Mei 2003, nr 244

Menno Meyjes

De kunst van de angst

De Nederlandse scenarist Menno Meyjes probeert in zijn Engelstalige debuut Max de karakterontwikkeling te schetsen die Adolf Hitler gedurende het interbellum doormaakte. "Demagogie is de kunst van de angst."

Menno Meyjes (foto: André Bakker).

Hoewel zijn naam bij maar weinig mensen herkenning zal oproepen, is Menno Meyjes (Bloemendaal, 1954) een van de meest succesvolle Nederlanders in Hollywood. Op zijn negentiende vertrok hij op de bonnefooi naar Hollywood. Na een decennium lang sappelen bracht zijn agent hem in contact met Steven Spielberg, die wanhopig op zoek was naar een schrijver die Alice Walkers roman 'The color purple' kon bewerken voor het witte doek. Het script leverde Meyjes een Oscarnominatie op. Sindsdien schreef hij onder meer voor Spielberg Indiana Jones and the last crusade (1989), voor Russell Mulcahy Ricochet (1990) en voor Edward Zwick The siege (1998).
Zijn regiedebuut Max speelt in het Duitsland na het wurgverdrag van Versailles. In deze atmosfeer van ongenoegen tracht voormalig soldaat Adolf Hitler (Noah Tyler) zichzelf te profileren als schilder. De enige die iets in hem ziet is de fictieve rijke joodse kunsthandelaar Max Rothman (John Cusack).
Net als Hitler heeft Rothman ook geleden tijdens de Eerste Wereldoorlog: het kostte hem onder meer zijn arm. In tegenstelling tot Hitler weigert Max echter te zwelgen in woede en frustratie. Hij probeert de ex-soldaat zelfs te stimuleren al zijn gevoelens te uiten in zijn schilderijen. Menno Meyjes tijdens het Filmfestival Rotterdam: "Max kan al zijn emoties kwijt in de kunst. Hitler kan dat niet: zijn kunst is niet de kunst van het schilderen, maar de kunst van de demagogie. Demagogie is de kunst van het makkelijke, de kunst van de kitsch, de kunst van de angst. Het is makkelijker om een demagoog achterna te lopen dan om zélf na te denken, zélf te uiten. Voor het Duitse volk was het onder deze omstandigheden ook makkelijker de demagoog te geloven dan zelf na te hoeven denken."

Menselijk gezicht
In eerste instantie had Steven Spielberg veel interesse om Max te produceren, maar nadat hij de eerste versie van het script had gelezen, haakte de filmmaker toch af. "Als hoofd van de Shoah Foundation kon hij het tegenover de overlevenden van de holocaust niet verantwoorden wanneer hij een film zou maken waarin getracht werd Hitler een menselijk gezicht te geven."
Dat het publiek in Amerika niet warm liep voor de psychologische karakterschets van een twijfelende Hitler, deert Meyjes niet. "Dat had ik ook niet verwacht: dat was voor mij ook niet de reden om de film te maken. Ik wilde slechts aantonen dat er een kern van waarheid zat in het beeld dat ik van Hitler had. Het was helemaal geen groot leider zoals veel mensen hem zien: het was een gefrustreerd, tragisch mannetje. En helaas wordt het kwaad in deze wereld verspreid door gefrustreerde tragische mannetjes: nooit door charismatische, alles-kunnende duivels als Mick Jagger."
Zonder een zekere basiskennis over de historische context van 1918 is de film maar moeilijk te begrijpen, beseft Meyjes zich terdege. "We hebben er heel bewust voor gekozen om niet te uitleggerig te worden. Mijn producent wilde op een gegeven moment in toekomstflashes laten zien waar de keuzes van Hitler in 1920 toe zouden leiden, maar dat heb ik geweigerd: dan had het verhaal enorm aan kracht verloren. Mensen mogen zelf interpreteren wat het denken en doen van Hitler hen doet. Ik denk ook dat het verhaal groter is dan een karakterschets van één dictator aan het begin van de twintigste eeuw. Het principe is van alle tijden."
Volgens de filmmaker is de fascinatie voor de Führer in elk geval zijn generatie met de paplepel ingegoten. "Hoe kan je niet gefascineerd zijn door Hitler? De man heeft een onuitwisbare schaduw over mijn generatie geworpen: hij was het refrein van mijn jeugd. In 1954 werd alles wat er in de wereld gebeurde nog door hem gedomineerd."

Monster
Meyjes las al op jonge leeftijd alles wat hij kon vinden over de leider van het Derde Rijk. "Vooral de periode voordat hij aan de macht kwam bleef maar hangen: een man met sluik lang haar, een stok met een zilveren dop erop, gedesillusioneerd door de oorlog, een mislukt kunstenaar. Die man was geen monster, maar heeft een bewuste keuze gemaakt om monster te worden. De weg van de minste weerstand: mens blijven had hem veel meer moeite gekost."
Hitler als schilder was een zeer matig kunstenaar: een glorieuze toekomst in de schilderwereld had hij nooit gehad. "Maar als hij iets meer moeite had gedaan, was hij vermoedelijk wel een heel eind gekomen. Demagoog worden kostte hem geen enkele moeite, dus koos hij daarvoor. Hij componeerde zijn wereldbeeld overigens op dezelfde manier als hoe hij een schilderij componeerde: sommige dingen horen er wel in thuis, andere dingen niet, en die hoor je te verwijderen."
Hoewel de film geen concrete antwoorden biedt op de discussie waarom Hitler geworden is wie hij uiteindelijk geworden is, stelt het karakter van Max Rothman wel een aantal vragen aan Hitler waaruit op te maken is dat de toekomstige Führer een bange man is. "Hij durfde zich niet bloot te geven: hij kende een verschrikkelijk gevoel van schaamte. Ik denk oprecht dat als hij alles wat hij dacht en vond een plaats had kunnen geven op het schildersdoek, hij zich dan had kunnen ontpoppen tot jonge Dali. Als kunstenaar moet je durven! Emotionele lafheid is funest voor oprechte kunstenaars. Het fascinerende en zelfs paradoxale is dat dit Hitler juist weer heel menselijk maakt."
Angst loopt als een rode draad door de hele film heen. Hitler is bang zich bloot te geven, maar ook in de straten van het naoorlogse München hangt de collectieve angst voor wat komen gaat als een klamme mistbank tussen de mensen. "Iedereen is bang voor het leven", stelt Meyjes. "Niemand zegt het, maar iedereen weet het. Dat gevoel wilde ik in beeld brengen. Dit leven is zwaar: liever vluchten we in mythes of romantiek. Hitler was eigenlijk een hopeloze romanticus, die vluchtte in het gemak van demagogie en de mythe dat de joden alle schuld droegen."
Veel is er volgens de filmmaker sindsdien trouwens niet veranderd. "Meneer Blair en meneer Bush hanteren hetzelfde principe wanneer ze praten over Saddam Hoessein. Natuurlijk is het makkelijker de aandacht op Saddam te richten dan op de gezondheidszorg: problemen in de gezondheidszorg los je niet op, Saddam wel. Dat is precies de manier van redevoeren die Hitler ook hanteerde. Sterker nog: de Führer had tenminste nog een duidelijke, onderbouwde toekomstvisie over hoe hij de wereld in wilde richten. Die toekomstschetsen die Hitler aan het einde van de film aan Max toont, zijn allemaal echt door hem gemaakt. Bush heeft geen visie, die lijdt alleen aan onredelijke machtswellust."
Toch wil de kunstenaar Meyjes ook zijn hand graag in eigen boezem steken. "Ik geloof dat we onder de verkeerde omstandigheden allemaal een Hitler kunnen worden. Er is een deel van ons dat wil geloven in mythes. Dat is volgens mij de enige drijfveer die een mens altijd gaande houdt."

Robbert Blokland

Max
Verenigde Staten, 2002
Productie: Andras Hamori
Regie: Menno Meyjes
Scenario: Menno Meyjes
Camera: Lajos Koltai
Montage: Chris Wyatt
Art direction: Tibor Lázár
Muziek: Dan Jones
Met: John Cusack, Noah Tyler, Leelee Sobieski, Molly Parker, Ulrich Thomsom, Janet Suzman
Kleur, 106 minuten
Distributie: A-Film
Te zien: vanaf 8 mei


Max

Moreel mijnenveld

Jerry Goossens zag de Hitler-film Max als toenmalig hoofdredacteur van de Dagkrant van het Filmfestival Rotterdam, en maakte zich kwaad.

Albert Speer, de architect van het Derde Rijk, vertrouweling van Hitler en uiteindelijk spijtoptant, omschreef na zijn arrestatie in 1945 de dictator als een demonische figuur, "één van die onverklaarbare historische fenomenen die slechts zelden en met grote tussenpozen onder de mensheid verschijnen." Tot op de dag van vandaag heeft die opvatting niets aan actualiteit ingeboet. Er zijn honderden, zo niet duizenden biografieën over Hitler gepubliceerd, maar hij is en blijft het Ikoon van het Kwaad, gesymboliseerd door spuuglok en borstelsnor.
Ook in de cinema is Hitler doorgaans een eendimensionaal monster, een brullende sociopaat met stramme ledematen, bij wie het laatste vonkje menselijkheid al lang geleden is gedoofd (zo het ooit tot ontbranding is gekomen). Wie afbreuk doet aan de ikonografie van het kwaad, laadt tenslotte al snel de verdenking op zich sympathie te koesteren voor de man die Europa naar de afgrond voerde.
Max, het regiedebuut van de van oorsprong Nederlandse scenarist Menno Meyjes, is in het licht van de filmgeschiedenis een moedig project. De plot draait om de fictieve 'vriendschap' tussen Hitler en de joodse kunsthandelaar Max Rothman. Beiden zijn Eerste Wereldoorlog-veteranen, die na de nederlaag van Duitsland in 1918 zijn teruggekeerd naar München. Hitler is volkomen berooid, terwijl Rothman, die zijn rechtarm heeft verloren op het slagveld van Yper, in weelde leeft. Zijn villa is een modernistisch juweel met metershoge raampartijen, en een interieur dat oogt als een catalogus van vroeg twintigste-eeuws meubeldesign. Ook zijn galerie, een immense staalloods, is bepaald geen lullig uitdragerijtje. Rothman voert werk van onder andere Max Ernst, Paul Klee en George Grosz. Geen onaardige collectie, voor iemand die net uit de modder van de loopgraven is gekropen.

Striptekenaar
De film ontaardt als snel in een moreel mijnenveld. Je kunt de gebeurtenissen, niet los zien van de moord op zes miljoen joden. De voorafschaduwing van de holocaust geeft betekenis aan elke handeling, elk woord. Zo is Hitler in de film getuige van een potsierlijk performancestuk waarin Rothman de valse heroïek van de oorlogspropaganda op de korrel neemt. De kern van zijn betoog is dat het táál was die de soldaten naar de Vlaamse slagvelden dreef en hen daar hield. Rothman, naast een schoolbord vol krijgshaftige 'newspeak', zegt: "If you want millions of young men to give up their lives for your cause, you must first learn these words." Hitler is weliswaar verontwaardigd door Max' gebrek aan patriottisme, maar in Meyjes' visie wordt de 'jood' Rothman een bepalende factor in de aanzet tot de holocaust. Dat is niet alleen pijnlijk, maar ook buitengewoon dom.
De premisse van de film is zo mogelijk nog larmoyanter. Rothman neemt de gefrustreerde kunstschilder onder zijn vleugels en belooft hem een expositie, op voorwaarde dat hij het modernisme omarmt. Hitler gaat braaf aan de slag, maar kan zich de beeldtaal niet eigen maken. Uit arrenmoede gaat hij verder met het droedelen van mythisch-realistische tafereeltjes, waarin Hitler, als een striptekenaar van fantasy-verhaaltjes, de Wagneriaanse versie van Dune ontwerpt. In zijn schetsboek zien we de architectuur van Speer, adelaars, hakenkruisen en noeste Germanen. Alsof hij, twintig jaar te vroeg, alvast begonnen is aan de storyboard voor Triumf des Willens. Rothman beschouwt de tekeningetjes als de krankzinnige, maar desondanks coherente visie van een "mad, reverse futurist, like Marinetti", en zegt alsnog toe zijn werk te exposeren.
Hitler, die dan al opruiende, antisemitische spreekbeurten geeft, en propaganda als een nieuwe, avant-gardistische kunststroming ziet, besluit zijn agitatie-werkzaamheden te staken, om zich volledig aan de ouderwetse schilderkunst te wijden. Het noodlot steekt daar een stokje voor, maar de strekking is duidelijk: als Hitler kunstenaar was geworden, had de holocaust nooit plaatsgevonden. Op de kunstacademie van Wenen, waar Hitler tot twee maal toe werd afgewezen, zullen ze zich na het zien van Max de haren uit het hoofd trekken.

Jerry Goossens

Naar boven