Juli/Augustus 2003, nr 246

Erik van Lieshout

Provocatie en lol

Erik van Lieshout is in zo'n tien jaar uitgegroeid tot een van Nederlands spannendste kunstenaars. Zijn schilderijen en installaties zijn wild, provocerend, grappig en energiek, zoals de kunstenaar zelf. Jaarlijks levert hij ook een video af. Op bezoek bij een man die geen videokunstenaar of filmmaker wil zijn.

Erik van Lieshout en een buurtjongen in Respect.

Erik van Lieshout (1968, Deurne) exposeert sinds juni op de prestigieuze Biënnale in Venetië. Samen met vier andere Nederlandse kunstenaars is hij geselecteerd om het Nederlandse deel van de kunsttentoonstelling te vullen. Hij staat er met zijn miniversie van het paviljoen van Rietveld.
Van Lieshout wordt de Eminem van de Nederlandse hedendaagse kunstwereld genoemd. Hij zocht in zijn hiphopfilm Lariam zijn 'roots' in Ghana, Afrika, maar is en blijft een Brabantse, blanke jongen. Hij maakt wel films, korte video's altijd, maar vindt dat tegelijk "helemaal niet belangrijk". Bekender is hij als kuttenschilder, hij schilderde letterlijk veel vrouwelijke geslachtsdelen, wat hij naar eigen zeggen "echt heel erg goed kan".

Rode Ferrari
Een middagje op visite bij Van Lieshout levert een energiek gesprek op met als decor een fascinerend uitzicht. Van Lieshout woont al jaren in een 'slechte' wijk in Rotterdam. Veel allochtonen, heibel op zijn tijd. Uit zijn raam kijkend zie je de Erasmusbrug, daarvoor een metrolijn en een fabriek die op instorten lijkt te staan. Van Lieshout voelt zich er - natuurlijk - als een vis in het water. Zijn laatste film Respect (met Engelse uitspraak) heeft hij de laatste maanden in die buurt gefilmd. Met Koerdische buurtjongens en de kunstenaar in de hoofdrol. Ze mochten van Van Lieshout zelf beslissen in wat voor film ze wilden spelen. Een rode Ferrari en veel geweld is hun keus. Van Lieshout bouwt daar zijn eigen verhaal omheen. Hij zoekt een vriendje voor zijn broer Bart, die ook te zien is in de film. De film wordt vertoond in zijn Rietveldpaviljoentje in Venetië. Binnenin staan de bekende strakke Rietveld-stoelen.
Als een echt pomo-kunstenaar pikt en leent Van Lieshout hier en daar wat hij gebruiken kan. Met wild om zich heen zwaaiende armen vertelt hij dat elk stoel, zelfs het hele paviljoen, van onder tot boven met Turkse tapijten is bekleed. Die 'gave' lichtjes op de grond, die je ook in de bioscoop hebt, maken het paviljoen van binnen af. De videofilm Respect is een onderdeel, niet iets waarvoor de mensen speciaal het paviljoen moeten bezoeken. "Die film van achteneenhalve minuut kijken ze toch nooit af, en dat geeft helemaal niets." Aan de buitenkant van het paviljoen hangen gigantische tekeningen van mensen uit de Rotterdamse wijk, ook van de jongens die figureren in de film.
Van Lieshout wil een hele goede kunstenaar zijn. Onzekerheid over wanneer een werk nu af is, wisselt een tomeloze zelfverzekerdheid af. Dat hij voelsprieten heeft voor opkomende trends, er "altijd" op vooruitloopt, zegt hij zo oprecht dat het niet eens arrogant overkomt. Zijn leven en werk, voor de volle honderd procent met elkaar verweven, moeten leuk zijn. Hij weet daarom nooit wat voor kunst hij de volgende keer gaat maken. Het overvalt hem. En als het niet meer leuk is dan stopt hij ermee.

Agressie
Hij houdt van films. Tarantino en Japanse porno bijvoorbeeld. Lekker gewelddadig en provocerend. Dat zijn eigen video's ook iets met film te maken hebben, lijkt Van Lieshout soms te bevreemden. "Ik schaam me helemaal kapot", zegt hij als hij een van zijn video's zo los van de context laat zien. De videofilms zijn decor, een kleine toevoeging soms, een enkele keer iets nadrukkelijker aanwezig binnen iets wat hij zelf gebouwd heeft. Van Lieshout vindt het wel leuk om erover te praten, want hij beleeft er veel plezier aan, maar denken zoals een echte filmmaker of videokunstenaar doet, dat kan en wil hij niet. Het is meer dat hij de ene keer een kwast met verf gebruikt, dan een hamer en spijker en daarna een camera met videoband. De angst om vastgepind te worden op slechts een onderdeel van zijn werk bepaalt het gesprek.
Toch heeft hij meer van een regisseur dan hij zelf denkt. Het vermengen van twee films in Respect, het fake-gehalte ervan, levert een bijna grappige, dubbele gelaagdheid op. Voor Van Lieshout is dat alleen maar een spelletje. Naar eigen zeggen is hij zich helemaal niet bewust van dat soort fenomenen in de filmgeschiedenis. Maar dat hij helemaal geen verstand van film heeft, lijkt toch bijna valse bescheidenheid. De kracht van montage, de mogelijke impact van een wiebelende, instabiele camera heeft hij goed begrepen.
De videocamera neemt hij vaak mee als hij ergens heen gaat. Natuurlijk zijn er geen scenario's, hooguit ideeën. Soms levert het registerende beelden op (Lariam), een andere keer filmt Van Lieshout fictiever zoals in Respect. Zoals hij geen filmmaker genoemd wil worden, wil hij - wars van esthetiek - ook niet te boek staan als videokunstenaar. "Videokunst kan heus wel mooi zijn, vaak begin ik ook zo als ik een film ga maken." Dan wordt het Van Lieshout al snel te mooi, en dat is saai. "Kunst moet niet te mooi zijn. Films mogen niet te elegant zijn. Agressie, provocatie en lol staan vooral voorop. Als dat er niet inzit dan moet je gewoon de hele zooi wegflikkeren en overnieuw beginnen."

Gerlinda Heijwegen

Werk van Erik van Lieshout is te zien tijdens de Biënnale in Venetië tot half november 2003.

Films:
EMMDM, 1999
Growshop, 2000
Lariam, 2001
Mari Achi, 2002
Respect, 2003

Naar boven