Juli/augustus 2006, nr 279

Ken Loach

Terug naar de wortels

Een film over de Ierse onafhankelijkheidstrijd in 1921-1922 moet wel voor opschudding zorgen in Groot-Brittannië. De IRA-leden Teddy en Damien in de Gouden Palm-winnaar The wind that shakes the barley zijn het schoolvoorbeeld van de klassieke verzetsheld. Een gesprek met regisseur Ken Loach en scenarist Paul Laverty.

Ken Loach.

Waarom heeft u juist nu een film over dit onderwerp willen maken?
Ken Loach: Het is een geschiedenis die zich telkens weer herhaalt. Er is altijd wel ergens op deze wereld een bezettingsleger actief. En er zijn altijd mensen die onderdrukt worden, die zich tegen zo'n leger verzetten. Helaas hoef ik niemand te vertellen waar het Britse leger op dit moment, volkomen onrechtmatig, uithangt.

U wijst de Britse politiek in Irak af?
In onze ogen is die oorlog illegaal. Het is een schending van de conventie van Genève en het handvest van de VN. De oorlog is gebaseerd op leugens en is volstrekt onverdedigbaar. En het is uitgelopen op de meest walgelijke destructie van Irak.

Heeft u met opzet het verleden gebruikt om commentaar te leveren op het heden?
Dat niet alleen. We moeten het verleden redden. De strijd van de mens tegen de macht, is ook de strijd van het herinneren tegen het vergeten. En dit verhaal in het bijzonder is er één waar we in Engeland niet graag over praten. We horen veel over Noord-Ierland. Maar slechts een enkeling kent de context. Er wordt vaak gesuggereerd dat de Ieren nu eenmaal niet kunnen stoppen met vechten, dat het in hun genen zit. Maar de wortels van het conflict liggen eeuwen terug. Ierland was onze eerste kolonie. Het moment waarop het zijn onafhankelijkheid kreeg, ook al was het slechts gedeeltelijk en onvolledig, waren de jaren 1921-1922. De onafhankelijkheidstrijd begon met het democratische besluit van de Ieren in 1918, toen zij zich bij de verkiezingen uitspraken voor volledige zelfstandigheid. Het Britse antwoord op die verkiezingen was het sturen van troepen, met alle gruwelijke gevolgen van dien. Deze geschiedenis legt de hypocrisie bloot van wereldrijken, in dit geval het Britse Rijk, die altijd claimen beschaving en tolerantie uit te dragen, maar uiteindelijk slechts geweld en onderdrukking exporteren.

Denkt u niet dat de twee hoofdpersonen, de twee broers, tegenwoordig als terrorist zouden worden gezien?
Paul Laverty: De mensen die het opnemen tegen the Britse Rijk zijn altijd gebrandmerkt als terroristen. We hebben het verhaal bewust na 1918 gesitueerd. Dus na de verkiezingen, waarin Sinn Fein met 72 van de 105 zetels een democratisch mandaat voor volledige onafhankelijkheid kreeg. Het parlement dat zij installeerden werd door de Britten onwettig verklaard. De Ieren die daar over klaagden werden in de gevangenis gegooid. Toen ze daar over schreven werden de kranten verboden. Wat doe je in zo'n situatie, als alle vreedzame middelen je ontnomen zijn?

In het begin nemen beide broers het op tegen de Britten. Later komen ze tegenover elkaar te staan als Teddy een overeenkomst met de Britten wil sluiten, inclusief de opsplitsing van het eiland. Damien wil vasthouden aan hun oorspronkelijk ideaal van een ongedeeld, vrij en rechtvaardig Ierland. Naar welke van de twee broers gaat uw voorkeur uit?
Ken Loach: Ik heb geen voorkeur. Ik ben geïnteresseerd in de strijd tussen die twee. Teddy is meer de man van actie. Damien is de denker, de academicus. Het gaat mij om die strijd, niet alleen voor onafhankelijkheid, maar ook de strijd voor het soort samenleving waarin de Ieren wilden leven, hoe die strijd zich ontwikkelde, hoe die strijd werd verstoord en geperverteerd door de koloniale macht die vast wilde houden aan haar belangen. Het is ingewikkeld, en eenvoudig op hetzelfde moment. We zien het telkens weer gebeuren, telkens weer opnieuw.

Is Damien de idealist, de fanaticus, of in modernere termen, de fundamentalist?
Ik vind hem geen fanaticus of fundamentalist. Ik denk dat hij een goed begrip van geschiedenis heeft. De tijden waarin een revolutie mogelijk is, zijn zeldzaam. Dat begreep hij. Hij wist dat dit het moment was waarop de dingen konden veranderen, en dat hij dit moment niet voorbij moest laten gaan.

Maar is idealisme niet vaak de oorzaak van geweld?
Als je bepaalde ideeën hebt, ideeën over onafhankelijkheid, en als die gefrustreerd worden, dan kan dat tot geweld leiden. Maar het is niet het idealisme dat tot geweld leidt, maar de onderdrukking daarvan. Dat is het probleem, de mens zal altijd ideeën blijven onderdrukken.

In de Britse pers is er al voor gewaarschuwd dat de IRA niet moet worden opgehemeld.
(cynisch) God verhoede het. Het is belachelijk. Alle Britse gruweldaden zijn terug te vinden in de archieven. Stel je voor; ze snijden een man zijn keel door, ze binden hem vast aan een auto, ze slepen hem een mijl mee en maken hem dan af. Ze hebben de schedels ingeslagen van mensen. Een vrouw met een kind in de armen wordt in de deuropening neergeschoten. We hadden een film van 24 uur kunnen maken. Hoeveel geweld moet je laten zien, voordat iemand eindelijk toegeeft: 'Ja, dat hebben wij, de Engelsen gedaan.'

Wat is uw mening over de latere IRA?
De IRA van de jaren '60 en '70 is een product van een verwerpelijk akkoord dat de Britten hebben opgelegd met de loop van het geweer. Als de Britten de opdeling niet hadden doorgedrukt, was er nooit een 'provisional IRA' geweest (de organisatie die wij in Nederland als dé IRA kennen, JS). De verantwoordelijkheid daarvoor, en voor al het geweld, ligt bij de Britse overheid. De vol-le-di-ge verantwoordelijkheid. We mogen geen enkele tolerantie hebben voor vragen die suggereren dat het verzet tegen Brits geweld niet acceptabel zou zijn.

Is het Britse publiek wel klaar voor dit onderwerp?
Ken Loach: Het publiek wel. Maar de Britse pers, dat is een ander verhaal. Het wordt een probleem om langs de critici het publiek te bereiken.
Paul Laverty: In één van de belangrijkste Engelse kranten is al de vraag gesteld: Waren the Black and Tans echt zo gewelddadig? Er zijn honderden mensen gedood en gemarteld. Maar men wil de Engelse gruweldaden graag afschilderen als een uitzondering, als het werk van een paar rotte appels. Maar de troepen zijn uitgezonden 'on a mission to terrorize'. In opdracht van de Britse overheid is er systematisch terreur gebruikt. Dat is terug te vinden in de documenten. Het is onbegrijpelijk dat er nog steeds zo gereageerd wordt in de pers. Het kost twee minuten om de feiten te checken.

Jeroen Stout


The wind that shakes the barley

De paradox van geweld

De Ierse onafhankelijkheidsstrijd is tegelijkertijd noodzakelijk en nodeloos gewelddadig in The wind that shakes the barley , terwijl niemand geweld goed kan hanteren, aldus Ken Loach.

Jongens ruilen hun hockeystick in voor geweren en even lijkt het alsof er niets veranderd is, maar zodra de hockeystick tot doden leidt wordt het bloedserieus. Ken Loach vertelt in het met een Gouden Palm bekroonde The wind that shakes the barley de vroegste geschiedenis van de Ierse onafhankelijkheidsstrijd, waarin in eerste instantie onhandige guerrilla's het op moeten nemen tegen het ervaren Britse leger. De film begint in 1920 met een hurleywedstrijd - een ruigere vorm van hockey - in de groene Ierse heuvels. Hier kunnen de jonge honden zich ogenschijnlijk onbekommerd laten leiden door hun fanatisme. Maar dit is slechts schijn. Niet alleen is het onmogelijk om nog langer onbekommerd te zijn vanwege het Britse samenscholingsverbod dat hurley spelen illegaal maakt, maar ook door de willekeurige gewelddadige provocaties van het Britse leger die ook hun geliefden treffen.
In The wind that shakes the barley is er één partij ten alle tijden slecht, namelijk de Britten. Zelden is er een Brit die een fatsoenlijke dialoog voert met een Ier, het is enkel eenrichtingsverkeer. Soldaten schreeuwen, terwijl spuugflarden hun mond verlaten, ze tonen consequent hun diepe minachting voor de Ieren en maken gebruik van excessief geweld (inclusief martelingen). Dit gedrag kweekt opstandelingen, zo ook Damien O'Donnovan (Cilliam Murphy). Als arts is hij een uitzondering, het merendeel van de vrijheidsstrijders is arbeider, waaronder zijn broer Teddy.

Wilde bloem
Dat filmregisseurs zich bezighouden met geschieds(her)schrijving is niet nieuw, maar de laatste tijd wel in trek. Maar waar Aleksander Sokoerov bijvoorbeeld recentelijk nog in
The sun (2005) het beeld van keizer Hirohito nuanceert, daar maakt Ken Loach een pamflet. The wind that shakes the barley is een aanklacht tegen Brits imperialisme, tegen een klassenmaatschappij en tegen geweld.
De film gebruikt alle cinematografische middelen strikt functioneel. Er is een verhaal dat verteld moet worden en dat is zo bruut en beklemmend dat beelden dit niet in de weg mogen zitten. Op de juiste momenten weet Loach de violen achterwege te laten en enkele scènes zijn ronduit meesterlijk. Wanneer opstandelingen een Brits konvooi in een hinderlaag hebben gelokt, gaat de natuur gewoon zijn gang. Het helmgras en de varens zijn een speelbal van de wind. Een verdwaalde wilde bloem ligt naast een dode kameraad. Dit is ook het moment dat de Ierse commandant zijn twijfelende strijders moet voorhouden dat ze het voor de goede zaak doen, want waarom moeten er anders mensen dood?
Loach bespreekt de paradox van geweld: het is even noodzakelijk als nodeloos. Daar komt bij dat geweld door geen enkele partij met mate te hanteren is. Het geweld in de film kent geen nuance, want het is of leven of dood. Hoewel de Britten over het algemeen als slecht worden afgeschilderd, is de film niet zwart-wit. Ook de vrijheidstrijders begeven zich in een moreel grijs gebied en verzanden in een onderlinge strijd om macht. Uiteindelijk komen de broers Teddy en Damien tegenover elkaar te staan, hun broederstrijd is representatief voor de Ierse interne twisten. Dat ook deze strijd met geweld gepaard gaat is cynisch: het zijn uiteindelijk medestanders die elkaar vermoorden.

Asher Boersma

The wind that shakes the barley
Groot-Brittannië, 2006
Productie: Rebecca O'Brien
Regie: Ken Loach
Scenario: Paul Laverty
Camera: Barry Ackroyd
Montage: Jonathan Morris
Muziek: George Fenton
Met: Cillian Murphy, Liam Cunningham, Padraic Delaney, Orla Fitzgerald
Kleur, 124 minuten
Distributie: A-Film
Te zien: vanaf 10 augustus

Naar boven