijn een soort röntgenfoto's van de ziel geworden. Fascinerend, vind je niet?

Het is behoorlijk gewaagd om die abstracte kunstwerken in een narratieve vorm te passen. Punch-drunk love krijgt daardoor een bijzonder experimenteel karakter.
Ja, ik heb wel het idee dat Punch-drunk love mijn meest experimentele film tot nu toe is. Je moet de dingen soms anders doen. Je moet experimenteren. Je moet jezelf verrassen, verbazen, ja, misschien moet je jezelf af en toe een beetje bang maken. Het komt ook wel voort uit een bepaalde frustratie, een onbevredigd gevoel dat je emoties alleen van een gezicht af zou kunnen lezen. Ik ben op zoek gegaan naar iets anders, met het gevoel dat er iets anders moest zijn.

Hier in Rotterdam wemelt het van de filmmakers die de dingen 'anders' doen. Het is ook de eerste keer dat je met een film in Rotterdam bent. Zie je het verband?
Punch-drunk love hoort hier wel echt thuis. En voor mij is het een fantastisch festival. Ik heb Hukkle gezien, een ongelooflijke film van een jonge Hongaar die alles op zijn kop zet. En alleen al vanwege deze korte beschrijving ga ik naar Bodysong: 'An epic movie of the story of human life, using found footage from the last 100 years of cinema, scored by Jonny Greenwood of Radiohead'.

Je bent opgegroeid in Los Angeles. In Studio City nog wel. Zie je in het dagelijks leven ook veel films?
Ik was wel een behoorlijke cinefiel, maar toen ik zelf films ging maken, kwam ik niet meer zo erg toe aan mijn eigen cinefilie. Het komt nu meer bij vlagen, als ik na het maken van een film een beetje ga 'freewheelen', zoals nu hier op het festival. Bij het kijken naar Hukkle voelde ik bijvoorbeeld weer die oude, cinefiele impuls opwellen. Zo'n film werkt buitengewoon inspirerend.

En waar kwam de inspiratie vandaan om de Amerikaanse komiek Adam Sandler en de 'serieuze' Britse actrice Emily Watson bij elkaar te brengen? Is het niet een beetje zoals in Frank Tashlins Artists and models (1955) waarin Jerry Lewis en Shirley MacLaine eerder een koppel vormden?
Shirley MacLaine was volgens mij altijd al een beetje gek. Nee, ik was al jaren een groot fan van Adam Sandler, een acteur die iets heel zachtmoedigs uitstraalt en die toch zo onbevreesd is en al die rare dingen durft te doen. Sandler komt uit 'de andere wereld', uit 'het andere fimcircuit'. Hij vertelde me dat hij alleen een keer 'per ongeluk' een film met Emily Watson had gezien. Hij was naar Hilary and Jackie (1998) gegaan, omdat zijn vriendin Jackie heette. De nauwe samenwerking met Emily Watson werkte wel, omdat het een bepaalde druk op hem legde die hij eigenlijk wel fijn vindt en die hij ook altijd wel zoekt, maar dan in een andere vorm.

Adam Sandler speelt, vóór zijn ontmoeting met Emily Watson, een eenzame man die een sekslijn belt en die met tegenzin naar een familiefeestje gaat, omdat hij weet dat zijn zeven zussen hem daar zullen opwachten en vernederen en uiteindelijk tot een waanzinnige woede-uitbarsting zullen drijven. Alle films die je tot nu toe hebt gemaakt, Hard eight, Boogie nights, Magnolia en Punch-drunk love, gaan op de een of andere manier steeds weer over ongelukkige familieverhoudingen.
Ik ben zelf opgegroeid in een groot gezin met negen kinderen. Ik was het één na jongste kind, en ik had een broer en zeven zussen. Interessant is de dynamiek in zo'n groot gezin, en de verdeling van de aandacht, die heel anders is dan in kleine gezinnen. Je hebt sterkere en zwakkere kinderen, en het zwakkere kind is al snel een eenvoudige prooi. En geloof me, ik weet uit ervaring dat kinderen onder elkaar erg gewelddadig kunnen zijn.
Ik heb nu vrienden die zelf kinderen krijgen. Een goede vriend van me heeft nu twee zoontjes, een van twee jaar en een van vijf jaar, en het is fascinerend om die op te zien groeien. Je ziet hoe hun karakters vorm krijgen, en hoe ze zich langzaam tot individuen ontwikkelen. In Magnolia heb ik met kinderen gewerkt, en in Punch-drunk love ook, maar die scènes hebben het in de montage niet gehaald."

Waarom zijn die scènes precies gesneuveld?
Het punt is dat je met kinderen verschrikkellijk voorzichtig moet zijn. Kinderen zitten in een belangrijke vormende fase, en elke situatie die naar exploitatie neigt, moet je zien te voorkomen.

Dit onderwerp gaat je duidelijk aan het hart.
Ik kan over heel veel dingen grappen maken, maar hier kan ik niet lichtzinnig over zijn."

Belinda van de Graaf


Punch-drunk love

Een krappe kriebeltrui

Van Paul Thomas Anderson, de man die ons de films bracht waarin een schlemiel niet met de grote jongens meekan (Hard eight), een pornogeneratie zijn onbevangenheid verliest (Boogie nights) en een hele mensenmenigte de optelsom blijkt van verkeerde keuzes (Magnolia), komt de vierde indringende studie in eenzaamheid: Punch-drunk love.

Barry Egan (Adam Sandler) verzamelt air miles.

In Punch-drunk love komt de eenzaamheid geheel vanuit de persoon zelf: Barry Egan (Adam Sandler) werkt in een vage groothandel met aardige collega's, maar heeft geen vrienden, geen geliefde, geen echt contact, zussen wier goede bedoelingen uitpakken als smorende bemoeizucht, plotseling opkomende verwoestende woedeaanvallen, een gebrek aan idee wat hij met zijn leven moet aanvangen en geen benul bij wie hij om hulp moet aankloppen. Hij past in de wereld als in een krap en verkeerd om zittende kriebeltrui.
Paul Thomas Andersons stijl van filmen is dienovereenkomstig. Boogie nights en Magnolia muntten uit in vertelkundige vloeiendheid, Punch-drunk love is een verbazingwekkend weerbarstige film. In de eerste scènes krijg je als kijker weinig houvast - je ziet Adam Sandler, dus je verwacht iets geestigs, maar krijgt een ongemakkelijk en opgefokt telefoongesprek in een lege ruimte, en een Buster Keaton-achtige reeks opnames met onder meer een plotseling en onverklaard blijvend auto-ongeluk.
Op andere momenten staat er een nerveus improvisatiemuziekje door de gebeurtenissen heen te tetteren, of wordt een min of meer romantische scène tussen Barry en de schutterige maar vastberaden Lena (Emily Watson) verstoord door geluid waarvan je niet goed weet waar het vandaan komt. Bij tijd en wijlen wordt de film onderbroken door bewegende kleurencomposities die het midden houden tussen vloeistofdia's en de vlekken die je ziet als je je ogen dichtdoet. En al die tijd heb je geen idee waar het heengaat - behalve dat het verhaal fraaie bokkensprongen maakt, verschiet het geheel ook voortdurend van komedie en slapstick naar emotionele horror en - uiteindelijk - romantiek en suspense. Let wel: niet door die genres te mengen, maar door ze schots en scheef in elkaar te steken. Je zou haast van deconstructivisme spreken, als de film ondanks alle ambities niet zo licht en pretentie-arm overkwam.

Desoriënterend
In het waarom van al die filmische springerigheid (Punch-drunk love is tegenover de symfonieën Boogie nights en Magnolia als een experimenteel punknummertje) ligt zowel een kracht als een zwakte besloten. De kleurenvlekken, de hamerend-plotselinge gebeurtenissen, de salade van stemmingen en de desoriënterende filmtechnieken wijzen allemaal in de richting van de hoofdpersoon, en die constatering is van zó'n eenvoud dat hij bijna een teleurstelling is.
Aan de andere kant: geen regisseur heeft zo'n scherp oog voor het in beeld brengen van de gemoedstoestand van zijn hoofdpersoon als Anderson, en dan ook nog eens zo'n uitgebreid repetoir. In Hard eight kwam het gevoel van mislukking krachtig naar voren middels de troosteloosheid van de gokhal-locaties in Atlantic City, Boogie nights excelleerde in een gevoel van verlies door de vrolijke en nostalgisch stemmende kanten van de jaren zeventig af te zetten tegen de kilte van de 'eighties', in Magnolia sneedt de melancholie van de hoofdpersonen door de ziel door de verhaallijnen er als een meerstemmige zang doorheen te laten lopen, en in Punch-drunk love weet hij je Barry's onbehagen te laten ervaren door je cinematografisch om de oren te slaan.
En in nóg een opzicht is het een moedige film. Punch-drunk love wordt geafficheerd als 'romantische komedie' (Adam Sandler + een liefdesverhaal - het misverstand is begrijpelijk) maar er valt opvallend weinig te lachen en Anderson zondigt vooral tegen de regels van het genre door geen spoor van behaagziekte te vertonen. En dat in een film die liefde als oplossing presenteert - een romanticus blijft Anderson wel.

Chris Buur

Punch-drunk love
Verenigde Staten, 2002
Productie: Dan Collins, Daniel Lupi, Joanne Sellar, Paul Thomas Anderson
Regie en scenario: Paul Thomas Anderson
Camera: Robert Elswit
Montage: Leslie Jones
Art direction: William Arnold
Geluid: Phil Benson
Muziek: Jon Brion
Met: Adam Sandler, Emily Watson, Philip Seymour Hoffman, Luis Guzman
Kleur, 94 minuten
Distributie: Columbia Tristar
Te zien: vanaf 20 maart

Naar boven