December 2003, nr 250

Max Ophüls

Rondtollend leven

Lola Montes. Eindelijk is het dan zo ver. De zwanenzang van Max Ophüls, met zijn even gecompliceerde als roemruchte geschiedenis, is gerestaureerd en komt in december naar Nederland, begeleid door een mini-retrospectief.

Lola Montes, koel en nuffig.

Jaren is er op gewacht. Jaren is er om gebedeld. In de logboeken van het Filmmuseum staat het zwart op wit, keer op keer. Wanneer krijgen we een Max Ophüls-retrospectief? Wanneer krijgen we La ronde (1950) te zien? En Madame de... (1953)? En Lola Montes (1955)?
Voor de kenner is het zonneklaar. Max Ophüls (1902-1957) behoort tot de groten. Stanley Kubrick wist het, en handelde er naar. Hij ging voor zijn laatste film
Eyes wide shut (1999) te rade bij de Weense schrijver Arthur Schnitzler, zoals de met Wenen gepreoccupeerde Max Ophüls dat eerder had gedaan. Sterker nog, met drie films op rij (Liebelei (1933), Une histoire d'amour (1933) en La ronde) is Max Ophüls de Schnitzler-verfilmer bij uitstek.
Je zou zelfs kunnen stellen dat het genie Stanley Kubrick door de keuze van zijn literaire bron zo dicht mogelijk bij het genie Max Ophüls probeerde te komen. Bewijzen voor deze stelling zijn er voldoende. Jean-Luc Godard heeft het behalve over Ophüls' 'tracking shots' ook over het elegant glijdende camerawerk dat direct door Kubrick werd gekopieerd. Kubrick-biograaf Vincent LoBrutto spreekt niet alleen over een groot bewonderaar van Ophüls' films, maar ook over een directe erfgenaam van zijn vloeiende camerabewegingen. Mooie voorbeelden daarvan zijn te vinden in Madame de..., de tragische ménage à trois tussen Charles Boyer, Vittorio de Sica en Danielle Darrieux, de Franse actrice die op 84-jarige leeftijd opnieuw mocht schitteren in 8 femmes (2002) van François Ozon, een Ophüls-adept van een hele andere generatie.

Rillingen
Aan liefdesbetuigingen van vakgenoten geen gebrek, maar het is met Max Ophüls een beetje zoals met Douglas Sirk (1897-1987), die andere Duitse Áuswanderer' en begenadigde vrouwenregisseur die dankzij hommages van Rainer Werner Fassbinder (Angst essen Seele auf, 1974), Todd Haynes (Far from heaven, 2002) en opnieuw François Ozon (8 femmes) in ons midden blijft. De geschiedenissen van de Duitse Exil-filmers lopen tot op zekere hoogte zelfs synchroon. Beide regisseurs maakten op hun uittocht uit Duitsland een tussenstop in Nederland. Max Ophüls maakte hier Komedie om geld (1936); Douglas Sirk regisseerde hier Boefje (1939). Beiden beleefden hun hoogtijdagen vervolgens in de jaren vijftig. Sirk maakte in Amerika schitterende melodrama's als All that heaven allows (1956), Written on the wind (1956) en Imitation of life (1959). Ophüls zette in Frankrijk een even bewonderenswaardig trio films neer, met respectievelijk La ronde, Madame de... en Lola Montes, alhoewel Ophüls' Amerikaanse periode met het eveneens recent gerestaureerde Letter from an unknown woman (1948) en The reckless moment (1949) even voortreffelijke melodrama's voortbracht. Wie 'unknown woman' Joan Fontaine door het Weense fin-de-siècle heeft zien zwalken, een leven lang geobsedeerd door een onbeantwoorde liefde, weet wat het is om van een film de rillingen te krijgen.

Gevallen vrouw
Wat Lola Montes betreft: de film was in 1955 de duurste Europese filmproductie, opgenomen in 1:2,55 Cinemascope (i.p.v. de reguliere 1:2,35), badend in Eastmancolor en 4-kanaals-magnetisch geluid en gerealiseerd in drie verschillende taalversies (Frans, Duits, Engels). Over de inkortingen en nieuwe montages, die de tragische geschiedenis van Ophüls' laatste film sinds zijn première begeleiden, heeft het Filmmuseum München, verantwoordelijk voor de restauratie, een dik boek en een iets handzamere catalogus vol geschreven.
In afwachting van de Duitse restauratie, die pijnlijk genoeg door Marcel Ophüls (zoon, erfgenaam en zelf een beroemd documentairemaker) is tegengewerkt, bekijk ik zo goed en zo kwaad als het kan een video van de Franse versie die in Amsterdam in omloop is. Voor mij vooralsnog geen 'color- and cinemascope dream', maar wel het duizelingwekkend knap geconstrueerde en ontroerende verhaal van een gevallen vrouw (Martine Carol) die als circusattractie in de piste zit, en die haar roerige levensverhaal met talloze minnaars begint uit te beelden in circus-acts, afgewisseld met herinneringen die in voorbij dwarrelende flashbacks tot leven komen. 'My life is whirling before me', zo vertalen de Engelse ondertitels, en dat is precies wat Ophüls laat gebeuren, met een grandioze experimenteerdrift die hem bij de première vast de kop heeft gekost. Uitgebeeld wordt het leven van een voor haar tijd te onafhankelijke vrouw (de eerste sigarenrookster in Europa) die zich nu laat beschimpen in een circus-act. Tragisch is het zeker, maar het is meer dan dat. Er is ook trots in haar koele, nuffige verschijning en voor Lola Montes is het niet alleen een kwestie van bekeken worden, ze kijkt ook terug.

Belinda van de Graaf

Van 1 t/m 17 december in het Filmmuseum: Die verkaufte Braut (1932), Liebelei (1933), Komedie om geld (1936), La ronde (1950), Madame de... (1953) en Lola Montes (1955).

Naar boven