Juli/augustus 2006, nr 279

Fien Troch

Samen en toch eenzaam

De Vlaamse Fien Troch (1978) maakte de whodunit Een ander zijn geluk, dat vooral een psychologische analyse van de eenzame hoofdpersonen is. "Ik ben niet bang om eenzaam te worden, wel om niet gekend te worden."

Fien Troch (l) en Johanna ter Steege (foto: Chris Dewitte).

Hoe is het verhaal ontstaan?
Ik wilde iets vertellen over eenzaamheid, een gevoel dat ik altijd al ergens in wilde verwerken. Als ik denk aan eenzaamheid denk ik aan rijke mensen die alles hebben, maar elkaar niet kennen en begrijpen. Naarmate het verhaal zich ontwikkelde kwamen er ook andere sociale klassen bij. Een ander zijn geluk gaat over een dorpje in een diepe winterslaap, en ik vond dat er iets moest gebeuren waarop iedereen in de samenleving wel móet reageren. Als er een kind wordt overreden en wordt achtergelaten, dan denk ik dat dat wel iets losmaakt, en zoiets moest ik hebben. Zo kwam de verhaallijn van het dode jongetje in het scenario.

Je combineert dus twee niveaus: enerzijds gaat het over de psychologie van de karakters, anderzijds is het whodunit.
Voor mij is het belangrijk dat mensen na het zien van de film zeggen: ik heb geen flauw idee wie de dader is maar ik heb wel de personen leren kennen.

Waar komt je fascinatie voor eenzaamheid vandaan?
Toen ik negen jaar oud was vertrok mijn vader voor drie maanden naar de Filippijnen. Voor een jong meisje is dat best lang. Ik fantaseerde hoe ik bij zijn terugkomst op het vliegveld op hem af zou rennen, 'papa, papa' zou roepen en hem zou omhelzen. Ik dacht dat het leven was zoals in films. Toen ik hem ging ophalen, liep ik naar hem toe, gaf hem een kus en zei: 'Dag pap.' Héél droog, héél gewoon! Ik ging naar huis en dacht: 'dit kan toch niet?!' Ik ontdekte toen dat het er in het echte leven niet aan toegaat zoals in film. Mensen zeggen en doen in het echte leven vaak niet wat ze willen zeggen en doen. Dat vind ik een interessant gegeven omdat ik denk dat het samenhangt met een gevoel van eenzaamheid. Niet helemaal zeggen wat je denkt is ook niet helemaal toelaten te denken wat je denkt, en dat maakt mensen eenzaam in hun gedachten. Begrijp me goed: de film is totaal niet autobiografisch. Ik ben niet bang om eenzaam te worden. Ik heb een goede band met mijn ouders, met mijn vriend. Ik heb ook vrienden die ik graag zie en echt leuk vind, maar die mij niet echt kennen zoals ik ben. Dat gegeven associeer ik met een gevoel van eenzaamheid: het lijkt mij heel erg als er niemand is die jou echt kent. Daar ben ik wél bang voor.

Je hoofdrolspelers zijn partners maar leven langs elkaar heen en vertellen elkaar de belangrijkste dingen niet meer. In één van de laatste scènes in de film vertelt de man, midden in de supermarkt, zijn vrouw iets ernstigs maar vooral iets totaal onverwachts. Waarom heb je gekozen voor deze plotwending?
Het was mijn bedoeling de kijker een schuldgevoel te geven. In de film wordt de man continu van alles verweten en aan het einde doet hij toch zo'n bekentenis. Het gevoel waar ik in de hele film mee probeer te spelen is: mag ik nu lachen, mag ik nu huilen? Wat is waar? Is hij een lafaard of niet? En verandert dat als hij zijn bekentenis doet? Ik wil dat de kijker zich betrapt voelt, een spiegel voor zijn neus krijgt. Het feit dat hij het midden in de supermarkt vertelt, is typisch voor de langs elkaar levende personages: er is geen gezelligheid meer, maar je zal altijd het instinctieve gevoel houden dat je bepaalde dingen moet zeggen tegen de ander. Dat gevoel is niet te verdringen. Als je niet meer gewend bent om het samen in de huiskamer gezellig te hebben, dan is het juist makkelijker om zoiets in een supermarkt te vertellen. Thuis zou je nog zoiets als angst of intimiteit kunnen voelen, maar een supermarkt is een veilige plek voor een stel als dit. Het is een neutrale plek waar geen genegenheid getoond hoeft te worden. Je hoeft je er minder kwetsbaar op te stellen.

Een ander zijn geluk is sober gefilmd en er zit weinig muziek in. Wat waren je afwegingen?
Eenzaamheid associeer ik, en ik denk velen met mij, met soberheid, afstandelijkheid en zakelijkheid. Mijn beelden zijn rustig en observerend. Ik zet de camera neer en laat een trein passeren, kijken wat er gebeurt. Het nagenoeg ontbreken van muziek heeft ook met leegheid en eenzaamheid te maken. De muziek die er wel in zit, moest sereen zijn. Dat past het beste bij het scenario.

Dit was je eerste lange film. Wat ga je nu doen?
Ik wil weer een lange film te maken. Ik voel wel dat nu de spontaniteit bij het schrijven minder is. Toen ik deze film schreef heb ik eigenlijk nooit beseft dat de film ook echt in een zaal komt, en dat er mensen naar gaan kijken. Natuurlijk wist ik dat wel, maar ik was er niet mee bezig. Nu denk ik daar meer over na en ben minder onbevangen.

Leg je de lat daardoor hoger voor jezelf, word je er nerveus van?
Ik denk dat ik de lat inderdaad hoger leg. Ik ben superblij met deze film, maar het zal nooit perfect zijn. Ik zal altijd bezig zijn met mij zelf te verbeteren. Je gaat altijd vooruit in het leven om nieuwe dingen te leren.

Lotte de Wit


Een ander zijn geluk

Ontwricht dorp

Het moedige Een ander zijn geluk is de keerzijde van Anyway the wind blows van Tom Barman. Energie en dynamiek van de grote stad zijn ingeruild voor verstilling en onvermogen.

Vrouwen met spillenbenen die in fauteuils neerzijgen, en daar dan een hele tijd blijven zitten. De knieën zijn hoog opgetrokken, de schouders hangen naar beneden. Zie hier: verslagenheid. In de eerste lange speelfilm van de Vlaamse regisseur Fien Troch is die alomtegenwoordig. Het is een film vol verstrooide volwassenen en angstige kinderen die aan hun lot worden overgelaten. Een film die niet helemaal bedoeld nu weer een extra laagje vanuit de Belgische werkelijkheid meekrijgt. "Je moet kinderen ook niet zo alleen op straat laten zwerven", moppert iemand, nadat een kind uit het dorp door een onbekende automobilist is aangereden en voor dood is achtergelaten. Tsja. Een te gemakkelijk oordeel hier, maar na de vondst van de twee vermoorde Belgische zusjes eind juni ook een oordeel met extra wrange nasmaak.
Vlaamse nieuwkoomster Fien Troch (27) maakt een zegereeks langs festivals met haar speelfilmdebuut Een ander zijn geluk, ook wel de Vlaamse Magnolia genoemd. Een dorp raakt ontwricht na een mysterieus ongeluk. Een jongen, de helft van een identieke tweeling, wordt dood aangetroffen in een beek langs de weg. Wie de betrokken automobilist is, weet ook de toeschouwer niet. Alle volwassenen in dit dorp hebben hun hoofd er niet bij en had het dus kunnen overkomen.
Ina Geerts speelt een mooie hoofdrol als Christine: dun, peinzend, haute couture. Moeder van twee zoons, net gescheiden van een man die haar voortdurend opbelt om haar grandioos uit te schelden of te chanteren. Christine heeft als werkneemster in de chique brillenwinkel van haar ex voldoende automatische handelingen te verrichten om ook daar te kunnen blijven piekeren.

Autolamp
En zoals Christine zijn er meer. Haar buurman bijvoorbeeld. Een diep verfrommelde Johan Leyssen speelt de wazige, welgestelde zakenman die met kapotte koplamp thuiskomt bij echtgenote Johanna ter Steege en twee puberdochters, en daar onaanspreekbaar en zwijgzaam blijft, maar wel af en toe zomaar in een hoekje in huilen uitbarst.
Troch koos voor haar mozaïek een overwegend rijke omgeving wat meewerkt aan de onthechtheid van deze levens. Het huis is groot, de trap is breed, de bank is enorm; je kunt overal heel gemakkelijk in verdwijnen. De gezinssleur schuilt er in vele treurige, soms absurde, komische details. Puberzonen die niet eens meer opkijken bij een tirade van vader of een huilbui van moeder, ouders die kinderen omhelzen zonder de blik van de tv af te wenden, een oude vrouw die van haar stoel (en uit beeld) valt en er weer terug op gaat zitten zonder dat manlief het merkt.
Een ander zijn geluk is de keerzijde van Anyway the wind blows van Tom Barman. Energie en dynamiek van de grote stad zijn ingeruild voor de verstilling, eenzaamheid, doodsheid en onvermogen op het platteland. Alleen anders dan Anyway the wind blows verliest Een ander zijn geluk op den duur aan intensiteit. De opeenstapeling van steeds weer diezelfde waarheid (verweesde kinderen, narcistische ouders) krijgt ook iets gekunstelds en bedachts. Het is een effectbejag dat je de 27-jarige Troch ook wel weer vergeven kan. Haar debuut getuigt van talent, durf, inzicht; de nog noodzakelijke dosering komt een volgende film vanzelf wel.

Jann Ruyters

Een ander zijn geluk
België/Nederland, 2005
Productie: Antonino Lombardo
Regie en scenario: Fien Troch
Camera: Frank van den Eeden
Montage: Nico Leunen
Art direction: Gert Stas
Muziek: Peter Van Laerhoven
Met: Ina Geerts, Johan Leysen, Natali Broods, Peter Van den Begin, Johanna ter Steege, Josse De Pauw
Kleur, 98 minuten
Distributie: A-Film
Te zien: vanaf 6 juli

Naar boven