November 2006, nr 282

Cinedix

Film-ABC waarin filmliefhebber Paul Kempers lemma's van een hedendaags cinematografisch lexicon in niet-lineaire volgorde aaneenrijgt. Van 'bloemkoolsurrealisme' tot 'aftersaledip'.

Kinderfilm - Alles wat door de beugel van kleuter en prepuber kan. Expliciet geweld, seks en (te) heftige emoties worden uit de kinderfilm geweerd om het opgroeiende kind te vrijwaren van wat volwassenen 24 uur per dag in het gezicht gedrukt krijgen. Nederlandse en Scandinavische kinderfilms hebben meestal een sociaal verantwoorde inslag en komen op voor de verdrukten en vertrapten van onze samenleving. Echtscheiding wordt vaak behandeld, evenals Sinterklaastrauma's en moderne samenlevingsvormen ("mijn moeder is een homo en mijn vader een trans"). Ook komen in kinderfilms veel ondeugende dieren met menselijke karaktertrekken voor, met name muizen, olifantjes en ontpoppende rupsen. De ideale kinderfilm paart naïviteit aan vrolijke anarchie en neemt het gewichtige gedrag van volwassenen schaterend op de hak. In Nederland, waar men pas rond zijn vijftigste volwassen wordt, speelt de jeugdfilm een niet te onderschatten rol in de éducation permanente van de burgers. Zie ook: Nijntje-fixatie, cinéma de Pippi, Boze Buurman-lookalike-contest.

Zelfmoord - Niet te voorspellen wanhoopsdaad, waarbij manisch-depressieve aanleg en hypergevoeligheid een rol spelen. Meer acteurs dan regisseurs plegen zelfmoord, wat misschien te maken heeft met gebrek aan erkenning, falende make-up of plotseling opwellende camerahaat. Onlangs was het de jonge Uruguayaanse regisseur Juan Pablo Rebella die zich op 32-jarige leeftijd in zijn woonplaats Montevideo van het leven beroofde. De maker van 25 watts en whisky blonk al niet uit door een groot vertrouwen in de mensheid, maar dat hij een dergelijke drastische stap zou nemen had niemand verwacht. Niet alleen persoonlijke motieven maar ook onverwachte carrièredips kunnen zelfdoding uitlokken. Bekend voorbeeld is de succesvolle Japanse filmer Akiri Kurosawa, die na de flop van dô desu ka den (1970) zelfmoord pleegde, maar overleefde. Adriaan Ditvoorst (drugs, gebrek aan succes), Rainer Werner Fassbinder (drugs, dodelijke productiedrift) en Marilyn Monroe (depressie, overdosis slaapmiddelen) sneuvelden eveneens op het pad naar de roem. De meeste regisseurs en acteurs worden echter stokoud, denk aan Joris Ivens, Katherine Hepburn, Michelangelo Antonioni en Lauren Bacall. Zie ook: gerontocinema, melancholie, grootsch en meeschlepend leven.

Halinaleren - Speciale vorm van zelfpromotie, waarbij de professionele kwaliteiten, persoonlijke hang-ups en ambities breeduit worden uitgemeten ten overstaan van de gesprekspartner, vaak op ademloze toon. Actrice Halina Reijn is er een meester in. 'Halinaleren' verwijst tevens naar het kenbaar maken van ongenoegens door acteurs die niet langer alleen acteur willen zijn ('andermans spreekpop') maar zélf het regieheft in handen willen nemen, al was het maar om de 'paternalistische oude zakken aan de goede kant van camera en souffleurshokje een rotschop onder de kont te geven' - bij wijze van spreken. De ongenoegens kunnen gedeeltelijk worden weggenomen door het schrijven van autobiografische fictie, columns en optredens in aan de eigen persoon gewijde talkshows. Zie ook: tweede feministische golf, vrije opvoeding.

Naar boven