Februari 2008, nr 296

cordero de dios (lamb of god)

De dictatuur blijft de Argentijnen achtervolgen

Het uitgebalanceerd familiedrama cordero de dios (lamb of god) legt littekens uit het verleden bloot, maar een prikkelende opening van het Filmfestival Rotterdam is het niet.

Het is bijna voorspelbaar: een Argentijns debuut dat tot stand kwam met steun van het Hubert Bals Fonds als openingsfilm van het Filmfestival Rotterdam (dat vorig jaar ook al Argentijns van start ging). Ook het onderwerp is iets wat we - terecht - regelmatig in het werk van jonge Argentijnse cineasten zien opduiken: de verwerking van de trauma's die de militaire junta, die van 1976 tot 1983 aan de macht was, in de samenleving achterliet.
In cordero de dios (lamb of god), de eerste lange regie van Lucía Cedrón, is er een nieuwe gewelddadige gebeurtenis nodig om die verwerking in gang te zetten. Hoewel niet autobiografisch, heeft Cedrón de film ongetwijfeld vanuit grote persoonlijke betrokkenheid gemaakt. Ze woonde net als een van haar hoofdpersonen lange tijd in Frankrijk, nadat haar vader, filmmaker Jorge Cedrón, in 1980 onder verdachte omstandigheden op een Frans politiebureau was overleden.
Wanneer de rijke, 77-jarige veearts Arturo (Jorge Marrale) wordt ontvoerd ziet zijn sinds 1978 in Frankrijk wonende dochter Teresa (Mercedes Morán) zich gedwongen naar Buenos Aires terug te keren om samen met kleindochter Guillermina (Leonora Balcarce) een poging te doen het losgeld bijeen te brengen. De breuklijnen uit het verleden blijken de familie nog steeds verdeeld te houden. Misschien moet het huis verkocht worden, maar Teresa weet nog niet of ze wel zoveel voor het redden van haar vader over heeft.
Hoewel opgezet als thriller, ontwikkelt cordero de dios zich gaandeweg als een film van herinneringen en tegenstrijdige gevoelens. Teresa en haar man Paco maakten destijds deel uit van een oppositiegroep, terwijl Arturo juist vrienden had in het andere kamp. Na de arrestatie van Teresa weet Arturo haar vrij te krijgen, maar ze vermoedt dat hij haar leven heeft geruild tegen dat van Paco, die bij een vuurgevecht is gedood. Guillermina was toen pas zes en koestert vooral dierbare herinneringen aan haar grootvader.

Boze biggetjes
Cedrón laat die verhalen van nu en toen in de film parallel lopen en benadrukt daarmee de verwevenheid. Soms kan een simpele camerabeweging genoeg zijn om van het heden naar het verleden te gaan. Wat zich toen werkelijk heeft afgespeeld komen we ook nu niet precies te weten. Eerder lijkt Cedrón te willen benadrukken dat we met onzekerheden zullen moeten leven en hoe dan ook verder moeten.
Het is een uitgebalanceerde benadering in een beheerst gecomponeerd drama, waar weinig meer op aan te merken valt dan dat het in al zijn evenwichtigheid en aandacht voor de zeer uiteenlopende reacties van de betrokkenen juist wat kleurloos dreigt te worden. Genuanceerd, vakkundig, goed geacteerd, maar niet direct uitdagend. Zo pijnlijk mooi als dat kinderliedje over lieve wolven en boze biggetjes dat we de zesjarige Guillerma en haar vader tijdens de aftiteling horen zingen is de film zelf net niet geworden.
Zodat we ons mogen afvragen of dit nu echt de ideale keuze was voor de openingsfilm van een festival dat zich erop voorstaat om juist de 'free radicals' onder de filmmakers voor het voetlicht te brengen.

Leo Bankersen

cordero de dios (lamb of god)
Argentinië/Frankrijk/Chili, 2008
Productie: Lita Stantic
Regie: Lucía Cedrón
Scenario: Lucía Cedrón, Santiago Giralt, Thomas Philipon
Camera: Guillermo Nieto
Montage: Rosario Suarez
Art direction: Cristina Nigro
Muziek: Sebastian Escofet
Met: Mercedes Morán, Jorge Marrale, Leonora Balcarce
Kleur, 91 minuten
Te zien: op het Filmfestival Rotterdam


juno

De walvis in de hoek van de kamer

Jason Reitmans publieksopener van Filmfestival Rotterdam is scherp, zachtaardig, en humoristisch. Een geheide publiekslieveling.

Het bedrieglijk eenvoudige genre van de adolescentenfilm heeft een nieuw boegbeeld. Jason Reitman (thank you for smoking) verfilmde het eerste scenario van Diablo Cody (pseudoniem van Brook Busey-Hunt) die eerder nationale bekendheid kreeg in de VS met haar blog 'Pussy ranch' en een boek over haar ervaringen als stripper. Schrijven over strippen was een paar jaar terug een geheide hit in de met nerds gevulde blogosfeer want eindelijk kregen ze zicht op wat er in een vrouwenbrein omging. Beetje prijsschieten dus. Maar schrijven over de zwangerschap van een zestienjarige, zoals Cody nu deed, is veel lastiger. Want daarover hebben we alles nou wel gehoord, gelezen en gezien. Maar nee. Niet dus.
De vlijmscherpe en ontzettend grappige Juno MacGuff (heel mooie rol van de twintigjarige Ellen Page) blijkt zwanger van Paulie Bleeker (Michael Cera) en omdat zestien best jong is, zoekt ze twee adoptieouders voor haar baby. We volgen de 'oplettende walvis' in die negen maanden tot de geboorte.

Verwondering
Naast de scherpe grappen en de personages en vooral ook de soundtrack met het fantastische 'Anyone else but you' van de inmiddels alweer opgeheven New Yorkse band The Moldy Peaches, valt vooral op hoeveel respect juno heeft voor zijn personages. Juno's sarcasme had zo gemakkelijk tegen anderen gericht kunnen worden - haar vader de ex-militair, haar stiefmoeder die een obsessie heeft met hondjes, het protesterende meisje voor de abortuskliniek - maar dat gebeurt nergens. Alle personages hebben hun mooie en vreemde kanten - dat klinkt overbodig en belegen maar dat is het dus niet - en Juno's sarcasme is meer een soort verwondering over de loop van de dingen. Het is niet het sarcasme van de buitengesloten adolescent zoals in ghost world. Juno denkt dat ze weet hoe het zit, maar tegelijk is ze verbaasd over de loop der dingen. Dat is wat juno is: een frisse, lieve, menselijke kijk op hoe de dingen gaan: relaties, een huwelijk, welke mensen je zou moeten koesteren. Een verhaal waarin volwassenen misschien niet eens zoveel anders zijn dan een zestienjarig meisje maar gewoon al wat langer in het leven rondlopen.
Het zou te veel woorden kosten om hier te vertellen hoe subtiel het scenario in elkaar zit. Want het is erg knap geschreven. Zo denk je het verhaal soms een stap voor te zijn, om te ontdekken dat het allemaal nog wijzer - in de zin van wijsheid, niet slimheid - in elkaar steekt. Schrijfster Cody is blijkbaar niet het soort schrijfster, en Page is zeker niet het soort actrice, dat een plot nodig heeft om iets te laten gebeuren. Ze kunnen bewegingen halen uit een rechte lijn, uit niets, of heel weinig in ieder geval. Dat maakt deze film zo sterk: in het begint lijkt het een genrefilm, voortgedreven door de plot, maar al snel zijn het de personages die het verhaal maken. Vanaf dan kan dat verhaal alle kanten op gaan. En zo hoort het. Helemaal goed.

Ronald Rovers

juno
Verenigde Staten, 2007
Productie: Lianne Halfon, John Malkovich
Regie: Jason Reitman
Camera: Eric Steelberg
Montage: Dana E. Glauberman
Art direction: Michael Diner, Catherine Schroer
Muziek: Matt Messina
Met: Ellen Page, Jennifer Ann Garner, Michael Cera
Kleur, 92 minuten
Distributie: Fox
Te zien: op het Filmfestival Rotterdam en vanaf 7 februari

Naar boven