Oktober 2003, nr 248

Ongezien gezien: Turks fruit

De bijl erin

Je kent ze wel, van die klassiekers die je eigenlijk had moeten zien, maar het kwam er niet van, of je had er niet zo'n zin in, en voor je het wist dacht je dat je ze al gezien had. In een reeks artikelen onderzoekt de Filmkrant de 'guilty omissions' van filmliefhebbers. Deze maand: Turks fruit.

Valse romantiek is weggesnoeid in Turks fruit.

"Zoals in Casablanca bijna Ronald Reagan en Hedy Lamarr de hoofdrol hadden gespeeld, zo waren we in Turks fruit bijna vergast op Hugo Metsers en Willeke van Ammelrooy (...) We kunnen stellen dat alles op het juiste moment op zijn plaats viel - de gelukkige hand van Paul Verhoeven en Hans Kemna zorgden ervoor dat Rutger Hauer en Monique van de Ven Turks fruit (...) de geschiedenis deden ingaan als de meest romantische Nederlandse speelfilm ooit. Het soms lekker zomerse en dan weer hartverscheurende mondharmonicaatje van Toots Thielemans (op muziek van Rogier van Otterloo) deed de rest."
Op deze manier meende ik, ter gelegenheid van de uitslag van een Nederlandse Speelfilm-lezerspoll in VARA TV Magazine, in 1999 winnaar Turks fruit te kunnen typeren.
Ik heb niet volledig gecheckt hóe 'guilty' de 'omissions' waren in de voorgaande afleveringen van deze reeks 'Ongezien gezien', maar durf best te gokken dat deze tot de gênantere behoort: ik had, de poging tot rake omschrijving ten spijt, Turks fruit nooit gezien. Let wel: er stond toen 'Filmredacteur' voor mijn naam in het colofon. Bovendien had ik - ze nemen het me toch niet meer af - de titel Doctorandus in de Film- en Televisiewetenschap op zak.

Meekwaken
Ik moet dus een goede redenen hebben gehad om Turks fruit al die tijd te hebben durven overslaan. Én een slap excuus: Monique van de Ven is nooit een jongensdroom van mij geweest, simpelweg omdat redenen om met rode konen een bioscoopkaartje te kopen voor mij meer met Jim Brown te maken hadden. Want laten we in een bekentenisstuk als dit man & paard noemen: voor veel critici en fans zal dé reden zijn geweest om zich deze Nederklassieker zo snel mogelijk eigen te maken, de prikkelende belofte Rutger & Monique seks te zien bedrijven. Talloos zijn in elk geval de films die een nogal overschatte artistieke reputatie hebben overgehouden aan door zinneprikkels opgezweepte filmcritici, van de arty porno uit de jaren zeventig tot Marie baie des anges.
En dat raakt aan de echte reden waarom de drempel voor Turks fruit voor mij een hoge was: de reputatie van Beste Nederlandse Speelfilm Aller Tijden. De hoeveelheid loftuitingen waarmee een film overladen kan worden bevat een kritische grens, waarboven je het gevoel krijgt dat een film je wordt ontnomen. Het steeds opnieuw aanzwellende koor (waarin ik dus al vrolijk had meegekwaakt) van 'superromantisch' en 'Oscargenomineerd' en 'ster-makende rollen' en 'oh die jonge Monique van de Ven', het steeds weer herhalen van die beroemde scènes (de glazen wijn in de regen, het vallen op bed, het fietsen door Amsterdam), kortom het cliché-geworden discours over de Turks fruit vormde een afgerond beeld van de film dat nauwelijks de nieuwsgierigheid nog wist te prikkelen. Eigenlijk had ik de film al gezien, zij het op papier, of althans het clichébeeld van de film, en dat is voor een recensent (in de regel voortgedreven door de merkwaardige missiedrift om anderen te vertellen hoe de wereld in het algemeen en de cinema in het bijzonder in elkaar steekt) natuurlijk een aardige afknapper.
De papieren Turks fruit was voor mij bovendien een buitenbeentje geworden in Verhoevens oeuvre. Ik ben bijzonder gesteld op de geagiteerdheid die in zijn films zit; ze hebben iets aanstekelijk ziedends. In de slechtere gevallen overschreeuwt hij zich ietwat (Showgirls), maar in de beste gevallen verandert die kwaadheid nét even je kijk op zaken, met indrukwekkende schwung en verpakt in indringende vignetten (gerespecteerde critici noemen Verhoeven wel een cartoonist, bedoeld als compliment). Dat zich bij de reactie van de VS op het internationaal terrorisme toch steeds weer even die opgepompte retoriek van Starship troopers opdringt, is ronduit knap.
Wat heeft de meest romantische Nederlandse speelfilm met een hartverscheurend harmonicaatje dan te bieden in dit oeuvre?

Tex Avery
Om te beginnen: een fabelachtige opening. Turks fruit springt onstuimig uit de startblokken met een jaloerse moordfantasie van kunstenaar Erik (Hauer), met poep, met aftrekken, met een reeks seksuele veroveringen, schaamhaar, dood, zweet, geslachtsdelen, bloed, kunst, spuug, eenzaamheid, verlangen, kortom met een razend exposé waarin de essentie van het leven in haar fysieke en emotionele wezen over de kijker wordt uitgestort.
Meteen valt op dat de film in rauwe, frisse slagkracht niks heeft ingeboet. Wat natuurlijk helpt is dat kleding en kapsels op verschillende momenten in de afgelopen decennia weer zijn teruggekeerd en ook nu niet on-hip aandoen. En dat de hoeveelheid onopgesmukte seks nu op zijn minst zoveel attentiewaarde heeft als het toen had. Turks fruit is een film die alleen al door wat hij laat zien en de manier waarop, de kijker onmiddellijk bij de kladden vat.
Het opmerkelijke tempo speelt daarbij een grote rol. Turks fruit heeft haast. Voortdurend lijkt het verliefde stel Erik Vonck en Olga Stapels achter elkaar aan te rennen, of het op een lopen zetten om ergens niet te laat te komen; altijd is er wel een heftige beweging in beeld. Schitterend is ook de scène waarin ze elkaar voor het eerst ontmoeten - Erik staat langs de snelweg te liften en zij stopt voor hem met gierende remmen; wild scheurend rijden ze daarna weer weg. Olga rijdt alsof ze een karakter uit een Tex Avery-cartoon is: extreem snel, als een ongeleid projectiel, en uitermate lawaaiig.
Jan de Bont liet daarbij toen al zien hoe hij als cameraman een feilloos gevoel voor dynamische beeldvoering heeft. Altijd staat de camera opgesteld daar waar de te registreren beweging het meeste effect sorteert: precies en profil als Olga zich voorover op het bed laat vallen, schuin in groothoek als er een weggeworpen fiets aan het eind van het shot nog even op de kijker af moet rijden.

Slachtafval
Maar is deze dynamische levenslust nou romantisch? Nee, in zekere zin juist het tegenovergestelde. Verhoevens ook hier zo herkenbare geagiteerdheid ónt-romantiseert, zet de bijl in alles waarmee mensen het leven mooier, gladder, gestileerder proberen te maken dan het is. Erik lijkt zelfs even Verhoevens alter ego, wanneer hij zijn beeldhouwwerk van Lazarus voorziet van maden op de benen - het bijbelverhaal wil immers dat Lazarus voor zijn wederopstanding vier dagen dood was. Het spreekt voor zich dat de katholieke opdrachtgevers eisen dat hij die maden onmiddellijk verwijdert.
En zo zitten er nog veel en veel meer krachtige verbeeldingen van de ergerlijke menselijke neiging tot romantiseren in Turks fruit: de jachtschotel die uit slachtafval (inclusief paardenoog) blijkt te bestaan bijvoorbeeld, of Olga's feeksige moeder die zich met integer rouwende blik laat fotograferen bij het lijk van haar echtgenoot, en het resultaat laat uitdelen als souvenir van de begrafenis.
Ook in de kern van het verhaal, de lastige liefde tussen Erik en Olga, wordt zoveel mogelijk valse romantiek weggesnoeid. Het is grappig om te zien hoe scènes die in de overlevering als romantisch te boek staan steeds slechts de opmaat blijken tot het doorprikken van de prentbriefkaart - de kaarsen zijn nog niet aangestoken of er wordt alweer tot vervelens toe aangebeld; er is nog nauwelijks een teug genomen van de wijn in de stromende regen of Olga's benepen vriendin komt voorrijden om de vreugde te verstoren.
De verrassing is echter dat er onder al dat weggebikte romantische politoer alsnog iets heel romantisch tevoorschijn komt. Erik en Olga's verliefdheid wordt neergezet als iets instinctiefs, ontdaan van elke verhevenheid - maar ook dát is mooi. De manier waarop ze geamuseerd zijn over elkaar is ontroerend, hun wederzijdse ontroering is prachtig om te zien. Amsterdam is ruw maar fraai als omgeving, hun eigenlandse strandvakantie kan zo in een folder en, niet in de laatste plaats, Hauer en Van de Ven zelf zijn een plaatje. Gecombineerd met de masserende muziek en de opzwepende manier van filmen is Turks fruit een verzengende romance.
Die, zodra hij (toegegeven) een beetje alle kanten op begint te rennen, ineens de bekende verrassende wending neemt, die juist door alle poep-, pies- en pikken-echtheid hard aankomt en ondergetekende in elk geval tot een oprecht onbedaarlijk snotteren bracht.
Sorry.
Turks fruit herinnert er zo nog eens aan dat het vaak herkauwde axioma dat Paul Verhoeven zo'n zwartgallig mensbeeld heeft, bespottelijk is. Inderdaad, hij laat graag de chaos, rauwheid, politieke incorrectheid, beestachtigheid onder het gepolijste oppervlak zien. Alleen als hij materiaal in handen krijgt geduwd waar (naar eigen zeggen) niet echt zijn hart ligt, zoals de sf, hebben zijn films ietwat de neiging om in dat intelligent-cynische te blijven steken. Maar wat hij ons werkelijk wil laten zien is dat die beestachtigheid óók mooi en poëtisch kan zijn. Je zou willen dat er weer iets als Turks fruit op Verhoevens weg kwam.

Chris Buur

Naar boven