Februari 2007, nr 285

Andrea Arnold over Red Road

Knellend korset

Lars von Trier verzon het experimentele project The Advance Party, met Red Road, Juryprijswinnaar in Cannes, als eerste resultaat. Regisseur Andrea Arnold: 'Het was nuttig om mijn eerste film te maken met de opgelegde restricties.'

Andrea Arnold.

Drie films gemaakt door drie verschillende regisseurs. Maar wel telkens met dezelfde, vooraf vastgelegde karakters en acteurs. Het uitgangspunt voor het Advance Party project is verzonnen door Lars von Trier. Een nieuw creatief masterplan van de Deense tovenaar? Of toch vooral een commercieel handigheidje voor de producenten? Red Road is de eerste van de drie die klaar is en de eerste lange speelfilm van de Britse schrijfster Andrea Arnold.

Hoe knellend waren de regels van het project?
Eerst dacht ik: geweldig. Het project gaf mij de mogelijkheid met een groep filmmakers te werken. Samen discussiëren, elkaar helpen en ondersteunen. Dat stond me wel aan.

En later?
Tijdens het schrijven kreeg ik wel bedenkingen. Ik vroeg me af of ik wel een film zou kunnen maken die van mij was.

Alle karakters waren vooraf vastgelegd. Op de persconferentie hier in Cannes vertelde je dat je problemen had met het personage van Avery. Heb je erover gedacht om hem eruit te gooien?
Ik vond het een uitdaging om alle personages in de film te krijgen. Daar heb ik echt mijn best voor gedaan. Maar het heeft lang geduurd voordat Avery in het script zat. Ineens bedacht ik me dat [hoofdpersoon] Jackie een affaire had met iemand die ze om de twee weken ziet. Dat moest Avery dan maar zijn. Maar hoe leuk die scènes ook waren, ik heb me er altijd wat ongemakkelijk bij gevoeld. Ik heb er flink in gesneden.

Had je ze niet liever helemaal geschrapt?
Dat mocht niet. Maar ook Alfred, de schoonvader in mijn verhaal, was een probleem. Hij was omschreven als een bommenpiloot die veel loog. Daar kon ik weinig mee. Aan het einde laat ik hem zeggen: 'Ik was een bommenpiloot.' Ik geef toe dat dat misschien wat makkelijk is.

Hoe vaak heb je met de anderen samengewerkt?
Anders Thomas Jensen heb ik gisteravond voor het eerst ontmoet. Lars vonTrier en Lone Scherfig heb ik één keer bij Zentropa gezien.

En de andere regisseurs, Mikkel Nørgaars en Morag McKinnon?
We hebben elkaar een paar keer ontmoet, veel gepraat en elkaars werk gezien.

Hebben ze invloed gehad op deze film?
(Na een lange stilte) Ze hebben feedback gegeven. Ze hebben hun commentaar gegeven op het script en op de eerste ruwe versie. Maar zoals met alle feedback, ik luister er naar en pik eruit wat ik kan gebruiken.

Je bent de eerste van de drie.
Ik heb me vrijwillig aangemeld. Ik wilde deze film maken, er vanaf zijn om weer verder te kunnen gaan met andere projecten die ik wil doen.

Had je meer vrijheid omdat je als eerste aan de slag ging?
Ja, maar ik denk dat er toch genoeg vrijheid in de regels zit. Ook de andere twee zullen hun eigen weg wel vinden. Daar zijn ze veel te eigenwijs voor. En daar zijn hun scripts ook te goed voor.

Wat gebeurde er als jullie van mening verschilden?
We hebben afgesproken dat degene die een bepaald karakter als hoofdpersoon zou hebben, het meest te zeggen zou hebben bij de casting. Alfred speelt de hoofdrol in een andere film. Bij mij is hij niet meer dan een bijrolletje. Dus was het logisch dat Morag McKinnon daar meer over te zeggen had. Maar Avery was echt een probleem. Morag wilde een bepaalde acteur hebben, die voor mij niet goed zou zijn. In haar film had hij een veel grotere rol. Maar ik zag haar acteur niet met Jackie op de voorbank zitten. Ik heb geprobeerd hem te herschrijven. Ik heb geprobeerd er een andere Avery van te maken. Maar dat werkte niet. Uiteindelijk ben ik toch teruggevallen op mijn oude Avery en heeft Morag de rol van haar Avery kleiner gemaakt.

Het heeft dus zo zijn voordelen om als eerste te beginnen?
Ach, misschien wel. Het is gebeurd.

Hebben die beperkingen waarmee je hebt moeten werken nog iets opgeleverd?
Het is een nieuwe vorm van 'creatieve beperkingen'. Ook Dogma is begonnen als een samenwerking tussen verschillende filmmakers, die zich realiseerden dat het zinvol is om te beginnen met een reeks beperkingen, in plaats van met een blanco pagina. Dat is wat ze me verteld hebben. Ik denk dat de twee producenten die bij het project betrokken zijn, Zentropa en Sigma Films, een lowbudget programma wilden starten met een interessant concept. En dus hebben ze Lars von Trier benaderd.

Maar hebben die regels jou iets gebracht, behalve de kans je eerste film te maken?
Film maken is restrictief van nature. Je kan bijvoorbeeld niet alle locaties gebruiken die je zou willen. Film maken gaat altijd over het overwinnen van obstakels. Hoe kun je die omzeilen, of in je voordeel omzetten?

Maar nu ben je vooraf begonnen met een aantal obstakels extra.
Ik vond het inspirerend om niet te beginnen met een blanco pagina. Niet dat ik verlegen zit om onderwerpen. Ik ben niet iemand die zich afvraagt: waar zal ik nu weer eens over schrijven? Maar het idee sprak me aan, ik vond het een uitdaging. Het was voor mij nuttig om mijn eerste film te maken met deze restricties. Ik heb er veel van geleerd.

Wat heb je er dan van geleerd?
Gewoon de manier van werken. De dagelijkse routine van het maken van een film. Dat je veel stamina nodig hebt om het allemaal voor elkaar te krijgen. Ik heb ook aan veel mensen gevraagd: wat voor advies kun je geven over het maken van een eerste film? En telkens kreeg ik als antwoord: hard werken, heel heel hard werken.

Ken je het werk van Belvaux? Die heeft een vergelijkbare trilogie gemaakt, maar dan in zijn eentje.
Wie?

Lucas Belvaux. Die is hier toevallig ook in Cannes in competitie met een nieuwe film.
Nee. Zo zie je maar, ik leer elke dag. Elke dag hoor ik weer over nieuwe films die ik nog moet zien. Vanaf mijn 18de heb ik geschreven. Korte verhalen, poëzie. Maar ik ben me er altijd van bewust geweest hoe krachtig het beeld is. Nu ik een film gemaakt heb, wil ik er nog één maken. En om dat te financieren is het fantastisch dat ik hier in competitie zit.

Heeft Lars von Trier de film al gezien?
Ik weet het niet, ik weet het echt niet.

Jeroen Stout


Red Road

Peeping Jackie

Andrea Arnold kwam met haar fascinerende film Red Road in Cannes terecht, in competitie, en kreeg van de jury onder leiding van Wong Kar-wai de juryprijs. Een debutantendroom.

Een fascinerende film. Het staat zelfs in 't Groot Woordenboek van de Nederlandse Taal. Als voorbeeld van iets wat fascinerend kan zijn, wordt 'een fascinerende film' genoemd. Er staat niet fascinerend toneelstuk of concert of schilderij, nee, er staat fascinerende film. Misschien ligt het aan die twee F-en van Fascinerende Film. Dat klinkt lekker, zoals de twee A's van Andrea Arnold en de twee R-en van Red Road ook lekker allitereren.
Toch wil ik ook graag geloven dat er voor 'film' is gekozen, als iets dat ons in het bijzonder kan 'fascineren', of zo je wilt: boeien, betoveren, vervoeren, veroveren, meeslepen, ja zelfs beheersen. Andrea Arnold krijgt het aardig voor elkaar met Red Road. De film gijzelt niet alleen je blik, maar gaat ook over blikken. Jackie is namelijk een beveiligingsbeambte, een Peeping Tom in de beste Britse traditie. Ze kijkt naar monitoren, en wij kijken met haar mee. Hoe het gewone leven voorbij trekt, en hoe zij en wij geen echte deelnemers zijn, maar toeschouwers, gluurders, loerders, totdat Jackie, rouwende Jackie, iets ziet waardoor ze weer gaat meedoen aan haar leven, en waardoor ze zich dus ook weer blootstelt aan gevaar. Jackie daalt neer uit haar veilige toren om de door haar bespiede omgeving van Red Road te onderzoeken. Red Road is de naam van een gigantisch, onheilspellend en soms futuristisch aandoend flatgebouw in Glasgow dat vol ex-gevangenen lijkt te zitten.

Dogma-op-locatie
Red Road is ook de eerste film die gemaakt werd naar een idee van Lars von Trier, om drie filmmakers een typisch Deens verhaal in Schotland op te laten nemen, en te kijken wat daar van komt. De Deense scenarist Anders Thomas Jensen (huisschrijver van Susanne Bier) en de Deense regisseuse Lone Scherfig ontwierpen de karakters die door de Britse debutante Andrea Arnold verder werden uitgewerkt. Het is nog even wachten op de twee andere films, maar met Dogma-op-locatie in Schotland heeft die duivelse Von Trier nu al doel getroffen.
Helemaal vlekkeloos is het allemaal niet. Er gebeuren in Red Road soms wel erg toevallige dingen, maar die neem je graag voor lief, omdat Andrea Arnold zo'n spannende, spookachtige sfeer weet op te roepen. Ik moest zelfs af en toe denken aan mooie, strenge 'kijkfilms' als Antonioni's Blow-up en Haneke's
Caché. Behalve in het beeld zit de dreiging ook in het geluid. Het is net alsof je continu in een tunnel zit, zo'n hele lange tunnel waar geen eind aan lijkt te komen. Op het moment dat je de lucht weer ziet, slaak je even een zucht van verlichting. Het is precies zoals je uit Red Road komt. Je merkt dat je stokstijf hebt zitten kijken, aan het doek gekleefd, 'gefascineerd' door een buurt met net iets te veel honden, net iets te veel rondslingerend afval, en een vrouw die daar net iets te gretig in rond wil waren.

Belinda van de Graaf

Red Road
Engeland/Denemarken, 2006
Productie: Carrie Comerford
Regie: Andrea Arnold
Scenario: Andrea Arnold
Camera: Robbie Ryan
Montage: Nicolas Chaudeurge
Met: Kate Dickie, Tony Curran en Nathalie Press
Kleur, 113 minuten
Distributie: A-Film
Te zien: op het Filmfestival Rotterdam en vanaf 1 februari

Naar boven