Oktober 2006, nr 281

scoop

Aftakelende zelfspot

Met een oeuvre zo extreem autobiografisch als dat van Woody Allen is de bijrol in zijn laatste komedie scoop nauwelijks verkeerd te interpreteren.

Allen speelt een goochelaar op leeftijd met ietwat versleten trucs: de hoge hoed waar bloemen uitkomen, de kaart die je in gedachten moet houden en de vrouw die verdwijnt in een triplex hokje. Avond aan avond varieert hij op dezelfde conferenciergrapjes, maar zijn (niet overdonderend grote) publiek kan er hartelijk om lachen. Inclusief het échte publiek, in de bioscoop.
Ondertussen - bekent hij in een leuke filmdialoog - zijn de opwindendste gebeurtenissen in zijn leven die waarin hij lekker uit eten gaat zonder last van maagzuur te krijgen. En behoefte aan méér avontuur heeft hij van nature niet meer. Maar oké, dan dienen zich de ingrediënten van een spannend verhaal aan - de geest van een topjournalist en een kokette studente hebben aanwijzingen dat een jonge aristocraat achter een serie moorden zit - en dan laat hij zich toch weer meeslepen; het verhaal moet worden afgemaakt.

Heroïnenaalden
Inderdaad, Allens films worden zo langzamerhand nogal repetitief en zwakjes, al kan hij af en toe nog hoogten bereiken, zoals in
match point. scoop hoort niet bij die hoogten, daarvoor gebeurt er gewoon te weinig, en de grappen vullen ook al niet erg. Scarlett Johansson bakt er bovendien wonderlijk weinig van in dit dun aangelengde amusement - het lijkt wel of ze vier verschillende meisjes speelt, van wie, wonderlijke bijwerking van veel Allen-films, er één een imitatie-Woody is.
En toch heb je je in tachtig lange minuten onmiskenbaar ook vermaakt, al komen de schuifdeuren soms wel erg nadrukkelijk in beeld. Als de Amerikaanse goochelaar ietwat ongemakkelijk naar een feestje adellijke Britten wordt meegesleurd, bestrijdt hij ook daar zijn verlegenheid door zijn conversatiegenoten in te palmen met goocheltrucjes. De studente mag dat dan gênant vinden, hij heeft er duidelijk succes mee. En zo charmeert Woody zelf zich ook een weg door zelfs een mindere film als deze - want hij kan gewoon zo vreselijk goed vertellen, en hij heeft iets natuur-leuks. Het is alsof je naar de verhalen van je favoriete opa luistert; oké, je hebt ze vaker gehoord, ze doen een beetje verstrooid aan en je zou er makkelijk wat gaten in kunnen pikken, maar je laat je gewillig oplichten, want het is wél die leuke oude man.
Volgens het nog steeds vigerende romantische ideaal had een groot kunstenaar als Allen zich op het hoogtepunt van zijn kunnen met veertien heroïnenaalden in elke arm met 220 kilometer per uur te pletter moeten rijden tegen een betonnen muur, een geladen pistool en een overdosis slaaptabletten binnen handbereik. Wat Allen doormaakt is wreder: hij kan als filmer wiens leven & werk innig zijn vervlochten niet anders dan zijn eigen langzame creatieve aftakeling documenteren. Maar daar kan hij klaarblijkelijk grapjes over maken; hij heeft er een soort berusting in gevonden. En goed beschouwd kan je het niet veel eerlijker krijgen dan zijn weinig verhulde bekentenis dat hij nu eenmaal niet meer zo grappig is als vroeger. Dat neemt je op zijn minst voor hem in.

Chris Buur

scoop
Groot-Brittannië/Verenigde Staten, 2006
Productie: Gareth Wiley, Letty Aronson, Stephen Tenenbaum
Regie en scenario: Woody Allen
Camera: Remi Adefarasin,
Montage: Alisa Lepselter
Art direction: Nick Palmer
Muziek: Peter Glossop
Met: Hugh Jackman, Scarlett Johansson, Ian McShane, Woody Allen
Kleur, 93 minuten
Distributie: A-Film
Te zien: vanaf 19 oktober

Naar boven