Juli/augustus 2006, nr 279

Mongolian ping pong

Tafeltennisbal stuitert uit de hemel

De vondst van een tafeltennisballetje op het Mongoolse grasland kondigt een nieuwe tijd aan in de mild-humoristische Chinese film Mongolian ping pong.

Het openingsbeeld van een film kan heerlijk misleidend zijn. De Nieuw-Zeelandse film Once were warriors (1994) begint bijvoorbeeld met een beeld van een tropisch eiland. Als de camera uitzoomt blijkt het strand op een reclamebillboard te liggen, dat in een achterstandswijk staat waar de Maori's aan het wegkwijnen zijn. In het openingsshot van de Chinese film Mongolian ping pong zien we een gezin poseren op het Plein van de Hemelse Vrede in Beijing. Ook dit plein blijkt van bordkarton, zo ontdekken we zodra het uitgestrekte Mongoolse landschap achter de foto wordt onthuld.
Mongolian ping pong onderzoekt zo de wereld die je kent en de wereld die daarbuiten ligt. De Chinese regisseur Ning Hao (1977) kijkt door de ogen van een negenjarig jongetje dat met zijn familie in een yurt-tent op de steppen leeft. Zonder elektriciteit en stromend water, zo wordt ons al snel duidelijk gemaakt, want de coming-of-age-film doet ook iets wat zo vaak gebeurt in etnografisch getinte films: het zet de traditionele leefwijze tegenover de moderne technologie. De nieuwe tijd kondigt zich aan met de vondst van een pingpongballetje in de rivier, net zoals er ooit een colaflesje uit de hemel viel in The Gods must be crazy (1980). Dit symbool van kapitalisme werd gevonden door een Kalahari bosjesman, waarna zijn leven nooit meer hetzelfde werd.

Baksteen
Ook de jonge Bilike raakt geobsedeerd door het tafeltennisballetje, dat hij nog nooit van zijn leven heeft gezien. Als hij erachter komt dat het balletje het nationale symbool van China is, trekt hij erop uit om het terug te brengen naar Beijing, maar de Gobi-woestijn blijkt groter dan gedacht. Voordat het zover is, hebben we op zachtmoedige wijze kennisgemaakt met het leven op de steppe, waar een fourwheeldrive het aflegt tegen een paard, de baksteen en de televisie zijn intrede doen en de kinderen kattenkwaad uithalen zoals overal op de wereld. Veel gebeurt er niet, want Mongolian ping pong leunt niet op plotwendingen maar op beeldenpracht. De film is net zo langgerekt als het uitgestrekte landschap. Dat er bijna geen muziek op de geluidsband is te horen maar vooral omgevingsgeluiden, moet de film een realistisch aura geven.
Dat de nomaden redelijk onwetend zijn over nieuwe technologieën wordt heel romantisch gebracht als een zegen, maar ook de schaduwkant van het geïsoleerde leven wordt aangestipt: Bilike's zus wil niets liever dan rondtrekken met een zanggroep of studeren in de grote stad, om zo te ontsnappen aan het traditionele nomadenleven.
De laatste jaren zijn er een stroom aan films over Mongolië te zien geweest, zoals The story of the weeping camel, The cave of the yellow dog en iets langer geleden Urga en State of dogs. Mongolian ping pong brengt niets nieuws onder de zon, en hanteert vooral een mild-humoristische toon die de film ook geschikt maakt voor kinderen. Het is prettig kijken naar het eindeloze grasland, dat de grootste attractie vormt, maar je blik zal door de film niet veranderen.

Mariska Graveland

China, 2004
Productie: Lu Bin, He Bu
Regie: Ning Hao
Scenario: Ning Hao, Xing Aina, Gao Jianguo
Camera: Du Jie
Montage: Jiang Yong
Art direction: Zhang Xiao Bing
Muziek: Wuhe
Met: Hurichabilike, Dawa, Geliban, Yidexinnaribu, Badema, Wurina
Kleur, 102 minuten
Distributie: Benelux Film
Te zien: vanaf 3 augustus

Naar boven