Maart 2004, nr 253

Docu-nieuws

Docuzondag
Het loopt storm op de Docuzondag, het nieuwe initiatief van De Balie, IDFA en het Stimuleringsfonds. Waar de eerste screening om 13.00 uur op de laatste zondag van het IDFA nog vrijwel geruisloos plaatsvond, bleek de kleine zaal van De Balie twee maanden later al te klein. Sinds half februari is Balie-programmeur Peter van Hoof daarom uitgeweken naar de grote zaal, waar meteen 76 doculiefhebbers aanschoven voor de vertoning van Sans soleil van Chris Marker (Frankrijk, 1982).
Doel van de Docuzondag-programmering is een discussie te starten over de canon van documentaires uit de afgelopen 25 jaar. Inleiders wordt niet alleen gevraagd iets over inhoud van de documentaires te zeggen, maar in te gaan op de vraag of het een belangrijke documentaire betreft en waarom. Van Hoof: "Er is geen publieke discussie over de film achteraf, maar we zijn wel van plan deskundigen te vragen hun ideeën voor een lijst moderne klassiekers op papier te zetten en te publiceren." Sinds half februari is de Docuzondag bovendien online op www.docuzondag.nl, waar bezoekers alsnog in een forum kunnen meediscussiëren. De zondagdocu's worden vertoond op origineel formaat, wat bij gelegenheid leidt tot intensief speurwerk of import van een kopie. Voor Sans soleil, die al jaren niet meer te zien is geweest in Nederland werd bij hoge uitzondering een archiefprint van het Filmmuseum beschikbaar gesteld. De beslissing over voortzetting van het Docuzondag-experiment (dat officieel tot 1 juli loopt) valt in april.

Testscreenings
Enthousiaste geluiden waren er te horen op een van de eerste testscreenings met een DLP-projector in het Ketelhuis half februari. De 120.000 euro kostende digitale projector zal naar verwachting vanaf september worden ingezet voor het dan te lanceren Digitaal Netwerk Nederland (DNN), de opvolger van het DocuZone-project, dat deel zal uitmaken van het eveneens in het najaar te starten European DocuZone (EDZ). De films zullen dan niet langer van een dvd worden 'gedraaid', maar via de satelliet rechtstreeks in de harde schijf van het apparaat worden geladen en gescreend, waardoor er meer pixels op het doek terecht komen.
De bij de screening aanwezige cameramensen waren onder de indruk van de kwaliteit van het digitaal gedraaide en geprojecteerde Smile and wave, maar hadden wel kritiek op de vertoningskwaliteit van het op 35mm gedraaide
De passievrucht, die vergeleken werd met een 16mm-film. Niettemin werd ook die kwaliteit als goed genoeg bestempeld voor het bioscooppubliek.
Ondertussen is het overleg tussen de toekomstige DNN-partners over de wijze van programmeren in volle gang. Behalve een Europese programmacommissie, die stemt over een minimumprogramma van documentaires die door nationale vertegenwoordigers worden aangedragen, lijkt het erop dat lokale distributeurs de rest van de drie documentairescreenings per week zullen aanvullen. Mochten er dan nog gaten vallen, dan zal het Filmfonds die vullen. Kees Ryninks, de documentaireverantwoordelijke van het Filmfonds waar het DNN onderdak krijgt, bezweert niettemin dat de deelnemende theaters niet verplicht zullen zijn de aangeboden titels te accepteren. "Ze zijn vrij te vertonen wat ze willen, zolang het maar Nederlandse documentaires zijn." Het Filmfonds zal naar alle waarschijnlijkheid ook het internationale bureau van EDZ runnen, met Ryninks als de mogelijke eerste directeur.

Karin Wolfs


Johan Cruijff - En un momento dado

Vellenkip!

De voetbaldocumentaire over Cruijff toont hoe 'de verlosser van Barcelona' de voetbalclub én het Catalaanse volk succes en trots schonk.

Geheime afspraak met de bal.

Hendrik Johannes Cruijff landde in 1973 op het vliegveld van Barcelona, waarna de stad nooit meer dezelfde zou zijn. De kwakkelende plaatselijke voetbalclub C.F. Barcelona had zojuist een recordbedrag aan pesetas neergeteld en de Amsterdamse sterspeler van Ajax ingelijfd. Cruijff stelde de Catalanen allerminst teleur, zo blijkt uit deze documentaire van Ramón Gieling (De gevangenen van Buñuel). Via interviews met mensen uit alle geledingen van de maatschappij wordt duidelijk dat Cruijff er nog steeds een mythische figuur is. Volwassen mannen huilen tijdens het ophalen van geweldige herinneringen aan legendarische wedstrijden en acties van Cruijff, die de Catalanen met het succes van Barcelona hun eigenwaarde teruggaf en een kopstoot uitdeelde aan het centrale gezag van generaal Francesco Franco in Madrid. Misschien wel het meest exemplarisch voor de ongelooflijke adoratie is het verhaal van een vrouw, die vertelt dat ze al dertig jaar verliefd is op de Amsterdammer en dat alle mannen haar altijd hebben teleurgesteld. Maar op Cruijff afstappen? Nee, dat zou ze nooit in haar hoofd halen - dat is haar en zijn eer te na.

Geheime afspraak
Regisseur Ramón Gieling heeft voor zijn documentaire een vloeiende visuele stijl gekozen en toont ook visie in de keuze van de interviewpartners. Zo is het fraai te zien hoe Emilio ('de Gier') Butragueño van aartsrivaal Real Madrid vertelt dat Cruijff altijd zijn idool was, en dat Madrid-supporters die dat niet snappen een groot gebrek aan intelligentie vertonen, waarmee ze hun eigen club tekortdoen. (En dat ondanks de legendarische 0-5 vernedering van Real Madrid door Cruijffs Barcelona in het Madrileense Bernabeu-stadion.)
De verhalen van mensen die zeggen door Cruijff te zijn verlicht, de voorbeelden van zijn curieuze taalgebruik en taalvernieuwing ('vellenkip!' in plaats van kippenvel) en de keur aan archiefbeelden zijn zonder uitzondering boeiend. Maar het wachten is op JC himself, die pas aan het einde van de film ten tonele verschijnt. 'De man die een geheime afspraak had met de bal' stelt niet teleur en geeft met zijn positivisme deze film een slotakoord dat wel wat weg heeft van een Feelgood movie. Daarmee spoelt hij de nare bijsmaak van Gielings wat kitscherige raamvertelling, over een jongetje dat voortdurend door Barcelona achter een bal aan rent, doeltreffend weg. Maar dat is logisch.

Mike Lebbing

Te zien:Te zien: vanaf 19 februari in de Filmtheaters.


Searching for the wrong-eyed Jesus

Zingende zaag in moeras

Searching for the wrong-eyed Jesus is een roadmovie door ruig terrein die de zuidelijke ziel bloot wil leggen aan de hand van haar muziek.

Muziekklanken boven niemandsland.

In een roestige, dertig jaar oude Chevy Impala rijdt cowboyzanger Jim White langs kleine gehuchten, paalhuizen, een bar, gevangenis, kerk, truckstop en een koolmijn. Het zijn de vaste ingrediënten om het diepe Zuiden van de Verenigde Staten mee te typeren. Het wordt een reis door ruig terrein, langs stoere mensen, gevoelige muziek en angstaanjagende verhalen. "Op zoek naar de gouden tand in Gods verwrongen glimlach", oftewel "de zoektocht naar de schele Jezus" in White's woorden.
Hoe muzikanten en kunstenaars inspiratie vinden in kaalheid en verlatenheid, wilde regisseur Andrew Douglas weten toen hij White's lied 'The mysterious tale of how I shouted wrong-eyed Jesus' kado kreeg voor Kerst. Als White een betonnen Jezusbeeld opduikt op een vuilstortplaats, neemt hij het mee in zijn kofferbak. Onderweg onmoet hij zuidelijke muzikanten als The Handsome Family, Johnny Dowd, 16 Horsepower en David Johansen, die met banjo's, violen en een zingende zaag hun miserabele leven met onderkoelde humor bezingen. Want in een niemandsland waar verder weinig gebeurt leven de mensen van muziek en verhalen. God is de constante factor die overal op het puntje van de tong ligt, als enig houvast in het moeras.

Uit het slop
Trage dollyshots en nauwkeurig uitgelichte portretten blijken aan de Britse fotograaf/cameraman/regisseur Andrew Douglas (die zijn carrière begon als fotograaf van platenhoezen en later succesvol reclameregisseur was) wel besteed. Hij was onder andere verantwoordelijk voor het reclamefilmpje waarin Christopher Reeve, verlamd sinds een val van een paard, uit zijn rolstoel opstaat en loopt. Met dank aan digitale effecten.
Maar in Searching for the wrong-eyed Jesus heeft Douglas te veel in scène gezet om je hart nog in de film te kunnen verliezen. Het minst storend is dat nog bij de muzikale intermezzo's, maar de truc met het betonnen Jezusbeeld ligt er veel te dik bovenop. Hoe stug het ook wordt rondgesleept, als rode draad is het te vrijblijvend om de film te dragen, en met het scheel uit de titel houden zijn neergeslagen ogen al helemaal geen verband. Aan het eind van zijn reis - het moment waarop de zanger 'zomaar' vindt dat het mooi is geweest - zet White Jezus weer ergens aan de kant van de weg: hij had hem immers alleen voor de film uit het slop getrokken.

Karin Wolfs

Te zien:Te zien: vanaf 28 februari in de DocuZone-theaters.


Nima Temba Sherpa

Gids tempert blinde ambitie

In de documentaire Nima Temba Sherpa ontmoeten verstand en ambitie elkaar op de flanken van de Himalaya.

Sherpa Nima Temba.

Vorig jaar mei was het vijftig jaar geleden dat de eerste man die het kon navertellen (de Australiër Edmund Hillary) de top van de Mount Everest bereikte, op 8848 meter boven zeeniveau. Minder bekend is de man die tegelijk met Hillary arriveerde en diens klim naar de top faciliteerde: Sherpa Tenzing Norgay. Nog steeds waagt voor bijna elke westerse klimmer die de Himalaya ingaat een lokale gids-klimmer zijn leven. Reden voor producent en regisseur van doorgaans educatieve films Margriet Jansen, om verslag te doen van een expeditie vanuit het perspectief van een sherpa, die niet alleen de kampementen opzet en voor eten zorgt, maar ook verantwoordelijk is voor de veiligheid van de expeditieleden. Jansen nam deel aan een expeditie naar Himalayatop Cho Oyu, wat Nepalees is voor 'naam van God', want "God woont in de bergen" weet sherpaleider Nima Temba.

Doodgezwegen
Wat begint als een bijna antropologisch verslag van de wortels van Nima Temba in de vallei van Rolwaling, boven de rook van Kathmandu, waar zijn vader geiten hoedt, met beelden van laaghangende wolken, de ijle lucht en knusse hutjes met een knapperend haardvuur, eindigt in een barre tocht waarbij een dode valt. Het wreekt zich dat de Nederlandse cameravoerders Bert Oosterveld en Margriet Jansen tot respectievelijk 4100 en 5650 meter meekwamen met hun onderwerp, want daarboven gebeurden de spannendste dingen: Lakpa Sherpa, die tot 7400 meter de camera van Jansen overnam, zorgde naast expeditielid Tore Rasmussen, die de top bereikte, wel voor bruikbaar beeldmateriaal, maar we missen de regie. Vragen zoals in het begin van de film worden dan niet meer gesteld, terwijl ze zich des te harder opdringen: want meer dan de tegenstellingen tussen berggebied en stad, verantwoordelijkheid en ambitie, springen de cultuurverschillen tussen de sherpa's en de westerse expeditieleden in het oog, met een dode Australiër tot gevolg. Hoe de sherpa's worden gebagatelliseerd, blijkt al als een andere Australiër bij een eerste kennismaking met Nima Temba zegt: "Ze zijn wel enthousiast, maar check hun uitrusting: soms vergeten ze iets." Na het ongeluk op de berg wordt het slachtoffer door de overige expeditieleden - althans op film - doodgezwegen.
De dood van de man geeft de sherpa's in zoverre gelijk dat blinde ambitie geen mensenleven waard is. Wat dat betreft is het begrijpelijk dat Jansen en Oosterveld zich tot een verstandige hoogte beperkten, maar filmisch bekeken hadden ze voor de top moeten gaan.

Karin Wolfs

Te zien: vanaf 11 maart in de Docuzone-theaters.

Naar boven