The Big Sleep - december 2004, nr 261

Voor aanvullingen, kritiek en suggesties: stuur uw e-mail naar Hans Beerekamp.

Dat Theo van Gogh (47, Amsterdam, 2 november, vermoord) niet oud zou worden meende menigeen te weten die zijn levensstijl een beetje kende. Workaholic, kettingroker, vraatzuchtig grachtengordeldier en ruziezoeker, het waren de bekende elementen van Van Goghs pose. Onder liefhebbers werd het terecht als een lakmoesproef van iemands intelligentie gezien of hij door die buitenkant heen kon kijken. Eind jaren tachtig noemde ik hem 'een snel opbrandend, verwoesting achterlatend genie' en 'de Fassbinder van de Lage Landen'. Ik had gedacht dat experimenten met drugs en drank ook Van Goghs einde zouden bespoedigen, maar het werd een ander experiment: hoe ver kun je gaan in het aftasten van de grens van de vrije meningsuiting door gevaarlijke en gewapende gekken op het hart te trappen? Ver genoeg om als martelaar van het vrije woord de geschiedenis in te gaan. Ik zal vooral de filmer missen, de beste die er tot voor kort in Nederland rondliep.
Plotseling was hij er, tijdens de tweede editie van de Nederlandse Filmdagen. De toen 25-jarige gesjeesde rechtenstudent uit Wassenaar debuteerde met het in eigen beheer en zwart-wit gedraaide Lüger. De brutale gangster home movie, waarin een meisje een pistool in haar vagina ziet verdwijnen en een katje eindigt in een draaiende wasmachine, liet niet onberoerd. Gevestigde filmmakers namen snel positie in: Kees Hin noemde het adolescentenpoep, Jurriën Rood zou de regisseur in het gezicht hebben gespuwd en de jury onder leiding van Jan Vrijman gaf Lüger een eervolle vermelding.
Daarna maakte Van Gogh een sfeervolle verfilming van Heere Heeresma's Een dagje naar het strand (1984), met rollen voor Cas Enklaar, de kleine Tara Fallaux en haar vader Emile. Van Goghs volgende lowbudget-film Charley (1986) ging over twee moordlustige meiden die de penissen van hun slachtoffers braadden. Alle drie de films haalden minimale bezoekersaantallen.
In 1987 draaide Van Gogh zijn eerste gesubsidieerde speelfilm met een groot budget, de door Chris Brouwer en Haig Balian geproduceerde verfilming van Jan Wolkers' Terug naar Oegstgeest. Al tijdens de opnamen waren de conflicten hoog opgelopen tussen de regisseur en het door hem 'Glibber & Gladder' gedoopte producentenduo. Toch was het resultaat indrukwekkend, misschien wel de subtielste Wolkers-verfilming ooit gemaakt, met nauwelijks nog puberale provocaties in de eindmontage. De disciplinering met zachte hand van het 'bête du cinéma' (juryrapport Filmdagen 1982) had niet het gewenste effect: ook deze film flopte.
Het leek zo te moeten zijn: met uitzondering van zijn andere literatuurverfilming, het door Matthijs van Heijningen geproduceerde Vals licht (1993) naar Joost Zwagerman, zou Van Gogh voortaan over al zijn films volledige controle houden. Hij kon zich die onafhankelijke positie veroorloven door een steeds lucratiever nevenpraktijk als columnist, televisiepresentator en interviewer. Kleine complicatie vormde het feit dat bijna elke publicatie of zender waar Theo voor werkte hem vroeger of later eruit gooide, omdat hij weer eens een hooggeplaatste in die organisatie beledigd had of een andere grens overschreden. In de loop van de tijd voerden zowel christenen als joden processen tegen Van Gogh wegens belediging van hun godsdienst.
De onafhankelijke films van Van Gogh vonden iets meer waardering bij het publiek en wonnen ook diverse prijzen op festivals. 06 over telefoonseks was in 1994 met 44.563 bezoekers zelfs de best bezochte Nederlandse film van het jaar. De film had ook succes op festivals, was als 1-900 even in New York te zien en loopt nog steeds de kans in de VS overgemaakt te worden. In Utrecht kreeg de film de Prijs van de Nederlandse Filmkritiek en won hoofdrolspeelster Ariane Schlüter een Gouden Kalf, de Speciale Juryprijs.
Zijn eerste eigen Gouden Kalf won Van Gogh als regisseur van Blind Date (1996); hij zou ook Kalveren winnen in de categorie beste televisiedrama voor 'In het belang van de staat' (1997) en 'Najib en Julia' (2002). De satire De pijnbank (1998) was opnieuw een flop, evenals de thriller Baby blue (2001), Interview (2003) en Cool (2004). Postuum verschijnt nog de 'conspiracy movie' over de moord op Pim Fortuyn 06-05 en de televisieserie 'Medea'.
De door Ronald Giphart geschreven lesbische roadmovie Bad met Tara Elders en Katja Schuurman zal waarschijnlijk niet meer gemaakt worden.
Minder bekende televisiefilms waren 'Eva' (1994), de serie 'Koos Tak' (1995), 'Hoe ik mijn moeder vermoordde' (met en door Theodor Holman en diens moeder; 1996), 'Au!' (1997), het spelersvrouwendrama 'Reünie' en 'De nacht van Aalbers' (met Kim van Kooten en Pierre Bokma; 2001), Alleen al door zijn twaalf bioscoopfilms bekleedde Theo van Gogh een belangrijke positie in de Nederlandse cultuur. Ik zou op dit moment geen meer getalenteerde en productieve filmmaker weten in Nederland, ook al moet je tegelijkertijd constateren dat Van Gogh weinig gedisciplineerd was in het afwerken van zijn vele ideeën. Veel van zijn films hadden beter kunnen zijn met een beetje meer geduld, anderen zijn ernstig onderschat, zoals mijn favoriet Loos, een satire op burgerlijk gangsterdom, tuttig sadomasochisme, vrijwel de eerste Nederlandse signalering van advocaten van kwade zaken en tegelijk een tedere liefdesfilm met een supererotische hoofdrol van Renée Fokker.
Van Gogh speelde gastrolletjes in films als De witte waan (als junk; Adriaan Ditvoorst, 1984), het verstilde Tadzio (Erwin Olaf, 1991), De Noorderlingen (als dikke Willy, een dorpsgek op een brommer; Alex van Warmerdam, 1992), de horrorvideo Terrorama! (als religieus fanaticus; Edwin Brienen, 2001) en de korte film La séquence des barres parallèles (Ian Kerkhof, 1992). Hij produceerde een uitstekende documentaire van Henri de By over ontdekkingsreiziger Sir Wilfred Thesiger, getiteld The last of the great explorers (2000).
Daarnaast was Theo van Gogh een geduchte columnist, een zeer scherpe interviewer in de lange tv-reeks 'Een prettig gesprek' en een roekeloze soldaat van de vrijheid van meningsuiting. Het netwerk van Theo was minstens zo omvangrijk als de lijst van zijn vijanden. Hij wist mensen aan zich te binden, variërend van Kim van Kooten tot Katja Schuurman, van Emile Fallaux tot Gerrit Zalm en Ayaan Hirsi Ali. De samenwerking met het laatste VVD-kamerlid resulteerde in de film Submission part one, door haar geschreven en uitgezonden door de VPRO in 'Zomergasten'. Het zou mooi zijn als er een vervolg kwam. Het zou nog mooier zijn als het oeuvre van Theo van Gogh gezien gaat worden door meer mensen dan tot nu toe.

Blind date van Theo van Gogh.

De in New York geboren, oorspronkelijk Amerikaans acteur en danser Donald Jones (72, Amsterdam?, 5 november, doodsoorzaak onbekend), kwam in 1954 naar Nederland en werd hier in 1958 de eerste gekleurde televisiester door zijn rol in de door Annie M.G. Schmidt geschreven comedyserie 'Pension Hommeles', waarin hij met sterk Engels accent het liedje zong 'Ik zou je het allerliefste in een doosje willen doen'. Daarna vormde Jones met Ger Smit het duo 'Mik en Mak' in de gelijknamige VARA-televisieserie voor de jeugd (1962-63). Hij speelde ook in enkele Nederlandse speelfilms: Obsessions/Bezeten/Het gat in de muur (Pim de la Parra, 1969), André van Duins pretfilm (Robert Kaesen, 1976) en als papoea-hulpagent in Grijpstra en De Gier (Wim Verstappen, 1979). Getrouwd geweest met cabaretière Adèle Bloemendaal, vader van acteur John Jones.
Veel omvangrijker is de filmografie van de Afrikaans-Amerikaanse acteur Julius Harris (80, Woodland Hills, Ca., 17 oktober, hartaanval). Hij werd vooral bekend door de rol van de Ugandese dictator Idi Amin in de hier in de bioscoop uitgebrachte televisiefilm Victory at Entebbe (Marvin J. Chomsky, 1976) en een optreden in de James Bond-film Live and let die (Guy Hamilton, 1973). Daarvoor zat Harris al in blaxploitation-titels als Shaft's big score! (Gordon Parks, 1972), Superfly (Gordon Parks jr., 1972), Trouble man (Ivan Dixon, 1972), Black Caesar (Larry Cohen, 1972) en Hell up in Harlem (Cohen, 1973). Debuteerde in het rechtschapen burgerrechtendrama Nothing but a man (Michael Roemer, 1964). Ook in films als The taking of Pelham one two three (Joseph Sargent, 1974), het zeehondendrama Salty (Ricou Browning, 1975), Let's do it again (Sidney Poitier, 1975), King Kong (John Guillermin, 1976), Looking for Mr. Goodbar (Richard Brooks, 1977), Islands in the stream (Franklin J. Schaffner, 1977), Alambrista! (Robert M. Young, 1977), First family (Buck Henry, 1980), Crimewave/The XYZ murders (Sam Raimi, 1985), To sleep with anger (Charles Burnett, 1990), Darkman (Raimi, 1990), Harley Davidson and the Marlboro man (Simon Wincer, 1991) en, eindelijk topbilled, in Shrunken heads (Richard Elfman, 1994).

Superfly.

Een echte ster was de Amerikaanse zanger en acteur Howard Keel (85, Palm Desert, Ca., 7 november, darmkanker), voluit Harry Clifford Keel. Hij schitterde in MGM-musicals als Annie get your gun (George Sidney, 1950), de Esther Williams-vehikels Pagan love song (Robert Alton, 1950) en Jupiter's darling (Sidney, 1958), Show boat (Sidney, 1951), Lovely to look at (Mervyn LeRoy, 1952), Calamity Jane (met Doris Day; David Butler, 1953), Kiss me Kate (Sidney, 1953), Rose Marie (LeRoy, 1954), Seven brides for seven brothers (Stanley Donen, 1954), Deep in my heart (Donen, 1954) en Kismet (Vincente Minnelli, 1955). Ook in films als Three guys named Mike (Charles Walters, 1951), Texas carnival (ook met Williams; Walters, 1951), Callaway went thataway (Melvin Frank en Norman Panama, 1951), Ride, vaquero! (John Farrow, 1953), Floods of fear (Charles Crichton, 1959), The big fisherman (Frank Borzage, 1959), Armored command (Byron Haskin, 1961), The day of the triffids (Steve Sekely, 1962), Waco (R.G. Springsteen, 1966), Red tomahawk (Springsteen, 1967), The war wagon (Burt Kennedy, 1967) en Arizona bushwackers (Lesley Selander, 1968). In de oersoap 'Dallas' te zien als Clayton Farlow, de echtgenoot van miss Ellie Ewing (Barbara Bel Geddes). Voormalig schoonvader van acteur-regisseur Edward James Olmos.

Howard Keel.

De kleine, maar fijne filmografie van Belgisch acteur Guido de Belder (65, Leuven, 20 oktober, kanker) vermeldt Exit 7 (Emile Degelin, 1978), Slachtvee (Patrick Conrad, 1979), Traversées (Mahmoud ben Mahmoud, 1984) en het juweeltje La moitié de l'amour (Mary Jimenez, 1985). In nog minder films speelde Rebecca Welles (59, Tacoma, Wash., 17 oktober, kanker), maar zij was beroemder als de dochter van Rita Hayworth en Orson Welles. Naast heel veel televisie (1957-64), was ze te zien in Desire under the elms (Delbert Mann, 1958), Juvenile jungle (William Witney, 1958) en Frontier rangers (Jacques Tourneur, 1959).

De curieuze carrière van de Amerikaanse cameraman Charles F. Wheeler (88, Orange, Ca., 28 oktober, ziekte van Alzheimer) betreft vooral Disneyproducties, zoals de oerversie van Freaky Friday (Gary Nelson, 1976), The cat from outer space (Norman Tokar, 1978) en C.H.O.M.P.S (Don Chaffey, 1979). Hij begon als camera operator voor films van Stanley Kramer en kreeg een Oscarnominatie, samen met drie Japanse collega's, voor het camerawerk van Tora! Tora! Tora! (Amerikaanse episodes: Richard Fleischer, 1970). Ook verantwoordelijk voor het beeld van onder meer Duel at Diablo (Ralph Nelson, 1966), Che! (Fleischer, 1969), Silent running (Douglas Trumbull, 1972), Slaughter's big rip-off (Gordon Douglas, 1973), Truck Turner (Jonathan Kaplan, 1974), Condorman (Charles Jarrott, 1981) en The pursuit of D.B. Cooper (Roger Spottiswoode, 1981).

Charles F. Wheeler kreeg Oscarnominatie voor Tora! Tora! Tora!

Hans Beerekamp

Naar boven