Oktober 2005, nr 270

Paul Haggis

Laat het sneeuwen in LA

Op de zesde verdieping van een protserig jetset hotel hangt Paul Haggis, regisseur van Crash en scenarist van Million dollar baby, met zijn benen over de leuning van zijn stoel, rokend. We zijn op het Festival du Cinema Americain in het Franse Deauville. "Ik weet niet hoe het met jou zit, maar ik ben ook slécht."

Crash opent met een kettingbotsing op een gewone dag in Los Angeles. Die botsingen zijn nodig, zegt regisseur Paul Haggis. We leven volledig langs elkaar heen en alleen als we bovenop elkaar knallen voelen we iets, zien we nog iets van de anderen. Crash is een verzameling karakters die langs verschillende verhaallijnen allemaal met elkaar zijn verbonden. À la Magnolia, hoewel de regisseur die vergelijking liever niet maakt.
"In Los Angeles leeft onder het oppervlak een kritische massa van angst. En die angst manifesteert zich als woede. Vooral in de VS zijn we bang voor vreemdelingen. En om maar niet met die vreemdelingen in aanraking te komen, isoleren we ons op kleine socio-economische eilandjes. Ik koos LA als achtergrond voor de film omdat die stad is opgegroeid met de auto. De stad ontwikkelde zich horizontaal, niet verticaal. En dus hoeven we niks met anderen te maken te hebben. We leven met mensen die hetzelfde praten, verdienen, denken en geloven. Toen een jaar of tien geleden rassenrellen uitbraken riep iedereen in de upperclass-wijken: 'Hé, waar kwam dat nou vandaan?' Terwijl het nog geen tien mijl verderop gebeurde. Niemand had door wat er aan de hand was. Vrienden van mij in Santa Monica krijg je met geen mogelijkheid naar Compton of South Central. Omdat ze bang zijn.

Cocon
"Als je mensen vraagt naar problemen zullen ze zeggen dat die niet bestaan. 'Belachelijk', zeggen de blanken in het westen van de stad. Omdat ze voor hén niet bestaan. Als ze die problemen erkennen, moeten ze er namelijk iets aan doen. Kijk, vijftig jaar geleden maakte het niks uit. Toen waren racisme en intolerantie nog geen probleem. Nu moeten we ons ervoor schamen. Mensen doen alsof ze niet meer bestaan maar die emoties zijn er nog steeds. We stoppen ze alleen ver weg in kleine doosjes. Alleen onder grote druk exploderen die doosjes. En dus heb ik mijn personages allemaal onder grote druk gezet. Neem Sandra Bullocks personage: als je die een dag eerder had gezien, zou je denken 'hé, wat een sympathieke vrouw'. Maar op die ene dag in de film explodeert ze. Doordat iemand een pistool in haar gezicht duwt. Alle vuiligheid komt in een keer naar buiten.
"Maar de ellende beperkt zich niet tot LA. Het komt overal voor: onze media en onze overheden verkopen angst. Amerika is in de greep van angst en hysterie. Elke avond op het nieuws in de afgelopen twintig jaar roepen ze: 'Something in your kitchen is about to kill you!' En we denken: 'Shit!' En dus kijken we elke avond naar de tv want we moeten weten wie ons morgen gaat bedreigen.
"Angst en racisme verdwijnen niet uit zichzelf. Als we er niet eerlijk mee omgaan, als we onszelf er niet mee confronteren dan wordt het probleem steeds groter. Als we maar blijven denken dat we gelijk hebben met onze angst voor anderen, zullen de tegenstellingen alleen maar groeien. Dat is precies wat er nu gebeurt: de VS voeren oorlog omdat ze zelf zo goed zijn en de anderen slecht. Bij ons hebben zowel de christelijke fundamentalisten als de moslimfundamentalisten als de joodse fundamentalisten allemaal gelijk. Die mensen denken niet na. En ik heb het niet alleen over religie. Het probleem is dat we niet echt in aanraking komen met andere visies, dat we niet leren van andermans gedachten en meningen. Ik woon niet in South Central dus is er voor mij geen noodzaak om kennis te nemen van de ideeën die daar leven. Als ik dat wel zou doen, zou ik de mensen daar beter begrijpen.
"We kunnen geestelijk in onze cocon blijven omdat we ons bewegen in onze eigen wijken. En als we naar een andere plek moeten, stappen we in onze auto: ook een cocon. Ik kan van huis naar de studio naar lunch naar de studio naar huis gaan zonder vreemden te zien. Behalve dan de onzichtbare mensen zoals de tuinman of de werkster. Met wie ik niet hoef te praten want die horen bij het meubilair. Dus die angst was voor mij een belangrijk onderwerp om me in te verdiepen.

Cynisch optimist
"De personages in Crash zijn zwart én wit. Allemaal boef én held, slachtoffer én overtreder. Omdat iedereen die tegenstellingen in zich draagt. En de meeste Hollywoodfilms laten dat niet zien. Daarin is het of zwart of wit. Ik weet niet hoe het met jou zit maar ik ben goed én slecht.
"Maar om het de kijker niet te moeilijk te maken begin ik de film met stereotypen. Je denkt heel snel te weten wie wie is. Maar dan laat ik alle personages iets doen wat je niet van hen verwacht. Plotseling blijken ze een andere kant te hebben. Blijken ze minder eenvoudig in elkaar te zitten dan we dachten. Ik hoop het publiek daardoor een beetje door elkaar te schudden. Zodat ze naar buiten lopen en met hun vrienden gaan praten. Omdat ze boos zijn of omdat ze het er niet mee eens zijn. Die dialoog, die is belangrijk. Niet de film maar de dialoog.
"Het onuitgesproken racisme is veel gevaarlijker dan het openlijke racisme. Matt Dillons personage kan de confrontatie makkelijker aangaan doordat hij gewend is allerlei verschrikkelijke dingen te zeggen. Als hij iemand in de film ziet die liever sterft dan door hem te worden gered, kan hij daar goed mee omgaan. Andere personages die hun eigen duistere denkbeelden niet durven aankijken, kunnen er veel moeilijker mee omgaan.
"Zwarte mensen in LA met wie ik over de film sprak, zeiden tegen me: 'Als we alleen al over deze dingen zouden kunnen praten, zou het al veel beter zijn. Mensen hoeven niet eens aardige dingen over ons te zeggen. Als die angst en dat racisme maar eens een keer naar buiten kwamen.' Erkennen dat het bestaat. Maar de meeste mensen willen niet eens erkennen dat het bestaat. Want dan moeten we ons schamen.
"De kettingbotsing in het begin van de film is een symbool voor alle botsingen in onze levens. Juist in botsingen moeten we echt leren met elkaar om te gaan. We hebben ze nodig om anderen te ontmoeten en elkaar met onze eigen idiote misvattingen te confronteren. Ik zie liever die botsingen dan dat iedereen in zijn eigen cocon blijft zitten. Eigenlijk ben ik meer een cynische optimist. Ik weet wat er in de wereld gebeurt maar toch koester ik hoop. Dat is waar de sneeuw aan het eind van de film voor staat. In Los Angeles sneeuwt het maar één keer in de veertig jaar. Toen ik voor het eerst naar LA kwam, sneeuwde het ook. Het was een wonder. Als het hier kan sneeuwen, dacht ik, dan is alles mogelijk. En nee, de sneeuw is geen verwijzing naar de kikkers uit Magnolia.
"Ik heb vooral veel gelezen om me voor te bereiden. Via kranten en via vrienden verzamelde ik voorbeelden. Er zijn er genoeg. En iemand vertelde me het verhaal dat in de film uiteindelijk Matt Dillons personage is geworden. Over iemand met een vader die alle goede lessen uit zijn leven aan z'n zoon wilde doorgeven. Maar door wat er met de vader gebeurde, leerde de zoon precies de tegenovergestelde lessen. Racisme wordt niet per se doorgegeven van de ene generatie op de andere. Soms doen we alles wat we kunnen maar zijn onze kinderen totaal andere personen dan we hadden gewild."

Ronald Rovers

Thandie Newton en Matt Dillon in Crash.


Crash

Acute crisis

In het prikkelende Crash komen de personages in crisis optimaal uit de verf tegen de achtergrond van een tot op het bot verdeeld Los Angeles

Net als in Amores perros en 21 Grams van Alejandro González Iñárritu is in Crash een auto-ongeluk de aanjager voor een mozaïekdrama, waarin uiteenlopende personages het hoofd moeten bieden aan een persoonlijke crisis. De keuze voor gewelddadig crashende auto's als katalysator is veelzeggend: er spreekt weinig vertrouwen uit dat mensen hun gedrag, hun mentaliteit of hun denkbeelden kunnen veranderen langs de weg van geleidelijkheid. De acute crisissituaties in Crash vinden stuk voor stuk hun voedingsbodem in opgepotte onlustgevoelens, die te maken hebben met raciale misstanden in Los Angeles. Een zwarte politie-inspecteur (Don Cheadle) heeft problemen met een verslaafde moeder en een delinquente broer. Een racistische smeris (Matt Dillon) maakt zich schuldig aan walgelijk machtsmisbruik als hij de echtgenote (Thandie Newton) van een succesvolle zwarte tv-producer aanhoudt. Maar deze rotzak blijkt tevens een zorgzame zoon voor zijn doodzieke vader. Een na 9/11 in het defensief gedrongen Arabische winkelier wil zich verdedigen tegen overvallers door een wapen aan te schaffen. Door misverstanden krijgt hij het ernstig aan de stok met een Latino slotenmaker, die zijn dochtertje in een betoverende scène belooft dat hij haar zal beschermen tegen de kogels waar zij zo bang voor is. Enzovoorts.

Koude douche
Regisseur Paul Haggis (1953) werkte het grootste deel van zijn carrière als maker van televisieseries. Die ervaring op de korte baan buit hij in Crash uit om in luttele scènes personages neer te zetten die tegelijkertijd herkenbaar zijn, en toch net genoeg afwijkend gedrag vertonen om de kijker te prikkelen. De personages in crisis komen optimaal uit de verf tegen de achtergrond van een tot op het bot verdeeld LA. Haggis heeft daarvoor geen grote woorden nodig: hij is geen zendeling als Spike Lee, die ongetwijfeld de beruchte rellen in Watts van 1965 nog eens zou oprakelen, of de infame politiemishandeling van Rodney King. De op hoge toon verkondigde theorieën van twee gekleurde autodieven (Larenz Tate en Ludacris), die betogen dat zelfs de spiegelende autoruiten in de bussen van LA deel uitmaken van een samenzwering om Afro-Amerikanen te vernederen, klinken zelfs als een parodie op Spike Lee
In Crash is het racisme geen ideologische misstand waarover je polemiseert, maar een aaneenschakeling van alledaagse ergernissen. Daarbij maakt het niet eens uit of je aan de goede of de slechte kant van de lijn staat: de door Sandra Bullock vertolkte rijkeluisdame die haar blanke vooroordelen spuit nadat ze slachtoffer is geworden van een gewapende overval heeft er net zo veel last van als de Mexicaanse slotenmaker (Michael Peña), die zij ten onrechte van criminele bedoelingen beschuldigt. Halverwege de film zijn de personages en hun problemen zo sterk gaan leven, dat het bijna als een koude douche (of beter gezegd: een sneeuwstorm) komt, dat Haggis alle uitgezette verhaallijntjes zo keurig aan elkaar breit, conform de richtlijnen van het Grote Mozaiëkfilmershandboek van Robert Altman en Paul T. Anderson. Met wat meer losse eindjes, rafelrandjes en onopgeloste vragen had Crash een nog prikkelender statement opgeleverd over de almaar oprukkende tweedeling in Amerika.

Fritz de Jong

Crash
Verenigde Staten, 2004
Productie, regie en scenario: Paul Haggis
Camera: James Muro
Montage: Hughes Winborne
Art direction: Brandee Dell'Aringa
Muziek: Mark Isham en Paul Haggis
Met: Brendan Fraser, Don Cheadle, Matt Dillon, Michael Peña, Terrence Dashon Howard, Thandie Newton, Jennifer Esposito
Kleur, 113 minuten
Distributie: Independent Films
Te zien: vanaf 20 oktober

Naar boven