April 2005, nr 265

Ingmar Bergman

Zie ze stamelen

86 is hij nu. En hij had zijn minnares, de cinema, echt al heel lang aan de kant gezet, als ze niet zo veeleisend was. Dus moet er na elke laatste film een nieuwe worden gemaakt. Omdat je van sommige muzen slecht afscheid kunt nemen. Omdat je bij sommige serpenten toch echt het laatste woord wilt hebben. Maar het laatste woord is de eerste stap van een nieuwe erotisch dans in driekwartsmaat: Saraband. Een rondedans door het oeuvre van Ingmar Bergman.

Wilde aardbeien (Smultronstället).

Aftellen
Ingmar Bergman. Europese filmauteur. God. Lichaam. Dood. Alles een last. Hysterisch vrouwen. Depressieve mannen. Theo en Thea. Makkelijker te parodiëren dan te eren. Veel zwart-wit. Liever theater. Strindberg. Weer vrouwen. Gehaat door feministen. Eigenlijk een mannenhater. Het huwelijk. Retrospectief. Rij voor de kassa. Klassiekers. Gezien? Beelden. De schaakspelende dood. Twee in elkaar gekeerde vrouwengezichten. God is dood. Hij heeft ook komedies gemaakt.

Het doek gaat op
Het begint bij het begin. Al is het begin niet altijd het echte begin. Als het doek opgaat, is de repetitie al afgelopen.
Wat moeten we van Ingmar Bergman weten wat we niet al in zijn films kunnen zien? Een geboortedatum: 14 juli 1918. Een geboorteplaats: Het Zweedse Upsala. Een verhaal.
Het begin van dat verhaal is bijvoorbeeld verteld in
The best intentions (Bille August, 1992), waarvoor hij zelf het scenario schreef. Dat gaat over hoe zijn ouders elkaar ontmoetten: de strenge theologiestudent Henrik en de sprankelende Anna. Dat werd een huwelijk en er kwamen kinderen van. Centraal in Bergmans levensverhaal staat dat geest (zijn vader) en lichaam (zijn moeder) twee verschillende grootheden zijn. En hoewel Bergman al zijn filmvaders haat (huiver nog maar eens om de stijle predikant in Fanny en Alexander, 1982), zijn zij toch altijd met compassie getekend.
Hoe verhouden verstand en gevoel zich tot elkaar? Natuurlijk ligt er ergens in zijn kinderjaren een oorzaak voor zijn overtuiging dat het antwoord daarop: NIET!!! moet zijn. Maar Bergman, cineast, schrijver, theatermaker, bekommert zich genoeg om de de vraag dat hij personages blijft creëren die proberen een ander antwoord op die vraag te geven. En ergens halverwege dat proces gaat het weer mis. Weer zitten ideeën en emoties elkaar in de weg. Weer komen 'willen' en 'kunnen' nooit samen. Weer blijft de ontmoeting tussen twee mensen achterwege, hoewel zij in dezelfde theatrale ruimte gevangen zijn. Weer is die ruimte het lichaam. Zij staan tegenover elkaar en stamelen. En Bergman zweert nu echt nooit, nee nooit meer een film te regisseren en begint opnieuw.
De rest van het verhaal is zijn oeuvre. Ruim vijftig titels lang.

De toverlantaarn
Als tienjarige kreeg Ingmar Bergman een toverlantaarn. De kleurige schimmen die over de beschilderde glasplaatjes dansten, kwamen in zijn verbeelding van hun achtergrond los en gingen hun eigen leven leiden. Ruiters galoppeerden door de verduisterde ruimte, ridders versloegen tirannen en schone prinsessen vielen de held in de armen.
Aan het begin van Fanny en Alexander gaat twee keer het doek open. Eerst dat in de bioscoopzaal. Dan dat van het poppentheater van de kleine Alexander die met zijn toverlantaarn en zijn poppen het sprookje vertelt van de losbandige Arabella en de verschijning van de geest van de dode vader.
'Laterna magica' noemde Bergman in 1987 zijn autobiografie.
De vrijgevochten vrouw en de geest van de vader spoken ook daarin over de bladzijden.
Maar misschien moeten we niet alleen maar aan Bergman en de vrouwen en zijn vader denken.
Zijn fascinatie voor het vrouwelijke onbetrouwbare ontvangende en het mannelijke heersende scheppende gaat terug naar het begin van alle tegenstellingen: leven en dood zelf.
Bergman zag als kind dat er een schaduwwereld achter onze wereld lag die je op z'n minst zichtbaar moet maken om iets van het leven te begrijpen. Film is, doordat het een kunstvorm is die zichzelf van de wetten van het schimmenrijk bedient, daar het uitgelezen medium voor.
Maar bedrieglijk.
Schijnwereld en escapisme.
De toverlantaarn komt in meer films van Bergman voor. Denk maar aan de openingscredits van Een zomer met Monika (1953), waarin een speeldoosje in beweging wordt gezet en de poppen aan het dansen slaan. Of het theatergezelschap van Doctor Vogler in Het gezicht (1958) dat met toverlantaarnvoorstellingen door 18de-eeuws Zweden reist. Als hij zich op het terrein van het bovenzintuiglijke waagt en échte geesten oproept, wordt hij als bedrieger ontmaskerd.
God was al een bedrieger volgens de door een religieuze opvoeding beschadigde Bergman.
Nu is ook de kunst onttovert.
Als straf (want het calvinisme blijft aanwezig) mag ook de kunst niet langer vervoeren: "Het echte theater, de echte theatrale creatie, moet het publiek altijd herinneren dat het kijkt naar een voorstelling."
Vervreemding die voorkómt dat de kunst, net als God, heilig verklaard kan worden.

Strindberg
Midden in zijn puberjaren wordt Bergman door zijn moeder meegenomen naar een voorstelling van 'Droomspel' van August Strindberg. Het zogenaamd onspeelbare stuk dat hij later minstens drie keer zal regisseren. En dat het slotakkoord vormt van Fanny en Alexander. Nadat Alexanders vader aan het begin van de film op het toneel gestorven is tijdens het spelen van de geest van Hamlets vader, besluit zijn moeder aan het einde van het verhaal de ascetische wereld van haar tweede echtgenoot (een tirannieke predikant) achter zich laten. Ze is zwanger en kiest voor de kunst. 'Droomspel' zal de eerste voorstelling van het door haar overgenomen theatergezelschap zijn.
Direct na Fanny en Alexander regisseerde Bergman Na de repetitie (1984). Weer voert hij een van zijn alter ego's op, in dit geval theaterregisseur Henrik Vogler die zich voor de vijfde keer aan de enscenering van datzelfde 'Droomspel' wil wagen. Ingedommeld op het lege toneel 'ontmoet' hij zijn hoofdrolspeelster Anna weer, waarna een gesprek over het stuk volgt waarin kunst en het leven evenzeer door elkaar beginnen te lopen als in Bergmans leven zelf.
Het lege theater, waarin de regisseur uit zijn artistieke hemel is neergedaald, net zoals het hoofdpersonage uit 'Droomspel', wordt voor Bergman ook een biechtstoel. Vogler confronteert zichzelf met de vraag hoe eerlijk het eigenlijk is om voortdurend beroepsmatig en persoonlijk anderen te manipuleren, waarin we natuurlijk ook een verwijzing kunnen lezen naar Bergmans talloze verhoudingen met actrices als Harriet Andersson, Bibi Andersson en Liv Ullman waarin het persoonlijke en het professionele ook door elkaar liepen. Vogler stelt dat hij van anderen verwacht dat ze hun leven opofferen voor de kunst. Maar betekent dat dat hij daarmee ook een deel van zichzelf, van zijn eigen integriteit is kwijtgeraakt? Of heeft hij zichzelf juist níet genoeg op het spel gezet?
In zijn films vanaf Als in een donkere spiegel (1961) betoont Bergman zich een waardig erfgenaam van de Zweedse toneelschrijver Strindberg. Niet zozeer in diens vrouwenhaat en antifeminisme, al is dat ook Bergman verweten. Maar vooral in de overtuiging dat na het failliet van de religie de sleutel voor het doorgronden van levensvragen in de psychologie gevonden moest worden. Lees voor 'levensvragen' trouwens maar vooral: de strijd tussen de seksen. En in navolging van de grote naoorlogse theatermakers als Beckett, Pinter of Albee: het onvermogen om die strijd verbaal te beslechten.
God dood?
Na WOII ligt ook de taal als vehikel voor zingeving op de mesthoop.
Bergmans films zwijgen vaak. En schreeuwen in de stilte.

Horror
Zijn de films van Bergman eigenlijk horrorfilms? Hamish Ford oppert dat in zijn portret van de filmmaker op de website www.sensesofcinema.com. Hij wijt dat onder meer aan de demonische kanten van Bergmans hoofdpersonen: de schaakspelende duivel zelf natuurlijk in Het zevende zegel (1957), de opgesplitse persoonlijkheid van Alma/Elisabeth in Persona (1966), de vampierachtige Max von Sydow in Het uur van de wolf (1968), Liv Ullmann als moordenares in Een passie (1969), maar ook de hellevaart van Fanny en Alexander in de ogenschijnlijk idyllische gelijknamige film.
De echte horror is natuurlijk, 'the horror' van Colonel Kurtz uit Apocalypse now. Het chronische onvermogen om greep te krijgen op de zin van het bestaan en daarom dag na dag gevangen in de gruwelijke uitwassen daarvan.

Close-up
Twee cameramannen waren belangrijk voor Bergmans oeuvre. Gunnar Fischer, die in zijn eerste films voor de harde zwart-wit contrasten zou zorgen. En Sven Nykvist die vanaf De maagdenbron (1960) achter de camera stond en een veel zachtere manier van belichten hanteerde. Niet dat Bergmans films daardoor milder werden. Integendeel bijna.
In Persona (1966) ziet dat er zo uit: twee vrouwengezichten vloeien in elkaar over. De gelaatstrekken van Bergman-geliefden Bibi Andersson en Liv Ullmann zijn nauwelijks meer van elkaar te onderscheiden. Nykvist filmde ze in hetzelfde licht, en vaker in dezelfde duisternis, vanuit dezelfde hoek, of samen als twee helften van dezelfde schaduw. Hij tast de grenzen van zusterliefde en moederhaat, vrouwelijke superioriteitsgevoelens en meisjesachtige solidariteit af. Persona gaat over de verhouding tussen beeld en werkelijkheid, over de bedrieglijke aard van die werkelijkheid en over de absorberende aantrekkingskracht van beelden. Halverwege de film laat Bergman zelfs de film in de projector verbranden. Om de toeschouwer ervoor te waarschuwen zich niet te veel te identificeren? Ook aan het einde laat hij zien dat het 'maar film' was: de filmrol draait ratelend de projector uit.

Lukas Moodysson
Net zoals alle Zweedse (en vaak voor het gemak ook maar alle Scandinavische) regisseurs na Bergman werd ook Lukas Moodysson vergeleken met en ondervraagd over zijn relatie met Ingmar Bergman. Zeker nadat de tegenwoordig als kluizenaar levende regisseur hem na Fucking Åmål (1998) een groot talent had genoemd. Bergman moest zich los maken van de erfenis van Carl Theodor Dreyer (onecht kind van een Zweedse boer en zijn huishoudster, bijna een Bergmanneske geschiedenis). Lars von Trier ontworstelt zich aan de invloed van beiden, terwijl Lukas Moodysson ("Ik maak hierna nooit meer een film") de perfecte hedendaagse antithese is van de zielen die in Bergmans borst huizen. In elke film die Moodyyson toch nog maakt, met het onthutsende A hole in my heart (2004) als meest recente voorbeeld, peutert hij de uienschillen van de beschaving af in de hoop er een onderliggende emotie onder aan te treffen.
Volgens Lukas Moodysson is Bergman trouwens helemaal niet zo onbenaderbaar als de mythe gaat. Na de première van Lilja 4-ever in Venetië (2003) vertelde hij hem elke dag te bellen. Waarover ze het hadden? Zelden over film.

Dana Linssen

Van 31 maart t/m 4 mei organiseert het Filmhuis Den Haag een Ingmar Bergman-retrospectief, met 21 hoogtepunten uit zijn oeuvre die ook in Amsterdam, Eindhoven, Rotterdam en Utrecht vertoond zullen worden. In de expositieruimte naast Filmhuis Den Haag is gelijktijdig de tentoonstelling 'Before Ingmar became Bergman' ingericht, met foto's, schetsen, privé-filmmateriaal en fragmenten van zijn meest recente film Saraband waarmee het allemaal weer overnieuw begint.

Naar boven