Januari 2005, nr 262

The snow walker

Gestrande piloot zoekt kompas

Met natte lucifers overleven op de Canadese toendra: het pitloze drama The snow walker laat zien dat de westerse mens nog veel kan leren van de Inuit.

In de roman 'Nooit meer slapen' van W.F. Hermans gaat een jonge geoloog in het Noorse Finnmark op zoek naar een meteorietinslag, om onderweg vooral zichzelf tegen te komen. Talloze onzekerheden spoken door zijn hoofd: heeft hij wel de juiste rugzak om, doet zijn kompas het wel? Luchtfoto's van het gebied heeft hij niet kunnen bemachtigen, en als hij eindelijk op de top van een berg staat, ziet hij alleen maar mist. Hermans maakte hiermee weer eens schitterend duidelijk dat een mens nooit de hele werkelijkheid kan overzien, en geen idee heeft waar hij naar toegaat.
Zo'n prikkelende filosofische basis ontbreekt in het drama The snow walker, waarin een op geldbeluste vrachtpiloot verongelukt in de eindeloze toendra-meren van North West Territories in Canada. De piloot moet hier samen met een jonge Inuit-vrouw zien te overleven, waarbij hij gaandeweg veel wijze levenslessen opdoet. The snow walker is zo een nogal rechtlijnig verhaal over positieve levenskracht geworden. De Inuit worden voorgesteld als machtig volk dat nog ware gemeenschapszin kent, tegenover de Canadezen die zelfgenoegzaam op hen neerkijken.
In de tijd dat deze film zich afspeelt, 1953, werden de Inuit inderdaad vernederd: ze moesten registratienummers om hun nek dragen en werden gedwongen om in dorpen te gaan wonen zodat ze 'echte' Canadezen zouden worden. Deze tijd wordt door de film levendig opgeroepen, net als de manieren waarop je het beste wild vlees kunt bewaren en kariboehuid kunt uitschrapen. Maar de film had wat meer pit gekregen als hij niet zo zijig en zwart-wit was geweest.

Helend mos
Zo worstelt de piloot paniekerig met zijn natte lucifers terwijl de Inuit-vrouw rustig een vuursteen gebruikt. Als hij schreeuwend gek wordt en bezwijkt, verbindt zij zijn voeten met helend mos. En als ze samen een neergestort vliegtuig vinden, denkt de piloot alleen maar aan het bruikbare gereedschap, terwijl de vrouw liever de dode piloten wil begraven. Materialisme tegenover spiritualisme, het kan niet duidelijker verbeeld worden. De kijker hoeft dan ook niet veel zelf na te denken. Wat ook niet helpt zijn de vele violen die op de geluidsband de oppermachtige natuur moeten bezingen, terwijl stilte meer op zijn plaats zou zijn. Regisseur Charles Martin Smith (
Air bud) schoot daarnaast maar liefst zes felrode luchten bij lage zon. Gelukkig heeft hij deze plaatjes ook afgewisseld met kilblauwe beelden die de gemoedstoestand van de personages beter benaderen.
De Inuit-vrouw wordt mooi ingetogen gespeeld door een actrice uit Igloolik, het arctische, filmgezinde dorp waar Atanarjuat, the fast runner is opgenomen. In deze film zagen we ook de minder romantische kanten van het Inuit-bestaan. Ook Once were warriors was een verademing omdat het de Maori uit Nieuw-Zeeland nu eens niet als nobele wilden romantiseerde. The snow walker had dan ook aan kracht kunnen winnen als de Inuit niet zo duidelijk als voorbeeld voor onze kortzichtige westerlingen waren voorgesteld. We zijn inderdaad veel kennis over de natuur kwijtgeraakt in onze hang naar winstmaximalisatie, maar wij moeten daar zelf, in onze eigen onbesneeuwde omstandigheden een antwoord op zien te vinden.

Mariska Graveland

Canada, 2003
Productie: Robert Merilees
Regie en scenario: Charles Martin Smith
Camera: Paul Sarossy, Jon Joffin, David Connell
Montage: Alison Grace
Muziek: Mychael Danna
Met: Barry Pepper, Annabella Piugattuk, James Cromwell, Robin Dunne, Kiersten Warren
Kleur, 103 minuten
Distributie: Cinemien
Te zien: vanaf 16 december

Naar boven